Aankomsten door verblijfstoeristen

  • Aantal toeristen in maart 2020 maar een derde van aantal in maart 2019

    In januari en februari 2020 lag het aantal toeristen dat aankomst in het Vlaamse Gewest 11% en 12% hoger dan in dezelfde maanden in 2019. In maart 2020 was er echter sprake van een sterke terugval van het aantal aankomsten als gevolg van de lockdown-maatregelen die werden ingesteld in de strijd tegen het coronavirus vanaf midden maart 2020. Er werden nog 261.000 aankomsten geteld, maar dat is maar een derde van het aantal aankomsten in maart 2019.

  • In 2019 kwamen ruim 10 miljoen toeristen aan in Vlaamse Gewest

    In 2019 kwamen in totaal 10,4 miljoen toeristen aan in het Vlaamse Gewest. Bijna 1 op de 4 daarvan zijn zakentoeristen.

    In de nasleep van de aanslagen in Brussel in maart 2016 kwamen er dat jaar minder toeristen aan in het Vlaamse Gewest dan in 2015. In 2017 was er sprake van een duidelijk herstel en in 2018 waren er opnieuw veel meer aankomsten dan in 2017. In vergelijking met 2015 waren er in 2019 bijna 1,2 miljoen extra aankomsten. Tussen 2015 en 2019 is het aantal aankomsten met gemiddeld 3% per jaar gestegen. 

    In 2016 lieten vooral de buitenlandse toeristen Vlaanderen links liggen. In 2019 was er een stijging ten opzichte van 2016 en 2018 van het aantal Belgische en het aantal buitenlandse toeristen. 

  • Toeristen kiezen vooral hotel als logiesvorm

    Bijna 6 op de 10 aankomsten werden in 2019 geregistreerd in een hotel. Jeugdherbergen en vakantieparken waren goed voor 11% en 10% van de aankomsten. Alle andere logiesvormen halen een aandeel van minder dan 10%.

    In hotels en gastenkamers verblijven de toeristen gemiddeld 1 tot 2 nachten, terwijl ze in jeugdherbergen, vakantieparken en campings 3 tot 4 nachten verblijven en in vakantiewoningen 6 nachten.

  • Vooral toeristen uit eigen land of buurlanden

    In 53% van alle aankomsten in het Vlaamse Gewest ging het in 2019 om Belgische toeristen. Toeristen uit de buurlanden zijn goed voor 31% van alle aankomsten. Vooral Nederlanders, maar ook Duitsers, Fransen en Britten komen vaak naar Vlaanderen op vakantie. De overige 15% van de aankomsten gebeuren door toeristen afkomstig uit andere landen dan de buurlanden.

  • Kunststeden en kust zijn meest populair

    In de 5 Vlaamse kunststeden (Antwerpen, Brugge, Gent, Leuven en Mechelen) kwamen in 2019 3,6 miljoen toeristen aan. Dat komt overeen met 35% van alle toeristen. Brugge en Antwerpen telden elk meer dan 1 miljoen aankomsten.

    Veel toeristen reizen ook naar de kust: 21% van de aankomsten werd in de kustgemeenten geregistreerd. Koplopers hier zijn Oostende (bijna 500.000 aankomsten) en Koksijde, De Haan en Blankenberge (elk 260.000 tot 290.000 aankomsten).

    In alle andere gemeenten samen vonden 45% van de aankomsten plaats, met de grootste aantallen in enkele gemeenten met vakantieparken in de Kempen. Ook enkele andere steden, zoals Ieper, Hasselt en Kortrijk ontvangen meer dan 100.000 toeristen per jaar. Ook Machelen en Zaventem waren in 2019 samen goed voor meer dan 600.000 aankomsten.

  • Meer aankomsten in Vlaams Gewest dan in andere gewesten

    In 2019 waren er 10,4 miljoen aankomsten in het Vlaamse Gewest, tegenover 3,7 miljoen in het Waalse Gewest en 3,9 miljoen in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

    Hoewel er bijna evenveel aankomsten zijn in het Waalse als het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, blijven toeristen wel minder lang in Brussel: ze verblijven er gemiddeld 1,9 nachten ten opzichte van 2,4 nachten in het Waalse Gewest. In het Vlaamse Gewest verblijft een toerist gemiddeld 2,2 nachten.

    In het Vlaamse Gewest zijn 53% van de aangekomen toeristen Belgen. In het Waalse Gewest ligt dit aandeel iets hoger (60%). In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest zijn er veel minder Belgische aankomsten. Daar gebeuren 76% van de aankomsten door buitenlandse toeristen.

Publicatiedatum

2 juli 2020

Volgende update

oktober 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies