Nitraatresidu

 

Bron
Vlaamse Landmaatschappij (VLM)


Definities

Nitraatresidu: het  gewogen gemiddelde nitraatresidu, in kg per hectare nitraatstikstof. Gewassen nemen om te groeien stikstof op in de vorm van nitraat. De nitraten die niet opgenomen worden door de gewassen, blijven op het einde van het groeiseizoen achter in de bodem als residu, vandaar de term ‘nitraatresidu’. 

Nitraatstikstof is de hoeveelheid reststikstof die in het najaar onder de vorm van nitraat achterblijft in de bodem. Het gaat om een indicator om de bemestingsstrategie op een perceel te beoordelen: hoe lager het nitraatresidu, hoe kleiner het risico op uitspoeling van nitraten naar oppervlakte- en grondwater.


Opmerkingen bij de kwaliteit

Op basis van de analyseresultaten van de staalnamecampagne van de Mestbank wordt voor elke teeltgroep een gemiddeld nitraatresidu bepaald. In een volgende fase wordt het gewogen gemiddelde nitraatresidu in Vlaanderen berekend, waarbij wordt gewogen naar de arealen van de gewassen in Vlaanderen.

Om uitspoeling naar het grond- en oppervlaktewater zoveel mogelijk te vermijden, moet het nitraatresidu zo laag mogelijk zijn. Om te kunnen inschatten of er te veel nitraat in de bodem is achtergebleven, wordt daarom bij bepaalde bedrijven op één of meerdere percelen het nitraatresidu gemeten in de periode van 1 oktober tot 15 november.

Omdat elke staalnamecampagne anders is opgebouwd, moet de evolutie van het gemiddelde nitraatresidu voorzichtig geïnterpreteerd worden. Omdat op bepaalde teelten (bijvoorbeeld grasland) doorgaans lagere nitraatresidu’s worden vastgesteld dan op andere teelten (bijvoorbeeld groenten- of aardappelpercelen), heeft het aandeel van de teeltgroep een invloed op het globale gemiddelde nitraatresidu van alle bemonsterde percelen. Het is daarom beter om de evolutie van het nitraatresidu op te volgen door middel van het gewogen gemiddelde nitraatresidu, waarbij wordt gewogen naar de arealen van de gewassen in Vlaanderen.

Tot en met het Mestrapport 2017 werd een methodiek gebruikt waarbij het gewogen gemiddelde nitraatresidu berekend werd op basis van de gewassen waarvan sinds 2004 veel percelen bemonsterd worden (namelijk grasland, maïs, bieten en wintertarwe). Omdat er vanaf 2007 jaar na jaar meer aardappelen- en groentenpercelen (vnl. prei en bloemkool) bemonsterd worden, wordt vanaf 2007 ook rekening gehouden met de arealen van deze teelten. In het Mestrapport 2018 werd de berekeningsmethodiek geactualiseerd (voor de data vanaf 2007) waarbij wordt rekening gehouden met het aandeel van de verschillende teeltgroepen in Vlaanderen. De teeltgroepindeling is gebaseerd op de gewasgroepindeling volgens de Verzamelaanvraag.


Referenties

Vlaamse Landmaatschappij (VLM): Mestrapport

 

Contact

Stel je vraag

Naar de statistiek