Beroepsinkomen

  • Netto beroepsinkomen werkende bevolking gemiddeld 2.240 euro per maand

    In 2018 lag het netto beroepsinkomen van de Vlaamse werkende bevolking van 20 tot 64 jaar gemiddeld op 2.240 euro per maand. In 2006 ging het om 2.064 euro per maand. Dat is een stijging van bijna 9% of 0,7% per jaar. Het betreft netto inkomens waarbij de directe belastingen en bijdragen voor de sociale zekerheid in mindering zijn gebracht. Het gaat om bedragen in reële termen. Dat wil zeggen dat de bedragen gecorrigeerd zijn voor de inflatie, op basis van de consumptieprijsindex.

    Het netto beroepsinkomen van voltijds werkenden (meer dan 35 werkuren per week) steeg van 2.469 euro per maand in 2006 tot 2.693 euro in 2018 (+9%). Bij deeltijds werkenden (minder dan 35 werkuren per week) lag het netto beroepsinkomen in de hele periode ongeveer 1.050 euro lager dan bij voltijds werkenden. Hun beroepsinkomen nam relatief gezien wel sterker toe, van 1.391 euro per maand in 2006 tot 1.635 euro in 2018 (+18%). Dat hangt vooral samen met de stijging van het gemiddeld aantal werkuren per week bij deeltijds werkenden.

  • Meer personen met hoger beroepsinkomen in 2018 dan in 2006

    Algemeen gezien hadden in 2018 meer personen een hoger beroepsinkomen dan in 2006. In 2018 lag bij 42% van de bevolking het beroepsinkomen lager dan 2.000 euro per maand, tegenover 53% in 2006. De groep met 1.000 tot 2.000 euro per maand telde in 2018 ruim 32% van de bevolking, in 2006 41%. Bij 10% van de bevolking lag het beroepsinkomen in 2018 lager dan 1.000 euro, tegenover 12% in 2006.

    Iets meer dan 16% van de bevolking had in 2018 een beroepsinkomen van meer dan 3.000 euro per maand, tegenover bijna 14% in 2006.

  • Sterkere toename van beroepsinkomen bij werkende vrouwen

    Het beroepsinkomen van werkende mannen lag in 2018 gemiddeld op 2.500 euro, tegenover 2.370 euro per maand in 2006. Dat is een stijging van bijna 6%. Bij werkende vrouwen nam het beroepsinkomen veel sterker toe, van 1.673 euro per maand in 2006 tot 1.956 euro (+17%). Het verschil in beroepsinkomen tussen mannen en vrouwen verminderde daardoor van 696 euro per maand in 2006 tot 544 euro in 2018 (-22%).

  • Laagste beroepsinkomen bij 20- tot 34-jarigen

    Het beroepsinkomen van werkenden van 20 tot 34 jaar lag in de hele periode veel lager dan dat van de oudere leeftijdsgroepen. In 2018 bedroeg het 1.794 euro per maand. Bij de 3 oudere leeftijdsgroepen blijven de verschillen beperkt. Het beroepsinkomen lag het hoogst bij de 45- tot 54-jarigen (2.461 euro).

    Tussen 2006 en 2018 steeg het beroepsinkomen het sterkst bij de 35- tot 44-jarigen en de 45- tot 54-jarigen (telkens +10%). Bij de 20- tot 34-jarigen en de 55- tot 64-jarigen lag die stijging iets lager (telkens +5%).

  • Veel hoger beroepsinkomen bij hooggeschoolden

    Er zijn in de werkende bevolking van 20-64 jaar grote verschillen naar onderwijsniveau. Het netto beroepsinkomen van hooggeschoolden lag in 2018 gemiddeld op 2.579 euro per maand. Bij middengeschoolden bedroeg het 1.981 euro per maand en bij laaggeschoolden 1.644 euro.

    In vergelijking met 2006 nam het netto beroepsinkomen bij middengeschoolden het sterkst toe (+8%). Bij hooggeschoolden (+6%) lag die stijging iets lager. Het beroepsinkomen van laaggeschoolden daalde in dezelfde periode (-2%).

  • Beroepsinkomen neemt toe met aantal werkuren

    Er bestaat een sterk positief verband tussen het beroepsinkomen en het aantal werkuren. Bij personen met 40 of meer werkuren per week (19% van de werkenden) lag het gemiddelde beroepsinkomen in 2018 het hoogst (3.140 euro). Zij verdienen gemiddeld 1.979 euro meer dan personen met maximaal 20 werkuren per week (9% van de werkenden), 1.329 euro minder dan personen met 20 tot 30 werkuren (12% van de werkenden) en 799 euro minder dan personen met 30 tot 40 werkuren (60% van de werkenden).

  • Lager beroepsinkomen bij werkenden met hinder door handicap of langdurig gezondheidsprobleem

    In 2018 verdienden werkende personen met hinder wegens een handicap of een langdurig gezondheidsprobleem gemiddeld 1.868 euro per maand. Bij personen zonder hinder ging het om 2.299 euro per maand.

    Het beroepsinkomen steeg tussen 2006 en 2018 bij personen zonder hinder (+10%) iets sterker dan bij personen met hinder (+6%).

  • Lager beroepsinkomen bij personen geboren buiten EU

    In 2018 lag het netto beroepsinkomen bij personen die buiten de Europese Unie (EU) zijn geboren gemiddeld op 1.720 euro per maand. Bij personen geboren in België bedroeg het 2.243 euro. Het beroepsinkomen van personen die in een ander EU-land dan België geboren zijn, lag op 2.176 euro.

    Het beroepsinkomen van personen geboren buiten de EU steeg tussen 2006 en 2018 beperkt (+1%). Dat was ook het geval bij personen geboren in de EU (+0,5%). Bij de personen geboren in België (+11%) lag die stijging duidelijk hoger.

Bronnen

Statbel: EU-SILC-survey 
Eurostat: Database

Definities

Beroepsinkomen: de totale vergoeding (in geld of natura) die een werkende persoon (werknemer of zelfstandige) ontvangt voor de geleverde/verkochte professionele arbeid, goederen en diensten, in zijn hoofdactiviteit en nevenactiviteit(en) samen. 

Koopkrachtstandaard (KKS): door een monetaire grootheid in euro koopkrachtstandaard (KKS) uit te drukken is een correcte internationale vergelijking mogelijk. Er bestaan immers prijsverschillen voor dezelfde goederen en diensten tussen landen.

Publicatiedatum

12 september 2019

Volgende update

september 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies