Bevolking in een huishouden met zeer lage werkintensiteit 


 

Bron

European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), Statbel & Eurostat, bewerking Statistiek Vlaanderen 

 

Definities

De bevolking in een huishouden met zeer lage werkintensiteit geeft het aandeel en aantal personen van 0 tot en met 59 jaar weer die leven in een huishouden met een werkintensiteit lager dan 0,2.

Werkintensiteit: de werkintensiteit van het huishouden wordt berekend op basis van het totaal aantal gewerkte maanden van alle leden van het huishouden van 18 tot 59 jaar (met uitzondering van studenten van 18 tot 24 jaar) in het jaar voorafgaand aan de enquête. Dat aantal gewerkte maanden wordt afgezet ten opzichte van het totaal aantal maanden dat de volwassenen in dat jaar hadden kunnen werken. Is die verhouding kleiner dan 0,2 dan wordt het huishouden beschouwd als een huishouden met zeer lage werkintensiteit.

De jaartallen in de figuur slaan op het jaar waarin de enquête wordt afgenomen. De werkintensiteit wordt berekend op basis van het aantal gewerkte maanden in het jaar voorafgaand aan de enquête.

 

Onderwijsniveau (voor personen van 18 jaar en ouder) 

  • laaggeschoold: personen zonder diploma of hoogstens een diploma lager secundair onderwijs; 

  • middengeschoold: personen met hoogstens een diploma hoger secundair onderwijs of met een diploma post-secundair niet-hoger onderwijs; 

  • hooggeschoold: personen met een diploma hoger of universitair onderwijs. 

 

Functiebeperking: een persoon heeft een functiebeperking als hij of zij zelf aangeeft af en toe of voortdurend hinder te ondervinden in zijn dagelijkse bezigheden door een langdurige ziekte, aandoening of handicap. 


 

Opmerkingen bij de kwaliteit

De gegevens over het aandeel personen in een huishouden met zeer lage werkintensiteit zijn schattingen gebaseerd op een enquête. Het gaat om de EU-SILC-survey naar inkomens en andere levensomstandigheden die als doel heeft om binnen de Europese Unie vergelijkbare statistieken over onder meer armoede en sociale uitsluiting op te stellen. De uitvoering van de EU-SILC-survey is sinds 2004 bij Europese verordening verplicht voor alle landen. De EU-SILC wordt gecoördineerd door het Europese statistiekbureau Eurostat en voor België uitgevoerd door het Belgische statistiekbureau Statbel. Het betreft een enquête die wordt afgenomen bij een steekproef van private huishoudens uit het Rijksregister, waarbij de referentiepersoon van het huishouden (gezinshoofd) wordt geïnterviewd en elk huishoudlid van 16 jaar en ouder. Vanaf 2004 is de EU-SILC opgebouwd als een 4 jaar durend roterend panel. Dat betekent dat elk jaar een kwart van de huishoudens vervangen wordt door een nieuwe steekproef van huishoudens.

De responsgraad van de EU-SILC-survey in België bedraagt ongeveer 60%. In het Vlaamse Gewest worden in totaal via de huishoud- en individuele vragenlijst gegevens verzameld voor ongeveer 7.000 personen.

Bij de interpretatie van de resultaten van de EU-SILC-survey moet rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. Deze onzekerheidsmarge is groter naarmate de steekproef waarop de cijfers berekend worden, kleiner is. De in de figuur opgenomen onzekerheidsmarges zijn berekend door Statbel. Voor de jaren waar geen onzekerheidsmarges van Statbel beschikbaar zijn (2004-2009) gaat het om een schatting op basis van de onzekerheidsmarges in de andere jaren.

Daarnaast is het zo dat in surveyonderzoek bepaalde kwetsbare bevolkingsgroepen (zoals personen in collectieve huishoudens, personen zonder wettige verblijfsvergunning of dak- en thuislozen) niet of nauwelijks vertegenwoordigd zijn. 


 

Referenties 

Statbel: EU-SILC-survey
Eurostat: Database

 

Contact