Deelname aan het georganiseerde sportaanbod 

 

Bron 

SCV-survey, bewerking Statistiek Vlaanderen 


 

Definities 

Lidmaatschap wordt hier gemeten op basis van volgende vraag in de SCV-Survey: 

In ons land zijn nogal wat mensen aangesloten bij verenigingen. Ik ga u een lijst met een aantal soorten verenigingen voorlezen. Kunt u mij zeggen of u daar nu lid van bent of soms vroeger lid bent van geweest en indien u nu lid bent of dat dan is als actief lid, passief lid of bestuurslid? 
 
Met een passief lid bedoelen wij iemand die enkel het lidgeld betaalt en/of het tijdschrift leest; een actief lid is iemand die aan de activiteiten van de vereniging deelneemt en een bestuurslid is iemand die binnen de vereniging een officiële functie vervult zoals voorzitter, secretaris, penningmeester. 

In de voorgelegde lijst zit volgende optie: een sportvereniging of club (ook wandelen, schaken). 

Daarnaast kan lidmaatschap ook gemeten worden door de leden te tellen van een sportclub aangesloten bij een door Sport Vlaanderen erkende sportfederatie. Deze cijfers zijn momenteel nog niet beschikbaar, ze zitten momenteel in het proces van datacleaning. Deze zullen beschikbaar zijn in het voorjaar van 2019. 

 

Opmerkingen bij de kwaliteit 

Omwille van de vergelijkbaarheid in de tijd werd voor de surveydata de populatie afgebakend tot de 18 tot 75-jarige Vlamingen met Belgische nationaliteit.  

De SCV-survey 'Sociaal-culturele verschuivingen in Vlaanderen' is een jaarlijkse face-to-face survey bij een toevallige steekproef van Nederlandstalige inwoners in het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. De survey peilt naar opvattingen, overtuigingen en gedragingen van Vlamingen met betrekking tot maatschappelijk en beleidsrelevante thema's. Jaarlijks worden 1.500 bruikbare interviews gerealiseerd. De responsgraad bedraagt circa 60%, maar is in de surveyjaren 2017 en 2018 teruggelopen tot respectievelijk 55 en 50%.

Er gaat veel aandacht naar het volgen van kwaliteitsrichtlijnen, zowel bij het uitwerken van de vragenlijst, de steekproeftrekking, het wegen van de data als de training van interviewers. De gebruiker moet zich er echter van bewust zijn dat de percentages op basis van surveydata een schatting zijn van de overeenkomstige populatiepercentages binnen een interval. De grootte van dat interval is afhankelijk van het bekomen percentage en van de steekproefomvang. Bij een steekproefomvang van 1.500 respondenten bedraagt het betrouwbaarheidsinterval rond een gerapporteerd percentage van 50% ongeveer 5 procentpunten, dus 47,5%-52,5%. Voor gerapporteerde percentages van 20% of 80% is dat interval kleiner, maar voor kleinere groepen (bijvoorbeeld één opleidingsniveau of één gezinstype) is het interval groter.

Alle percentages en gemiddelden zijn gewogen. De gewichten die daarbij gebruikt worden, proberen de onder- of oververtegenwoordiging van bepaalde categorieën te compenseren. Die onder- of oververtegenwoordiging kan het gevolg zijn van onder meer steekproeffouten of verschillen in non-respons. 


 

Referenties 

Statistiek Vlaanderen: SCV-survey 

 

 

Contact