Aspecten van werktijd- en werkplaatsregeling

  • 10% werkenden doet avondwerk, 3% nachtwerk

    In 2017 bedroeg het aandeel werkenden in het Vlaamse Gewest dat minstens de helft van de werkdagen avondwerk verricht 10%, tegenover 15% in 1999. Het aandeel daalde bij mannen van bijna 18% in 1999 tot 12% in 2017, bij vrouwen van 12% tot 8%. 

    Het aandeel werkenden met nachtwerk ligt lager dan het aandeel avondwerk. Ook dit aandeel daalde: van ruim 5% in 1999 tot 3% in 2017. Bij mannen was er een daling van 7% in 1999 tot ruim 4% in 2017, bij vrouwen van 3,5% tot 2%. 

  • Lager aandeel avond- en nachtwerk in Vlaams Gewest dan EU-gemiddelde

    In 2017 lag het aandeel werkenden met avondwerk zowel in het Vlaamse Gewest als in het Waalse Gewest en in België als geheel op 10%. Het lag daarmee iets lager dan in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (11%).

    In de Europese Unie (EU) bedroeg het aandeel werkenden met avondwerk in 2017 bijna 15%. Het Vlaamse Gewest situeert zich in de groep met lagere percentages. Het Vlaamse aandeel lag beduidend lager dan het Europese gemiddelde. 
    Griekenland kende met 38% het hoogste aandeel, gevolgd door Nederland (31%) en Slovakije (25%). Kroatië had het laagste percentage (4%), gevolgd door Frankrijk (5%) en Letland (6%). 

    In 2017 lag het aandeel werkenden met nachtwerk in het Vlaamse Gewest en in België als geheel op 3%, iets lager dan in het Waalse Gewest (4%) en iets hoger dan in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (3%). 

    In de Europese Unie (EU) bedroeg het aandeel werkenden met nachtwerk in 2017 gemiddeld ruim 5%. Het Vlaamse Gewest had een lage score, ver onder het Europese gemiddelde. 
    Slovakije had met 15% het hoogste aandeel met nachtwerk, gevolgd door Nederland (9%) en Malta (9%). Polen en Kroatië kenden het laagste percentage (2%), gevolgd door Portugal, Litouwen en Letland (3%). 

  • Ruim 22% werkenden met zaterdagwerk, 13% met zondagwerk

    Het aandeel werkenden in het Vlaamse Gewest dat minstens op 2 zaterdagen per maand werkt, bedroeg ruim 22% in 2017, tegenover 19% in 1999. 
    In 1999 lag het aandeel bij vrouwen 3 procentpunten hoger dan bij mannen, maar het verschil daalde tot 1 procentpunt in 2017. 

    Het aandeel werkenden dat minstens op 2 zondagen per maand werkt, lag veel lager dan het percentage met zaterdagwerk. Het aandeel met zondagwerk nam wel toe: van 10% in 1999 tot 13% in 2017. De verschillen tussen mannen en vrouwen blijven hier beperkt. 

  • Lager aandeel met zaterdag- en zondagwerk in Vlaams Gewest dan in EU

    In 2017 lag het aandeel werkenden met zaterdagwerk in het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en België als geheel op 22%, iets hoger dan in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (20%). 
    In de Europese Unie (EU) bedroeg het aandeel werkenden met zaterdagwerk in 2017 26%. Het Vlaamse Gewest ligt in de middengroep, 4 procentpunten onder het EU-gemiddelde. 
    Griekenland kende met 42% het hoogste aandeel, gevolgd door Italië (36%). Portugal had het laagste percentage (8%), gevolgd door Hongarije (9%). 

    In 2017 lag het aandeel werkenden met zondagwerk in het Vlaamse Gewest (13%) iets hoger dan in het Waalse Gewest (12%) en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (11%). In België als geheel ging het om 12%.

    In de Europese Unie (EU) lag het aandeel werkenden met zondagwerk in 2017 gemiddeld op 14%. Het Vlaamse Gewest bevindt zich hier in de lagere middengroep, iets onder het Europese gemiddelde. 
    De verschillen tussen de EU-landen zijn groot. Nederland kende met 20% het hoogste aandeel, gevolgd door Ierland (19%). In Portugal lag het percentage het laagst (5%), gevolgd door Kroatië, Hongarije en Polen (6%). 

  • Ploegenarbeid bij 8% van de werknemers, thuiswerk bij 25% van de werkenden

    Het aandeel Vlaamse werknemers met ploegenarbeid lag in 2017 op 8%, tegenover 10% in 1999. Het aandeel daalde licht bij mannen van 12% in 1999 tot 11% in 2017, bij vrouwen van 8% tot 6%. 

    Het aandeel werkenden dat in mindere of meerdere mate thuis werkt, steeg sterk: van 13% in 1999 tot 25% in 2017. Het verschil tussen mannen en vrouwen bedroeg telkens ongeveer 2 procentpunten. 

  • Aandeel met ploegenarbeid in Vlaams Gewest ver onder EU-gemiddelde

    In 2017 lag het aandeel werknemers met ploegenarbeid in het Vlaamse Gewest (8%) hoger dan in het Waalse Gewest (6%) en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (4%). In België als geheel lag het aandeel op 7%.

    In de Europese Unie (EU) lag het aandeel werknemers dat in ploegen werkt in 2017 gemiddeld op 18%. Het Vlaamse Gewest bevindt zich in de groep met de laagste percentages, ver onder het Europese gemiddelde. 
    De verschillen tussen de EU-landen zijn groot. Kroatië kende met 38% het hoogste aandeel, gevolgd door Slovenië (35%), Polen (31%) en Slovakije (31%). Frankrijk en België noteerden de laagste percentages (7%), gevolgd door Denemarken (8%). 

  • Hoger aandeel thuiswerk in Vlaams Gewest dan gemiddeld in EU

    In 2017 lag het aandeel werkenden dat in mindere of meerdere mate thuis werkt in het Vlaamse en Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (25%) duidelijk hoger dan in het Waalse Gewest (20%). In België als geheel ging het om bijna 24%.

    In de Europese Unie (EU) lag het aandeel werkenden dat thuis werkt in 2017 gemiddeld op 15%. Het Vlaamse Gewest bevindt zich in de hogere middengroep, en scoort hier veel hoger dan het EU-gemiddelde. 
    De verschillen tussen de EU-landen zijn zeer groot. Nederland kende met 37% het hoogste aandeel, gevolgd door Luxemburg (34%) en Zweden (33%). Roemenië en Bulgarije hadden het laagste percentage (1%), gevolgd door Cyprus (3%). 

Bronnen

Publicatiedatum

20 december 2018

Volgende update

juni 2019

Meer cijfers

Contact