Algemene levenstevredenheid

 

Bron

Survey Sociaal-culturele verschuivingen in Vlaanderen (SCV), Statistiek Vlaanderen

 

Definities

De algemene levenstevredenheid werd gemeten met de volgende algemene vraag :

“Alles bij elkaar genomen, hoe tevreden bent u vandaag de dag met uw leven over het algemeen?

De respondent kon antwoorden met een score van 0 tot 10, waarbij 0 uiterst ontevreden betekent en 10 uiterst tevreden betekent.”

 

De vraag naar de tevredenheid met verschillende aspecten luidde:

“Mensen kunnen tevreden of niet tevreden zijn over bepaalde aspecten van hun dagelijks leven. Ik zal u een aantal aspecten voorlezen. Zou u voor elk aspect willen zeggen in welke mate u hierover tevreden of ontevreden bent?” Daarop volgde de lijst met de 11 items.

De antwoordmogelijkheden waren:

1: heel ontevreden
2: ontevreden
3: tevreden
4: heel tevreden

Personen die geen antwoord gaven werden niet opgenomen in de berekeningen. Categorieën 1 en 2 en categorieën 3 en 4 werden samengenomen. Het aantal respondenten kan verschillen omdat niet alle items op alle respondenten van toepassing zijn.

De populatie van de SCV-survey veranderde door de jaren heen. Tot 2008 werden alleen Belgen ondervraagd (selectie Rijksregister), vanaf 2009 werden ook niet-Belgen bevraagd.

Er zijn ook leeftijdsverschillen. Tot 2000 zaten er ook 16- en 17-jarigen in de steekproef, vanaf 2001 was 18 jaar de ondergrens. Tot 1999 was 75 jaar de bovengrens. In 2000 werd die bovengrens op 85 jaar gezet. Vanaf 2009 is er geen bovengrens meer.

De vraag over algemene levenstevredenheid werd voor de eerste keer gesteld in 2008. Voor de vergelijking over alle jaargangen heen, kijken we naar de 18- tot 75-jarige Belgen, gezien de data over de tevredenheid over de deelaspecten terug gaan tot in 1996.

De gegevens kunnen opgedeeld worden naar onder meer geslacht, leeftijd, huishoudtype en onderwijsniveau. Bij onderwijsniveau gaat het om volgende groepen:

  • laaggeschoolden: personen zonder diploma of hoogstens een diploma lager secundair onderwijs;
  • middengeschoolden: personen met hoogstens een diploma hoger secundair onderwijs of met een diploma post-secundair niet-hoger onderwijs;
  • hooggeschoolden: personen met een diploma hoger of universitair onderwijs.

Op basis van de woonplaats van de respondenten kunnen de gegevens worden ingedeeld naar urbanisatiegraad. Daarbij wordt een opdeling gemaakt in 6 groepen gemeenten: grootsteden, centrumsteden, stedelijke rand, kleinere steden, overgangsgebied en platteland. Deze indeling is gebaseerd op het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, waarbij enerzijds enkele categorieën zijn samen genomen in ‘kleinere steden’ en anderzijds het buitengebied op basis van het Strategisch Plan Ruimtelijke Economie is opgesplitst in ‘overgangsgebied’ en ‘platteland’. De 19 Brusselse gemeenten worden bij de grootsteden gerekend. Een overzicht van de indeling van de Vlaamse en Brusselse gemeenten per groep vindt u hier.

 

Opmerkingen bij de kwaliteit

De SCV-survey 'Sociaal-culturele verschuivingen in Vlaanderen' is een jaarlijkse face-to-face survey bij een toevallige steekproef van Nederlandstalige inwoners in het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. De survey peilt naar opvattingen, overtuigingen en gedragingen van Vlamingen met betrekking tot maatschappelijk en beleidsrelevante thema's. Jaarlijks worden 1.500 bruikbare interviews gerealiseerd. De responsgraad bedraagt circa 60%, maar is in de surveyjaren 2017 en 2018 terggelopen tot respectievelijk 55 en 50%.

Er gaat veel aandacht naar het volgen van kwaliteitsrichtlijnen, zowel bij het uitwerken van de vragenlijst, de steekproeftrekking, het wegen van de data als de training van interviewers. De gebruiker moet zich er echter van bewust zijn dat de percentages op basis van surveydata een schatting zijn van de overeenkomstige populatiepercentages binnen een interval. De grootte van dat interval is afhankelijk van het bekomen percentage en van de steekproefomvang. Bij een steekproefomvang van 1.500 respondenten bedraagt het betrouwbaarheidsinterval rond een gerapporteerd percentage van 50% ongeveer 5 procentpunten, dus 47,5%-52,5%. Voor gerapporteerde percentages van 20% of 80% is dat interval kleiner, maar voor kleinere groepen (bijvoorbeeld één opleidingsniveau of één gezinstype) is het interval groter.

Alle percentages en gemiddelden zijn gewogen. De gewichten die daarbij gebruikt worden, proberen de onder- of oververtegenwoordiging van bepaalde categorieën te compenseren. Die onder- of oververtegenwoordiging kan het gevolg zijn van onder meer steekproeffouten of verschillen in non-respons.

 

Referenties

Statistiek Vlaanderen: SCV-survey

 

Contact

Stel je vraag

 

Naar de statistiek