Beveiligingsacties op het internet door burgers

 

Bron

Statbel, Eurostat

 

Definities

De eerste statistiek betreft het maken van back-ups van bestanden van de computer op een externe drager of naar een opslagruimte op het internet. Het maakt hierbij niet uit of de back-up automatisch en/of manueel gebeurt. Bestanden zijn bijvoorbeeld documenten, afbeeldingen en zo verder. Een externe gegevensdrager is een cd, een dvd, een externe harde schijf of een USB-stick. Een opslagruimte op het internet is onder andere iCloud, Google Drive, Dropbox, OneDrive (voorheen Skydrive) of Amazon Cloud Drive.

Een webbrowser of internetbrowser is een computerprogramma om webpagina’s te kunnen bekijken. Enkele voorbeelden zijn Internet Explorer, Mozilla Firefox, Google Chrome, Safari of Opera. De statistiek betreft het wijzigen van de instellingen van de webbrowser om de aanmaak van cookies op de eigen computer te verhinderen of te beperken. Cookies zijn tekstbestanden op de computer waarin bepaalde gegevens (naam, wachtwoord en dergelijke) van de internetgebruiker worden opgeslagen. Dergelijke cookies kunnen gebruikt worden om de online handelingen en activiteiten van de internetgebruiker te volgen, een profiel van hem te maken en hem advertenties op maat voor te schotelen.

Het onderwijsniveau is gebaseerd op de internationaal erkende ISCED-indeling (International Standard Classification of Education). Laaggeschoolden zijn diegenen die ofwel geen diploma hebben ofwel ten hoogste een diploma van lager secundair onderwijs (eerste graad)(ISCED 0-2). Middengeschoolden hebben als hoogste diploma een van hoger secundair of "postsecundair" (niet hoger) onderwijs (ISCED 3-4). Hooggeschoolden hebben een diploma hoger onderwijs (ISCED 5-6).

De groep met het laagste inkomen betreft de personen uit huishoudens met een inkomen van 1.199 euro per maand of minder; de tweede groep de personen uit huishoudens met een inkomen tussen 1.200 en 1.899 euro per maand; de derde groep de personen uit huishoudens met een inkomen tussen 1.900 en 2.999 euro per maand; en de groep met het hoogste inkomen de personen uit huishoudens met 3.000 euro per maand of meer.

 

Opmerkingen bij de kwaliteit

De enquête over ICT- en internetgebruik bij huishoudens en individuen (ICT-enquête bij huishoudens en individuen) is een jaarlijks door Eurostat gecoördineerde bevraging in de lidstaten van de Europese Unie. Voor de organisatie van de bevraging en voor de verwerking van de Belgische cijfers is Statbel (de Algemene Directie Statistiek van de FOD Economie, Statistics Belgium) verantwoordelijk.

De steekproef van de ICT-enquête bij huishoudens en individuen is in België een deelsteekproef van de enquête naar de arbeidskrachten (EAK). Na het afnemen van de enquête naar de arbeidskrachten vraagt de interviewer of de laatst verjaarde persoon van het huishouden van minstens 16 jaar en jonger dan 75 jaar zelfstandig de ICT-enquête wil invullen. Sinds 2009 worden er twee methodes van dataverzameling gebruikt: CAWI (Computer Assisted Web Interviewing) via een webapplicatie; SAPQ (Self Administered Paper Questionnaire) via een papieren formulier. Vóór 2009 werd de enquête mondeling afgenomen door een enquêteur. Er is een rappel met nieuwe vragenlijst voorzien als het huishouden na 14 dagen nog niet heeft geantwoord.

De huishoudens die voor de ICT-enquête in aanmerking komen, zijn de privéhuishoudens met ten minste één persoon in de leeftijdsrange van 16 tot en met 74 jaar die voor het eerste of tweede trimester deelnemen aan de doorlopende enquête naar de arbeidskrachten. Het veldwerk loopt van januari tot eind augustus. Vóór de hervorming van de EAK in 2017 volstond het tweede kwartaal om voldoende huishoudens te hebben en liep het veldwerk van april tot in augustus.

In 2015 namen 64% van deze huishoudens die aan de enquête naar de arbeidskrachten deelnamen, ook aan de ICT-enquête bij huishoudens en individuen deel. Dat komt neer op 6.418 huishoudens. Daaronder waren echter in totaal 361 huishoudens waarvoor de enquête niet gevalideerd werd (bijvoorbeeld doordat te veel vragen waarop geantwoord moest worden, niet beantwoord werden). Na validatie bleven dus uiteindelijk 6.057 huishoudens over (de nettosteekproef voor de ICT-enquête bij huishoudens en individuen). Dat is 60,4% van de huishoudens die aan de enquête naar de arbeidskrachten 2015 deelgenomen hebben en op basis van het vermelde leeftijdscriterium in aanmerking kwamen voor de ICT-enquête bij huishoudens en individuen, en 43,8% van de initiële brutosteekproef van de Enquête naar de Arbeidskrachten 2015 met uitsluiting van de huishoudens waarbij niet voldaan is aan bovenstaand leeftijdscriterium. De 6.057 huishoudens, die de nettosteekproef vormen, zijn als volgt over de 3 gewesten verdeeld: 727 uit het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, 3.262 uit het Vlaamse Gewest en 2.068 uit het Waalse Gewest.

In 2016 bleven na validatie 5.055 huishoudens over. Dat is 58,6% van de huishoudens die aan de enquête naar de arbeidskrachten 2016 deelgenomen hebben en op basis van het vermelde leeftijdscriterium in aanmerking kwamen voor de ICT-enquête bij huishoudens en individuen, en 41,7% van de initiële brutosteekproef van de enquête naar de arbeidskrachten 2016 met uitsluiting van de huishoudens waarbij niet voldaan is aan bovenstaand leeftijdscriterium. De 5.055 huishoudens, die de nettosteekproef vormen, zijn als volgt over de 3 gewesten verdeeld: 630 uit het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, 2.614 uit het Vlaamse Gewest en 1.811 uit het Waalse Gewest.

 

Referenties

Statbel: ICT-gebruik in huishoudens

Metadata Statbel: ICT-gebruik in huishoudens

Eurostat: ICT-gebruik in huishoudens

 

Contact

Stel je vraag

 

Naar de statistiek