Sterfte

 

Bron

Statbel: bewerking Statistiek Vlaanderen

Eurostat

 

Definities

Overlijdens. Aantal sterfgevallen die zijn waargenomen in de referentie- of observatieperiode. In de regel zijn in de statistieken van Statbel voor ons land enkel de overlijdens in de residentiële bevolking geteld, te weten van inwoners die ingeschreven zijn in de reguliere bevolkingsregisters van de gemeente waar zij hun hoofdverblijfplaats hebben (met uitsluiting van de personen ingeschreven in het wachtregister).

Definitieve cijfers over het aantal overlijdens worden pas opgemaakt na het afsluiten van de registratieperiode. In de praktijk is dat tegen het einde van maart volgend op het observatiejaar (bv. eind maart 2020 voor sterfte in 2019) omdat moet rekening gehouden worden met laattijdige aangiften van de overlijdens. Nadien volgt nog een controleperiode waarin de geregistreerde data nader bekeken worden en zo nodig gecorrigeerd (bij tegenstrijdigheden, onmogelijkheden,…).

De opgenomen maandcijfers zijn voorlopige cijfers. Voorlopige cijfers ontberen die wachttijd en navolgende controles, tot nader order.

Leeftijd. Openbare statistiekinstellingen verschaffen data over demografische gebeurtenissen (i.c. het aantal overlijdens) uitgaande van twee bepalingen voor de leeftijd x (volgens de ‘dubbele classificatie’):

  1. Leeftijd volgens de laatste verjaardag = het aantal voorbije verjaardagen Ook aangeduid als ‘exacte leeftijd’ door Statbel; als ‘age completed (age at last birthday)’ door Eurostat – tevens aanbevolen);
  2. Leeftijd volgens het geboortejaar = het aantal gehele jaren tussen referentiejaar en geboortejaar (i.c. van de overleden persoon). Dat komt overeen met de leeftijd die eenieder van het geboortejaar aan het einde van het kalenderjaar zou bereiken - bij overleven. Ook aangeduid als ‘leeftijd in verstreken jaren’ door Statbel; als ‘age reached during the year (= reference year minus year of birth of the deceased person)’ door Eurostat.

Vroegtijdige sterfte. Dit concept slaat op het aantal overlijdens voor de leeftijd van 75 jaar (bepaling van Sciensano).

Sterftecijfer. Verhouding tussen waargenomen aantal overlijdens en de risicopopulatie - per leeftijd & geslacht. In de regel is de risicopopulatie het rekenkundig gemiddelde van de populatie aan het begin en het einde van de referentie- of observatieperiode. In bepaalde gevallen (zoals ter bepaling van ‘projectieve kansen’ ten behoeve van de bevolkingsvooruitzichten;) wordt enkel de risicopopulatie aan de start van de referentieperiode in aanmerking genomen.

Bruto sterftecijfer (BSC). Verhouding tussen waargenomen aantal overlijdens in de loop van het kalenderjaar en de gemiddelde bevolking van het jaar, meestal uitgedrukt per duizend inwoners ().

Gemiddelde bevolking van het jaar. Meestal wordt het rekenkundig gemiddelde van de bevolking aan de start en aan het einde van het referentiejaar in aanmerking genomen. Soms (zoals bij Statbel) wordt verwezen naar de bevolking halverwege het kalenderjaar (op 1 juli).

Over- en ondersterfte. Dit is een relatief begrip waarbij het waargenomen aantal overlijdens (OBS) in de aangeduide observatieperiode vergeleken wordt met wat normaal zou kunnen verwacht worden op basis van waarnemingen in het verleden (EXP). De verwachtingswaarde is uiteraard functie van de precieze afbakening van de vergelijkingsperiode (bv. gemiddelde van de maandelijkse sterfte in de voorgaande 5 jaren). Hier is ook een correctie ingebracht die rekening houdt met de aangroei van de bevolking en bijhorende wijzingen in de leeftijds- en geslachtsstructuur. Daartoe is de standardized mortality ratio (SMR) bepaald, of de  verhouding (ratio) tussen het waargenomen en verwachte aantal overlijdens (OBS/EXP). Voor de verwachte waarden is uitgegaan van de sterftekansen in brede leeftijdsgroepen (0-24, 25-44, 45-64, 65-74, 75-84, 85+ jaar) per geslacht (M/V), op basis van de waarnemingen in de gekozen referentieperiode.

Is SMR > 1, dan wijst dit (in principe) op oversterfte; is SMR < 1, dan wijst dit op ondersterfte in vergelijking met de verwachte waarde (volgens de gekozen standaard).

De uitkomst voor SMR kan getoetst worden op statistische significantie, dat toelaat te beslissen of die uitkomst wel of niet aan het toeval kan worden toegeschreven. Statistische significatie van SMR is hier bepaald door na te gaan of het 2-zijdige 95%-betrouwbaarheidsinterval rond de SMR-uitkomst al dan niet de (nul)waarde 1 omvat: ligt de ondergrens van het interval boven 1, dan is er statistisch significante oversterfte; ligt de bovengrens van het interval onder 1, dan is er statistisch significante ondersterfte (bij α=0,05).

Voor de significantietoets is gesteund op: Vandenbroucke JP. A shortcut method for calculating the 95 percent confidence interval of the standardized mortality ratio. (Letter). Am J Epidemiol 1982; 115:303-4.

Hier wordt ‘oversterfte’ bepaald voor de sterfte (of het aantal overlijdens) per maand in de loop van 2020. Zoals hierboven aangeduid betreft het ‘voorlopige cijfers’ omdat de regulier voorziene wachttijd voor het afsluiten van de registratie niet werd doorlopen noch de aanvullende controles op de data zijn verricht. Voor de definitieve data van Statbel over de sterfte in 2020 is het wachten tot in mei/juni van 2021.

 

Opmerkingen bij de kwaliteit

Voor de statistiek van het aantal overlijdens steunt de bron Statbel op de overlijdens die in de loop van het jaar geregistreerd zijn in het Rijksregister (van de natuurlijke personen). In maart van het nieuwe jaar volgend op het observatie- of referentiejaar worden de registraties afgesloten; nadien volgt nog een controleperiode (op dubbeltellingen, tegenstrijdigheden, …) alvorens tot publicatie over te gaan (in mei/juni van het nieuwe jaar).

Statbel neemt enkel de sterfgevallen in aanmerking van personen die op het tijdstip van het overlijden hun wettelijke woonplaats in België hadden en tot de wettelijke residentiële bevolking gerekend worden (met uitsluiting van de personen ingeschreven in het wachtregister voor asielzoekers). Daarbij wordt (sedert 2010) gesteund op de registers voor de wettelijke residentiële bevolking in het Rijksregister als referentiebron.

Voor de statistiek van de doodsoorzaken wordt gesteund op de wettelijke sterftecertificaten (overlijdensaangifteformulieren van de burgerlijke stand die gedeeltelijk door een attesterende arts - onder gesloten omslag - worden ingevuld en daarna vervolledigd door het gemeentebestuur van de plaats van overlijden). De verwerking daarvan is per Koninklijk Besluit toevertrouwd aan de regionale overheden (gewesten en gemeenschappen) van België. Voor de Vlaamse overheid staat het Agentschap Zorg en Gezondheid hiervoor in (onder het gezag van daartoe bevoegde artsen-ambtenaren). De coördinatie van het geheel aan registraties in België van de overlijdens en hun oorzaken wordt door Statbel waargenomen. De diverse betrokken federale en regionale partners stemmen hierbij hun werkzaamheden op elkaar af.

De federale overheid rapporteert over de statistieken van de overlijdens aan internationale instanties, zoals Eurostat (statistiekdienst van de Europese Unie) en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

Anders dan de Belgische openbare statistieken rapporteert Eurostat in de regel over de ‘gewoonlijk verblijvende bevolking’ (usually resident population); niet de ‘wettelijke residentiële bevolking’ (legally resident population). Lidstaat België maakt daartoe een raming uitgaande van de vastleggingen in het wachtregister. 

 

Referenties

Agentschap Zorg en Gezondheid: Sterfte, levensverwachting en doodsoorzaken (AZG)

Eurostat: Database

Rijksregister: Rijksregister van de natuurlijke personen

Sciensano: https://epistat.wiv-isp.be/covid/

Statbel: Sterfte, levensverwachting en doodsoorzaken (Statbel)

Statistiek Vlaanderen: Loop van de bevolking  

 

Contact

Stel je vraag

 

Naar de statistiek