Mediabezit

 

Bron

Survey Sociaal-culturele verschuivingen in Vlaanderen (SCV), Statistiek Vlaanderen

 

Definities

Mediabezit wordt in de SCV-survey opgevolgd via volgende vragen:

  • ‘Beschikt u in huis over een internetaansluiting?’
  • ‘Ik ga u nu een lijst voorleggen met een aantal toestellen. Kunt u mij voor ieder van de opgesomde toestellen zeggen of u hierover in huis al dan niet beschikt?’
    • een radiotoestel (zowel in huis of in de auto)
    • een televisietoestel
    • een computer, waaronder een bureaucomputer, een laptop, een netbook of een tablet
    • een smartphone zoals een iPhone, een Android-toestel, een Windows Phone, …
  • ‘Beschikt u in huis over een dagblad? Het betreft alle papieren kranten die ‘in huis’ ter beschikking zijn, ongeacht van wie ze eigendom zijn of wie ze aangekocht heeft.

‘Met “in huis” bedoelen we de plaats waar u het grootste deel van de tijd woont of verblijft.’

De vraag over mediabezit onderging een aantal wijzigingen doorheen de jaren.

De populatie van de SCV-survey veranderde door de jaren heen. De eerste survey werd uitgevoerd in 1996. Tot 2008 werden alleen Belgen ondervraagd (selectie Rijksregister), vanaf 2009 werden ook niet-Belgen bevraagd. Er zijn ook leeftijdsverschillen. Tot 2000 zaten er ook 16- en 17-jarigen in de steekproef, vanaf 2001 was 18 jaar de ondergrens. Tot 1999 was 75 jaar de bovengrens. In 2000 werd die bovengrens op 85 jaar gezet. Vanaf 2009 is er geen bovengrens meer. De populatie van 1996 werd hier als vergelijkingsbasis genomen. Voor de vraag over mediabezit wordt dus gekeken naar 18- tot 75-jarige Vlamingen met Belgische nationaliteit.
 

De gegevens kunnen opgedeeld worden naar onder meer geslacht, leeftijd, huishoudtype en onderwijsniveau. Bij onderwijsniveau gaat het om volgende groepen:

  • laaggeschoolden: personen zonder diploma of hoogstens een diploma lager secundair onderwijs;
  • middengeschoolden: personen met hoogstens een diploma hoger secundair onderwijs of met een diploma post-secundair niet-hoger onderwijs;
  • hooggeschoolden: personen met een diploma hoger of universitair onderwijs.

Op basis van de woonplaats van de respondenten kunnen de gegevens worden ingedeeld naar urbanisatiegraad. Daarbij wordt een opdeling gemaakt in 6 groepen gemeenten: grootsteden, centrumsteden, stedelijke rand, kleinere steden, overgangsgebied en platteland. Deze indeling is gebaseerd op het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, waarbij enerzijds enkele categorieën zijn samen genomen in ‘kleinere steden’ en anderzijds het buitengebied op basis van het Strategisch Plan Ruimtelijke Economie is opgesplitst in ‘overgangsgebied’ en ‘platteland’. De 19 Brusselse gemeenten worden bij de grootsteden gerekend. Een overzicht van de indeling van de Vlaamse en Brusselse gemeenten per groep is hier te vinden.

 

Opmerkingen bij de kwaliteit

De SCV-survey 'Sociaal-culturele verschuivingen in Vlaanderen' is een jaarlijkse face-to-face survey bij een toevallige steekproef van Nederlandstalige inwoners in het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. De survey peilt naar opvattingen, overtuigingen en gedragingen van Vlamingen met betrekking tot maatschappelijk en beleidsrelevante thema's. Jaarlijks worden ongeveer 1.500 bruikbare interviews afgenomen. De responsgraad bedraagt circa 60%.

Er gaat veel aandacht naar het volgen van kwaliteitsrichtlijnen, zowel bij het uitwerken van de vragenlijst, de steekproeftrekking, het wegen van de data als de training van interviewers. Belangrijk om weten is dat de percentages op basis van surveydata een schatting zijn van de overeenkomstige populatiepercentages binnen een interval. De grootte van dat interval is afhankelijk van het bekomen percentage en van de steekproefomvang. Bij een steekproefomvang van 1.500 respondenten bedraagt het betrouwbaarheidsinterval rond een gerapporteerd percentage van 50% ongeveer 5 procentpunten, dus 47,5%-52,5%. Voor gerapporteerde percentages van 20% of 80% is dat interval kleiner, maar voor kleinere groepen (bijvoorbeeld één opleidingsniveau of één gezinstype) is het interval groter.

Alle percentages en gemiddelden zijn gewogen. De gewichten proberen de onder- of oververtegenwoordiging van bepaalde categorieën te compenseren. Die onder- of oververtegenwoordiging kan het gevolg zijn van onder meer steekproeffouten of verschillen in non-respons.

 

Referenties

Statistiek Vlaanderen: SCV-survey

 

Contact

Stel je vraag

 

Naar de statistiek