Aandeel industrie in de bruto toegevoegde waarde en de werkgelegenheid

  • Industrie goed voor bijna 17% van bruto toegevoegde waarde en bijna 13% van werkgelegenheid

    In 2019 was de industrie in het Vlaamse Gewest goed voor een aandeel van 16,8% in de totale bruto toegevoegde waarde en van 12,5% in de totale werkgelegenheid.

    Met de tijd neemt het belang van de industrie af, zowel gemeten volgens de bruto toegevoegde waarde als volgens de werkgelegenheid. Het aandeel in de bruto toegevoegde waarde daalde tussen 2005 en 2019 met 4,0 procentpunten. De daling was het sterkst tot in 2009 (financieel-economische crisis). Nadien was de daling minder groot.

    Het aandeel in de werkgelegenheid nam met -4,7 procentpunten sterker af en dit gebeurde ook meer geleidelijk in de tijd.

    Het is vooral de sector van de investeringsgoederen die aan belang verloor (productie van elektrische en elektronische apparatuur, van machines, apparaten en werktuigen en van transportmiddelen). Voor de sectoren van de consumptiegoederen (voeding en kleding) en van de intermediaire goederen (chemie, farmacie, metaalindustrie) is dat in mindere mate het geval.

  • Belang industrie in Vlaams Gewest in lijn met Europees gemiddelde

    In 2016 bedroeg het Vlaamse aandeel van de industrie in de bruto toegevoegde waarde 16,7%. Het Waalse Gewest scoorde lager (14,4%). Maar in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, met zijn typische diensteneconomie, lag dat aandeel nog veel lager (2,5%). Dit beeld is analoog voor het aandeel in de werkgelegenheid: 12,8% in het Vlaamse Gewest tegenover 10,4% in het Waalse Gewest en 2,7% in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

    Het verschil tussen het Vlaamse Gewest en het gemiddelde van de Europese Unie (EU) is niet heel groot, met een iets lager aandeel van de industrie voor de EU in de bruto toegevoegde waarde en tegelijk een hoger aandeel voor de EU in de werkgelegenheid.

    De industrie is duidelijk belangrijker in de economieën van de Oost-Europese landen. Met name Tsjechië scoort hoog op beide maatstaven. Van onze buurlanden haalt Duitsland hoge cijfers. In Frankrijk en Nederland is de industrie naar verhouding minder belangrijk dan in het Vlaamse Gewest.

Bronnen

Instituut voor de Nationale Rekeningen: Regionale rekeningen
Eurostat: National Accounts – detailed breakdowns

Definities

Bruto toegevoegde waarde:  het verschil tussen de marktwaarde van de goederen en diensten die in 1 jaar zijn geproduceerd en de marktwaarde van de in het productieproces verbruikte goederen en diensten.
Industrie: de sector industrie omvat de winning van delfstoffen en de verwerkende nijverheid, maar niet de petroleumraffinage.
Werkgelegenheid:  het totaal aantal personen (loontrekkenden en zelfstandigen) aan het werk in een land of regio.

Publicatiedatum

12 september 2019

Volgende update

september 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies