Levenslang leren (opleidingsdeelname)

 

Bron

Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK), Statbel (Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium) en Labour Force Survey (LFS), Eurostat, bewerking Steunpunt Werk en Statistiek Vlaanderen

  

Definities

Opleidingsdeelname: het aandeel van de bevolking (25-64 jaar) dat in de referentieperiode van 4 weken (of 12 maanden) deelnam aan een opleiding in het reguliere onderwijs of een opleiding volgde buiten het reguliere onderwijs.

  

Opmerkingen bij de kwaliteit

De gegevens over de vroegtijdige schoolverlaters zijn schattingen gebaseerd op een enquête. De Labour Force Survey (LFS) is een officiële enquête die in alle EU28-landen wordt afgenomen. Ze wordt gebruikt voor de constructie van Europese, nationale en regionale statistieken over de arbeidsmarkt. De LFS wordt gecoördineerd door het Europese statistiekbureau Eurostat. Voor België wordt de enquête uitgevoerd door het Belgische statistiekbureau Statbel onder de naam Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK).

De EAK wordt in België uitgevoerd vanaf 1983. Deelname aan de EAK is verplicht voor de geselecteerde huishoudens.

Van 1983 tot 1998 werden de huishoudens 1 maal per jaar bevraagd tijdens een beperkte periode. Vanaf 1999 werd de enquête continu uitgevoerd tijdens het jaar, waarbij de steekproef gelijkmatig werd verdeeld over alle weken van het jaar.

Vanaf 2017 werd een nieuwe methode van enquêtering toegepast. De geselecteerde huishoudens en personen nemen deel aan een eerste bevraging. Daarna worden ze uitgenodigd om in de daaropvolgende 15 maanden nog 3 keer een vragenlijst te beantwoorden. De huishoudens worden in 2 opeenvolgende kwartalen bevraagd, daarna in 2 kwartalen niet en ten slotte in 2 kwartalen opnieuw.

De eerste bevraging gebeurt op dezelfde manier als de jaren voordien: de respondent wordt door een enquêteur uitgenodigd voor een persoonlijk interview waarbij de vragenlijst gezamenlijk wordt doorlopen en de antwoorden worden geregistreerd op een tablet. Deze bevraging is de meest gedetailleerde en wordt begeleid door een enquêteur.

De vervolgbevragingen zijn korter en beperken zich grotendeels tot de aspecten van de arbeidsmarktpositie die gewijzigd zijn in vergelijking met de vorige bevraging.

In het Vlaamse Gewest werden in de periode 1999-2016 gegevens verzameld van ongeveer 20.000 huishoudens en 50.000 personen (huishoudleden). De responsgraad van de EAK in België lag in die periode tussen 75% en 80%.

Vanaf 2017 namen met de nieuwe methode ongeveer 18.000 Vlaamse huishoudens en 44.000 personen deel. In 2019 ging het om 17.967 huishoudens en 43.497 personen.

In de periode 2017-2019 bedroeg de gemiddelde responsgraad in het Vlaamse Gewest bij de eerste bevraging 73%, bij de tweede bevraging 88%, bij de derde bevraging 91% en bij de vierde bevraging 94%.

Aangezien de gegevens verzameld worden via een steekproef, moet bij de interpretatie van de resultaten van de LFS en EAK rekening worden gehouden met een bepaalde onzekerheidsmarge.

Voor de periode 1999-2019 moet men wegens de nieuwe methode rekening houden met een breuk in de tijdreeks tussen 2016 en 2017.

Op basis van de EAK kunnen er cijfers gegeven worden voor gewesten, maar niet voor gemeenschappen.

 

Referenties

Steunpunt Werk: Opleidingsparticipatie en Vlaanderen binnen Europa

Eurostat: Database

  

Contact

Stel je vraag 

 

Naar de statistiek