Huishoudens met een breedbandconnectie

 

Bron

Enquête ICT- en internetgebruik bij huishoudens, Statbel, Eurostat

 

Definities

In de Eurostatvragenlijst wordt vast en mobiel breedband als volgt omschreven:

  • Een vaste breedbandverbinding (wifi of via een draad), namelijk

    • via de telefoonlijn (ADSL, VDSL, SHDSL of ander DSL-type);
    • via kabel, glasvezel, Ethernet, PLC en zo verder;
    • via satelliet; 
    • via een hotspot (openbaar wifinetwerk) heel dicht bij huis die ook bij mij thuis toegankelijk is.
  • Een mobiele breedbandverbinding (3G, 4G bijvoorbeeld UMTS, LTE, mobiele WiMAX) van een gsm-netwerk via een gsm, smartphone of via een ander apparaat met een USB-sleutel (dongel), gsm- of smartphonemodem of met een kaart (bijvoorbeeld via een desktop, laptop of tablet met een geïntegreerde simkaart).

Een mobiele smalbandverbinding (zoals bijvoorbeeld EDGE, 2G+, GPRS, WAP) via een gsm, smartphone of een modem in een laptop is niet opgenomen in deze statistiek.

De cijfers voor mobiel en vast breedband zijn niet bruikbaar voor 2018 en 2019: een significant aantal respondenten die thuis een wifiverbinding hebben, hebben deze internetverbinding ten onrechte als een mobiele breedbandverbinding aanzien.

Het inkomen betreft het gemiddelde maandelijkse netto-inkomen van alle gezinsleden samen.

 

Opmerkingen bij de kwaliteit

De enquête over ICT- en internetgebruik bij huishoudens en individuen (ICT-enquête bij huishoudens en individuen) is een jaarlijks door Eurostat gecoördineerde bevraging in de lidstaten van de Europese Unie. Voor de organisatie van de bevraging en voor de verwerking van de Belgische cijfers is Statbel (Algemene Directie Statistiek van de FOD Economie, Statistics Belgium) verantwoordelijk.

De steekproef van de ICT-enquête bij huishoudens en individuen is in België een deelsteekproef van de enquête naar de arbeidskrachten (EAK). Na het afnemen van de enquête naar de arbeidskrachten vraagt de interviewer of de laatst verjaarde persoon van het huishouden van minstens 16 jaar en jonger dan 75 jaar zelfstandig de ICT-enquête wil invullen. Sinds 2009 worden er twee methodes van dataverzameling gebruikt: CAWI (Computer Assisted Web Interviewing) via een webapplicatie; SAPQ (Self Administered Paper Questionnaire) via een papieren formulier. Vóór 2009 werd de enquête mondeling afgenomen door een enquêteur. Er is een rappel met nieuwe vragenlijst voorzien als het huishouden na 14 dagen nog niet heeft geantwoord.

De huishoudens die voor de ICT-enquête in aanmerking komen, zijn de privéhuishoudens met ten minste één persoon in de leeftijdsrange van 16 tot en met 74 jaar die voor het eerste of tweede trimester deelnemen aan de doorlopende enquête naar de arbeidskrachten. Het veldwerk loopt van januari tot eind augustus. Vóór de hervorming van de EAK in 2017 volstond het tweede kwartaal om voldoende huishoudens te hebben en liep het veldwerk van april tot eind augustus.

Na validatie bleven bij de editie van 2019 6.083 huishoudens over. Dat is 67,4% van de huishoudens die aan de enquête naar de arbeidskrachten 2019 deelgenomen hebben en op basis van het vermelde leeftijdscriterium in aanmerking kwamen voor de ICT-enquête bij huishoudens en individuen, en 49,7% van de initiële brutosteekproef van de enquête naar de arbeidskrachten 2019 met uitsluiting van de huishoudens waarbij niet voldaan is aan bovenstaand leeftijdscriterium. De 6.083 huishoudens, die de nettosteekproef vormen, zijn als volgt over de drie gewesten verdeeld: 776 uit het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, 3.138 uit het Vlaamse Gewest en 2.169 uit het Waalse Gewest.

 

Referenties

Statbel: ICT-gebruik in huishoudens

Metadata Statbel: ICT-gebruik in huishoudens

Eurostat: ICT-gebruik in huishoudens

 

Contact

Stel je vraag

 

Naar de statistiek