Vroegtijdige schoolverlaters (op basis van administratieve data)

 

Bron

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, bewerking Statistiek Vlaanderen

 

Definities

Vroegtijdige schoolverlater: een jongere die niet meer leerplichtig is en die een regulier kwalificerend traject van het Vlaams secundair onderwijs verlaat zonder de kwalificatie te behalen. Leerlingen in alternatief kwalificerende trajecten (opleidingsvorm 1 (OV1) en opleidingsvorm 2 (OV2) van het buitengewoon onderwijs) kunnen het kwalificatiecriterium niet behalen en worden niet als een vroegtijdige schoolverlater beschouwd. Jongeren die zonder kwalificatie het onderwijs verlaten vanuit een Individueel Aangepast Curriculum (IAC) worden evenmin meegerekend.

Als kwalificatiecriterium geldt:
- een diploma secundair onderwijs;
- een studiegetuigschrift van het 2de leerjaar van de 3de graad van het beroepssecundair onderwijs (BSO);
- een eindgetuigschrift behaald in het deeltijds beroepssecundair onderwijs (DBSO);
- een certificaat behaald in de leertijd (Syntra);
- een getuigschrift behaald in de opleidingsvorm 3 (OV3) van het buitengewoon secundair onderwijs (BUSO);
- een certificaat behaald in het modulair stelsel van het BSO, het DBSO en BUSO OV3.

Als leeftijdscriterium gelden de leeftijden tussen 18 en 25 jaar.

Het percentage vroegtijdige schoolverlaters wordt berekend op de leerlingen in de regulier kwalificerende trajecten en is het resultaat van de verhouding tussen vroegtijdige schoolverlaters (teller) en de som van vroegtijdige schoolverlaters en gekwalificeerden (noemer). 

Uitstroompositie: slaat op de onderwijsvorm of onderwijspositie waaruit de vroegtijdige schoolverlater het secundair onderwijs verlaat of waarin de gekwalificeerde schoolverlater een kwalificatie behaalt. 

Schoolse achterstand: verwijst naar het aantal leerjaren vertraging dat een leerling oploopt ten aanzien van het leerjaar waarin hij zich zou bevinden als hij normaal zou vorderen. Schoolse achterstand is niet noodzakelijk een gevolg van zittenblijven, maar kan ook veroorzaakt worden door een verlate instap in het lager en/of secundair onderwijs.

Schoolse achterstand berekenen we op basis van een vergelijking tussen het leerjaar waarin de leerling is ingeschreven en het leerjaar waarin de leerling op grond van geboortejaar en bij normale studievordering ingeschreven zou moeten zijn.

Het deeltijds onderwijs (Syntra-leertijd en DBSO), het modulair onderwijs, het derde leerjaar van de derde graad BSO, Se-n-Se, de vierde graad BSO en de BUSO-opleidingen die niet onder het jaarklassensysteem vallen, worden niet opgenomen in cijfers naar schoolse achterstand.

Gezinstaal of thuistaal: is gebaseerd op de informatie over de taal die de leerling spreekt met 3 gezinsleden: de moeder, de vader en de broers en zussen (worden als 1 gezinslid beschouwd). De variabele bestaat uit 3 categorieën:
-   Spreekt uitsluitend Nederlands met alle gezinsleden;
-   Spreekt Nederlands met minstens één gezinslid;
-   Spreekt met niemand Nederlands.

Opleidingsniveau van de moeder: is gebaseerd op het diploma van de moeder, onderverdeeld naar de volgende categorieën:
-   Geen lager onderwijs;
-   Lager onderwijs;
-   Lager secundair onderwijs;
-   Hoger secundair onderwijs;
-   Hoger onderwijs.

De dimensies ‘gezinstaal’ en ‘opleidingsniveau van de moeder’ zijn niet beschikbaar voor de meeste leerlingen uit het buitengewoon onderwijs en voor leerlingen in de Syntra-leertijd.

 

Opmerkingen bij de kwaliteit

De cijfers over vroegtijdig schoolverlaten zijn gebaseerd op administratieve data uit de databanken van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. Dat wil zeggen op data die alle leerlingen uit het Vlaams onderwijs omvatten. Foutieve registraties kunnen aanleiding geven tot een foutenmarge. De gegevens over de leerlingen in de Syntra-leertijd bevatten mogelijk een grotere foutenmarge.

Daarnaast bestaan er ook andere cijferbronnen voor het berekenen van vroegtijdig schoolverlaten. Zo is er de ‘vroegtijdige schoolverlaters’ statistiek uit de Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK) van Statbel. De EAK maakt het mogelijk om zinvol te vergelijken tussen Europese landen en regio’s (zoals de Belgische gewesten). In tegenstelling tot de administratieve gegevens van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming gaat het bij de EAK-cijfers echter om schattingen op basis van een enquête. Daardoor moet bij de interpretatie van de EAK-gegevens steeds rekening gehouden worden met een statistische foutenmarge.

 

Referenties

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming: Dataloep

 

  

Contact

Stel je vraag 

 

Naar de statistiek