Consumptie en sparen

 

Bron

Nationale Bank van België (NBB) en Eurostat (internationale gegevens). 

 

Definities

Consumptie: consumptieve bestedingen van:

  • Overheid: overige niet-marktoutput (vervoerbewijzen, inschrijvingskosten onderwijs, toegangstickets musea, allerhande administratieve kosten voor afleveren documenten, gratis output…) verminderd met de betalingen uit hoofde van laatstgenoemde en plus de sociale overdrachten in natura (goederen en diensten die de overheid aankoopt op de markt en gratis of onder de marktprijs verstrekt aan gezinnen)
  • Huishoudens
  • Instellingen zonder winstoogmerk (IZW’s) (sociale overdrachten in natura en de overige niet-marktoutput)

Het gaat om de consumptieve bestedingen door ingezeten institutionele eenheden, waar dit ook gebeurt (hier of in het buitenland).

Bruto sparen: bruto beschikbaar inkomen met aftrek van de consumptieve bestedingen van de huishoudens en met toevoeging van de correcties voor wijziging in pensioenrechten (verandering in de actuariële reserves die aan de huishoudens toebehoren) en plus het verbruik van vaste activa (grotendeels woningen).

Bruto spaarquote: de verhouding tussen (1) het bruto sparen en (2) het bruto beschikbaar inkomen plus de opbouw van pensioenrechten.

 

Opmerkingen bij de kwaliteit

Overheid: de overheidsconsumptie wordt berekend aan de hand van de productie van de overheid.

Gezinnen: de belangrijkste basisbron is het huishoudbudgetonderzoek. Dit wordt tweejaarlijks uitgevoerd. Voor de tussenliggende jaren doet de NBB een beroep op de BTW-statistieken, aangevuld met de conjunctuurenquête over de verkopen en omzet van de detailhandel.

IZW’s: ook hier wordt uitgegaan van de productie, op basis van de neergelegde jaarrekeningen en/of de lonen zoals gekend bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ).

 

Referenties

Instituut voor de Nationale Rekeningen: Regionale rekeningen

Europese Commissie: Ameco

 

Contact

Stel je vraag

 

Naar de statistiek