Mediabezit

 

Bron

Survey Sociaal-culturele verschuivingen in Vlaanderen (SCV), Statistiek Vlaanderen

 

Definities

Gebruik van online toepassingen wordt in de SCV-survey opgevolgd via volgende vraag:

“Ik ga u nu een lijst voorleggen met zaken waarvoor u internet kan gebruiken.

Kunt u mij zeggen hoe vaak u internet voor ieder van deze toepassingen gebruikt”

  • voor communicatie zoals e-mail, telefoneren, sms, chatten, …
  • om informatie te zoeken over een onderwerp of over goederen en diensten
  • om met de overheid in contact te komen zoals informatie opvragen, formulieren online invullen, …
  • voor financiële diensten zoals internetbankieren, het verhandelen van aandelen of het afsluiten van een lening of een verzekering
  • om goederen aan te kopen voor privé-doeleinden
  • om goederen te verkopen voor privé-doeleinden
  • om spelletjes te spelen
  • om te kijken/luisteren naar muziek, films, radio, televisie, videofilmpjes, …
  • om muziek, clips, films te downloaden om ze later via een ander toestel zoals een mp3-speler, een i-pod of een dvd-speler te beluisteren of te bekijken
  • om iets bij te leren via online cursussen of via de participatie aan debatten, nieuwsgroepen enz.
  • om het nieuws of de actualiteit te volgen
  • om een reële afstand virtueel te overbruggen via videoconferencing of telewerken
  • om eigen gemaakte videofilms, weblogs, websites, … aan te bieden op het internet
  • om deel te nemen aan virtuele gemeenschappen zoals facebook, netlog, linkedln, twitter, …

De antwoordmogelijkheden zijn telkens:

1: nooit
2: bijna nooit
3: enkele keren per jaar
4: 1 tot 3 keer per maand
5: 1 tot 3 keer per week
6: bijna elke dag
7: elke dag

Personen die geen antwoord gaven werden niet opgenomen in de berekeningen.

Enkel de respondenten die aangeven ooit het internet gebruikt te hebben worden meegenomen in de berekening van de percentages. Een persoon wordt beschouwd als een regelmatige gebruiker van een online toepassing als hij bovenstaande vraag beantwoordt met de antwoorden 3 tot en met 7.

De vraag over mediabezit onderging wijzigingen doorheen de jaren

De populatie van de SCV-survey veranderde door de jaren heen. De eerste survey werd uitgevoerd in 1996. Tot 2008 werden alleen Belgen ondervraagd (selectie Rijksregister), vanaf 2009 werden ook niet-Belgen bevraagd. Er zijn ook leeftijdsverschillen. Tot 2000 zaten er ook 16- en 17-jarigen in de steekproef, vanaf 2001 was 18 jaar de ondergrens. Tot 1999 was 75 jaar de bovengrens. In 2000 werd die bovengrens op 85 jaar gezet. Vanaf 2009 is er geen bovengrens meer. De populatie van 1996 werd hier als vergelijkingsbasis genomen. Voor deze vraag kijken we dus naar 18 tot 75-jarige Vlamingen met de Belgische nationaliteit.
 

De gegevens kunnen opgedeeld worden naar onder meer geslacht, leeftijd, huishoudtype en onderwijsniveau. Bij onderwijsniveau gaat het om volgende groepen:

  • laaggeschoolden: personen zonder diploma of hoogstens een diploma lager secundair onderwijs;
  • middengeschoolden: personen met hoogstens een diploma hoger secundair onderwijs of met een diploma post-secundair niet-hoger onderwijs;
  • hooggeschoolden: personen met een diploma hoger of universitair onderwijs.

Op basis van de woonplaats van de respondenten kunnen de gegevens worden ingedeeld naar urbanisatiegraad. Daarbij wordt een opdeling gemaakt in 6 groepen gemeenten: grootsteden, centrumsteden, stedelijke rand, kleinere steden, overgangsgebied en platteland. Deze indeling is gebaseerd op het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, waarbij enerzijds enkele categorieën zijn samen genomen in ‘kleinere steden’ en anderzijds het buitengebied op basis van het Strategisch Plan Ruimtelijke Economie is opgesplitst in ‘overgangsgebied’ en ‘platteland’. De 19 Brusselse gemeenten worden bij de grootsteden gerekend. Een overzicht van de indeling van de Vlaamse en Brusselse gemeenten per groep vindt u hier.

 

Opmerkingen bij de kwaliteit

De SCV-survey 'Sociaal-culturele verschuivingen in Vlaanderen' is een jaarlijkse face-to-face survey bij een toevallige steekproef van Nederlandstalige inwoners in het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. De survey peilt naar opvattingen, overtuigingen en gedragingen van Vlamingen met betrekking tot maatschappelijk en beleidsrelevante thema's. Jaarlijks worden ongeveer 1.500 bruikbare interviews gerealiseerd. De responsgraad bedraagt circa 60%.

Er gaat veel aandacht naar het volgen van kwaliteitsrichtlijnen, zowel bij het uitwerken van de vragenlijst, de steekproeftrekking, het wegen van de data als de training van interviewers. De gebruiker moet zich er echter van bewust zijn dat de percentages op basis van surveydata een schatting zijn van de overeenkomstige populatiepercentages binnen een interval. De grootte van dat interval is afhankelijk van het bekomen percentage en van de steekproefomvang. Bij een steekproefomvang van 1.500 respondenten bedraagt het betrouwbaarheidsinterval rond een gerapporteerd percentage van 50% ongeveer 5 procentpunten, dus 47,5%-52,5%. Voor gerapporteerde percentages van 20% of 80% is dat interval kleiner, maar voor kleinere groepen (bijvoorbeeld één opleidingsniveau of één gezinstype) is het interval groter.

Alle percentages en gemiddelden zijn gewogen. De gewichten die daarbij gebruikt worden, proberen de onder- of oververtegenwoordiging van bepaalde categorieën te compenseren. Die onder- of oververtegenwoordiging kan het gevolg zijn van onder meer steekproeffouten of verschillen in non-respons.

 

Referenties

Statistiek Vlaanderen: SCV-survey

 

Contact

Stel je vraag

 

Naar de statistiek