Werkbaar werk


Bron

Vlaamse Werkbaarheidsmonitor (WBM) van Stichting Innovatie & Arbeid, bewerking Statistiek Vlaanderen

  

Definities

Werkbaar werk: werkbaar werk wordt gemeten aan de hand van 4 aspecten, namelijk psychische vermoeidheid (werkstress), welbevinden in het werk (werkbetrokkenheid en motivatie), leermogelijkheden (kansen op bijblijven en competentieontwikkeling) en werk-privébalans (combinatie van beroepsleven, gezinsleven en sociaal leven). Voor elk van de 4 werkbaarheidsaspecten zijn grenzen bepaald die aangeven of de situatie al dan niet problematisch is. Bij een problematische situatie spreekt men van een “werkbaarheidsknelpunt”.

Werkbaarheidsgraad: het aandeel van de werkenden dat een kwaliteitsvolle job of werkbaar werk heeft. Het gaat om het aandeel werkenden dat geen knelpunten signaleert op volgende 4 werkbaarheidsaspecten: psychische vermoeidheid (werkstress), welbevinden in het werk (werkbetrokkenheid en motivatie), leermogelijkheden (kansen op bijblijven en competentieontwikkeling) en werk-privébalans (combinatie van beroepsleven, gezinsleven en sociaal leven).

De werkbaarheidsgraad wordt gemeten voor zowel werknemers als zelfstandigen.

 

Opmerkingen bij de kwaliteit

De Werkbaarheidsmonitor maakt gebruik van een anonieme schriftelijke bevraging bij een representatieve steekproef van werkende Vlamingen. Vanaf 2013 werd de steekproef van werknemers verdubbeld tot 40.000 personen (uitgezonderd in 2016: 30.000 personen) en die van zelfstandige ondernemers tot 12.000 personen (uitgezonderd in 2016: 10.000 personen). In 2019 lag de netto-responsgraad voor de werknemers op 36% en voor de zelfstandigen op 27,3% in 2016.

De steekproef werd afgebakend naar leeftijd:

  • voor werknemers: tot maximum 69 jaar (en met uitsluiting van werkstudenten);
  • voor zelfstandige ondernemers: minimum 18 jaar en maximum 65 jaar.

Voor de berekening van de werkbaarheidsgraad werden alle respondenten uit de gerealiseerde steekproef genomen.

Bij de interpretatie van de resultaten van de meting van de Werkbaarheidsmonitor moet men rekening houden met een onzekerheidsmarge. Deze onzekerheidsmarge is groter naarmate de steekproef waarop de cijfers berekend worden, kleiner is. Bij de totaalcijfers over de werkbaarheidsgraad moet rekening gehouden worden met een betrouwbaarheidsinterval van maximaal 2 procentpunten.

Er zijn door de Stichting Innovatie & Arbeid al 6 vergelijkbare metingen van de werkbaarheid bij werknemers uitgevoerd (in 2004, 2007, 2010, 2013, 2016 en 2019) en 5 bij zelfstandigen (in 2007, 2010, 2013, 2016 en 2019).

Een uitgebreide methodologische nota is te vinden op de website van de Stichting Innovatie & Arbeid.

 

Referenties

Stichting Innovatie & Arbeid:

  

Contact

Stel je vraag

  

Naar de statistiek