Modale verdeling woon-werkverkeer

 

Bron

Departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW), Onderzoek Verplaatsingsgedrag

 

Definities

Percentage van de woon-werkverplaatsingen door beroepsactieven waarvoor gebruik wordt gemaakt van de betreffende vervoerswijze als hoofdvervoerswijze (d.w.z. voor het grootste deel van de af te leggen afstand).

Hoofdvervoermiddel: het vervoermiddel dat gebruikt wordt voor het grootste deel van de afstand van de verplaatsing. Soms bestaan die verplaatsingen uit een combinatie van vervoermiddelen. Bijvoorbeeld eerst met de fiets naar het station, om daar de trein te nemen. Hier wordt dus gevraagd naar het vervoermiddel waarmee de langste afstand werd afgelegd.

De hier zichtbare categorieën zijn een samenvoeging van enkele categorieën uit het Onderzoek Verplaatsingsgedrag:

  • Te voet = te voet
  • Fiets = fiets + elektrische fiets
  • Bus, tram, metro = lijnbus + tram of metro + autocar
  • Trein = trein
  • Auto = autobestuurder + autopassagier
  • Ander = brom/motorfiets + motor + andere

De hier getoonde percentages zijn berekend op het totaal aantal respondenten dat een antwoord gaf op deze onderzoeksvraag (valid percent, dus exclusief non-respons); In het Onderzoek Verplaatsingsgedrag is er wel een categorie “geen antwoord”. Bij de hier getoonde percentages wordt geen rekening gehouden met de respondenten uit die categorie. De categorie “geen antwoord” was telkens kleiner dan 1%.

 

Opmerkingen bij de kwaliteit

Bij het Onderzoek Verplaatsingsgedrag, een waarin de respondent gevraagd wordt de verplaatsingen op één dag te noteren (verplaatsingsboekje), zijn circa 1.600 respondenten uit Vlaanderen per jaar betrokken.

Voor elke respondent is een lukraak bepaalde dag in de periode van 15 januari (jaar t) tot 15 januari (jaar t+1) genomen. Voor de cijfers tot en met 2013 was dit de periode van september (jaar t-1) tot augustus (jaar t).

Deze statistiek betreft de modale verdeling van het woonwerkverkeer volgens het aantal verplaatsingen. Er zijn alternatieven om deze statistiek te berekenen:

  • Zo is er ook de verdeling op basis van het aantal personen. (Ook uit het Onderzoek verplaatsingsgedrag.) Hierbij wordt aan de respondenten zelf gevraagd wat hun hoofdvervoermiddel naar het werk is. Bij de modale verdeling volgens aantal verplaatsingen wordt gekeken naar de verplaatsingen die geregistreerd werden met het motief “werk”, en daarbij werd gekeken naar het voertuig waarmee de langste afstand werd afgelegd (hoofdvervoermiddel).
  • Nog een alternatief om de modale verdeling te berekenen is het aantal personenkilometer per modus te gebruiken, en vervolgens de aandelen ten opzichte van de totaalsom weer te geven.

 

Referenties

Departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW): Onderzoek Verplaatsingsgedrag

 

Contact

Stel je vraag

 

Naar de statistiek