Persoonlijk inkomen

 

Bron

European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), Statbel, bewerking Statistiek Vlaanderen.

 

Definities

Het persoonlijk inkomen is de totale vergoeding (in geld of natura) die een persoon (maandelijks) ontvangt. Het omvat 4 soorten inkomens:

  • Beroepsinkomen: de totale vergoeding (in geld of natura) die een werkende persoon (werknemer of zelfstandige/zaakvoerder) ontvangt voor de geleverde/verkochte professionele arbeid, goederen en diensten, in de hoofdactiviteit en nevenactiviteit(en) samen.
  • Werkloosheidsuitkering: de uitkering die uitkeringsgerechtigde werkzoekenden ontvangen tijdens een periode van werkloosheid.
  • Overheidspensioen : de som van het ouderdomspensioen en het overlevingspensioen dat gepensioneerde personen ontvangen.
  • Andere inkomens: de som van de uitkering voor arbeidsongeschiktheid, de uitkering voor ziekte en invaliditeit en de vergoeding die is verbonden aan studie of opleiding.

Het gaat hier om het ‘reëel netto persoonlijk inkomen’.

De term reëel inkomen wijst erop dat rekening is gehouden met de inflatie. Voor de analyse van de evolutie in het Vlaamse Gewest gedurende de voorbije jaren wordt het nominale huishoudinkomen omgezet in reële termen, na indexering op basis van de consumptieprijsindex (CPI).

Het persoonlijk inkomen per maand is gelijk aan het beroepsinkomen per jaar gedeeld door 12. Het wordt berekend voor de bevolking van 18 jaar en ouder.

De jaartallen in de figuur en tekst slaan op het jaar waarin de enquête is afgenomen. Het vermelde inkomen is verworven gedurende het jaar voorafgaand aan de enquête
 

Onderwijsniveau (voor personen van 18 jaar en ouder):

  • laaggeschoold: personen zonder diploma of hoogstens een diploma lager secundair onderwijs;
  • middengeschoold: personen met hoogstens een diploma hoger secundair onderwijs of met een diploma post-secundair niet-hoger onderwijs;
  • hooggeschoold: personen met een diploma hoger of universitair onderwijs.

 

Opmerkingen bij de kwaliteit

De gegevens over het persoonlijk inkomen zijn schattingen gebaseerd op de EU-SILC-survey naar inkomens en andere levensomstandigheden. Die heeft als doel om binnen de Europese Unie vergelijkbare statistieken over inkomens op te stellen.

De uitvoering van de EU-SILC-survey is sinds 2004 bij Europese verordening verplicht voor alle landen. De EU-SILC wordt gecoördineerd door het Europese statistiekbureau Eurostat en voor België uitgevoerd door het Belgische statistiekbureau Statbel. Het betreft een enquête die wordt afgenomen bij een steekproef van private huishoudens uit het Rijksregister, waarbij de referentiepersoon van het huishouden (gezinshoofd) wordt geïnterviewd en elk huishoudlid van 16 jaar en ouder. Vanaf 2004 is de EU-SILC opgebouwd als een roterend panel. Dat betekent dat huishoudens verschillende jaren aan de steekproef deelnemen en elk jaar een deel van de huishoudens vervangen wordt door een nieuwe steekproef van huishoudens. Tot en met EU-SILC 2018 ging het om een 4 jaar roterend panel: huishoudens namen deel aan de enquête voor vier opeenvolgende jaren. In 2019 werd gestart met de uitbreiding van het panel naar 6 jaar. Er werd een nieuwe groep toegevoegd aan het panel, terwijl geen enkele groep het panel verliet. Bij EU-SILC 2019 waren er dus 5 deelnemende groepen. In 2020 wordt dit opnieuw gedaan zodat een 6-jarig panel gerealiseerd wordt.

De responsgraad van de EU-SILC-survey in België bedraagt ongeveer 60%. In het Vlaamse Gewest worden in totaal via de huishoud- en individuele vragenlijst gegevens verzameld voor iets meer dan 7.000 personen.

Bij de interpretatie van de resultaten van de EU-SILC-survey moet rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. Deze onzekerheidsmarge is groter naarmate de steekproef waarop de cijfers berekend worden, kleiner is. De in de figuur opgenomen onzekerheidsmarges zijn berekend door Statbel. Voor de jaren waar geen onzekerheidsmarges van Statbel beschikbaar zijn (2004 en 2005) gaat het om een schatting op basis van de onzekerheidsmarges in de andere jaren.

Daarnaast is het zo dat in surveyonderzoek bepaalde kwetsbare bevolkingsgroepen (zoals personen in collectieve huishoudens, personen zonder wettige verblijfsvergunning of dak- en thuislozen) niet of nauwelijks vertegenwoordigd zijn.

In 2019 werd de EU-SILC-survey ingrijpend vernieuwd. Op inhoudelijk vlak werd in 2019 de overstap gemaakt naar het gebruik van administratieve gegevens voor de meerderheid van de inkomensvariabelen. Als gevolg daarvan werd de vragenlijst van de survey fundamenteel herzien. Vragen werden geherformuleerd en/of van plaats veranderd, er kwamen nieuwe vragen bij en bepaalde vragen werden geschrapt. Op methodologisch vlak werd het volledige model voor de correctie van non-respons, uitval van panelleden en kalibratie herzien. Voortaan wordt bij de berekening van gewichten rekening gehouden met administratieve variabelen (meer specifiek het fiscale inkomen van huishoudens). Deze methodologische hervorming verhoogt de nauwkeurigheid van de schattingen.

Door al deze wijzigingen is er een breuk in de tijdreeks is tussen 2018 en 2019. Bijgevolg is voorzichtigheid geboden bij vergelijkingen met voorgaande jaren.

 

Referenties

Statbel: EU-SILC-survey

 

Contact

Stel je vraag

 

Naar de statistiek