Beroepsinkomen

 

Bron

European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), Statbel en Eurostat, bewerking Statistiek Vlaanderen

 

Definities

Het beroepsinkomen is de totale vergoeding (in geld of natura) die een werkende persoon (werknemer of zelfstandige/zaakvoerder) ontvangt voor de geleverde/verkochte professionele arbeid, goederen en diensten, in de hoofdactiviteit en nevenactiviteit(en) samen.

De term ‘beroepsinkomen’ betekent hier ‘reëel netto beroepsinkomen’.

De term reëel inkomen wijst erop dat rekening is gehouden met de inflatie. Voor de analyse van de evolutie in het Vlaams Gewest in de periode 2005-2017 wordt het nominale huishoudinkomen omgezet in reële termen, na indexering op basis van de consumptieprijsindex (CPI), waarbij 2017=100.
Voor de vergelijking van de EU-landen met verschillende niveaus van consumptieprijzen wordt het huishoudinkomen uitgedrukt in de koopkrachtstandaard op basis van de koopkrachtpariteiten van de consumptie van huishoudens van de
EU-landen (euro KKS).

Het netto beroepsinkomen wordt bekomen door van het bruto beroepsinkomen de directe belastingen en bijdragen voor de sociale zekerheid in mindering te brengen.

Het beroepsinkomen per maand is gelijk aan het beroepsinkomen per jaar gedeeld door 12. Het wordt berekend voor de werkende bevolking van 20-64 jaar.

De jaartallen in de figuur en tekst slaan op het jaar waarin de enquête is afgenomen. Het inkomen is verworven gedurende het jaar voorafgaand aan de enquête. De cijfers van de EU-SILC-survey van 2018 worden berekend op basis van de inkomens van 2017.

Onderwijsniveau:

  • laaggeschoold: personen zonder diploma of hoogstens een diploma lager secundair onderwijs;
  • middengeschoold: personen met hoogstens een diploma hoger secundair onderwijs of met een diploma post-secundair niet-hoger onderwijs;
  • hooggeschoold: personen met een diploma hoger of universitair onderwijs.

  

Opmerkingen bij de kwaliteit

De gegevens over het beroepsinkomen zijn schattingen gebaseerd op de EU-SILC-survey naar inkomens en andere levensomstandigheden. Die heeft als doel om binnen de Europese Unie vergelijkbare statistieken over onder meer inkomens op te stellen.

De uitvoering van de EU-SILC-survey is sinds 2004 bij Europese verordening verplicht voor alle landen. De EU-SILC wordt gecoördineerd door het Europese statistiekbureau Eurostat en voor België uitgevoerd door het Belgische statistiekbureau Statbel. Het betreft een enquête die wordt afgenomen bij een steekproef van private huishoudens uit het Rijksregister, waarbij de referentiepersoon van het huishouden (gezinshoofd) wordt geïnterviewd en elk huishoudlid van 16 jaar en ouder. Vanaf 2004 is de EU-SILC opgebouwd als een 4 jaar durend roterend panel. Dat betekent dat elk jaar een kwart van de huishoudens vervangen wordt door een nieuwe steekproef van huishoudens.

De responsgraad van de EU-SILC-survey in België bedraagt ongeveer 60%. In het Vlaamse Gewest worden in totaal via de huishoud- en individuele vragenlijst gegevens verzameld voor ongeveer 7.000 personen.

Bij de interpretatie van de resultaten van de EU-SILC-survey moet rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. Deze onzekerheidsmarge is groter naarmate de steekproef waarop de cijfers berekend worden, kleiner is.

Daarnaast is het zo dat in surveyonderzoek bepaalde kwetsbare bevolkingsgroepen (zoals personen in collectieve huishoudens, personen zonder wettige verblijfsvergunning of dak- en thuislozen) niet of nauwelijks vertegenwoordigd zijn.

  

Referenties

Statbel: EU-SILC-survey

Eurostat: Database

 

Contact

Stel je vraag

 

Naar de statistiek