Beroepsinkomen

  • Beroepsinkomen werkende bevolking op 2.130 euro per maand

    In 2017 lag het gemiddelde beroepsinkomen van de Vlaamse werkende bevolking van 20 tot 64 jaar op 2.130 euro per maand, tegenover 2.020 euro in 2006. Dat is een stijging van ruim 5% of bijna 0,5% per jaar. Het gaat om bedragen in reële termen, dat wil zeggen dat de bedragen gecorrigeerd zijn voor de inflatie. 

    Het beroepsinkomen van voltijds werkenden (meer dan 35 werkuren per week) lag in de hele periode ongeveer 400 euro hoger dan dat van de hele werkende bevolking. Het steeg van 2.415 euro per maand in 2006 tot 2.550 euro in 2017 (+6%). 
    De curve van deeltijds werkenden (minder dan 36 werkuren per week) lag veel lager. Hun beroepsinkomen nam relatief gezien wel sterker toe, van 1.350 euro per maand in 2006 tot 1.525 euro in 2017 (+13%). Dat hangt vooral samen met de stijging van het gemiddeld aantal werkuren per week bij deeltijds werkenden.

  • Sterkere toename van beroepsinkomen bij werkende vrouwen

    Het beroepsinkomen van werkende mannen steeg in de hele periode van 2.320 euro per maand in 2006 tot 2.410 euro in 2017 (+4%). Bij werkende vrouwen nam het beroepsinkomen toe van 1.640 euro per maand in 2006 tot 1.820 euro (+11%). Het verschil tussen werkende mannen en vrouwen schommelde rond 650 euro per maand. 

    Bij voltijds werkende mannen steeg het beroepsinkomen van 2.320 euro in 1999 tot 2.410 euro in 2017 (+5%). Bij voltijds werkende vrouwen nam het beroepsinkomen sterker toe, van 2.085 euro in 1999 tot 2.280 euro in 2017 (+9%).
    Bij deeltijds werkende mannen steeg het beroepsinkomen van 1.435 euro in 1999 tot 1.575 euro in 2017 (+10%). Bij deeltijds werkende vrouwen nam het beroepsinkomen toe van 1.310 euro in 1999 tot 1.505 euro in 2017 (+15%).

  • Hoogste inkomen bij 35-64-jarige mannen, sterkste stijging bij 50-64-jarige vrouwen

    Bij werkende mannen van 35 tot 49 jaar en 50 tot 64 jaar lag het beroepsinkomen in 2017 op 2.590 euro per maand, tegenover 2.520 in 2006. Dat is een stijging van 3% in de hele periode. Werkende mannen van 20-34 jaar hadden een veel lager beroepsinkomen, dat steeg van 1.860 euro per maand in 2006 tot 1.940 euro in 2017 (+4%). 

    Bij werkende vrouwen hadden de 20-34-jarigen het laagste beroepsinkomen per maand in de beschouwde periode, met een stijging van 1.490 euro in 2006 tot 1.560 euro in 2017 (+5%). Werkende vrouwen van 35 tot 49 jaar kenden een grotere stijging, van 1.750 euro in 2006 tot 1.930 euro in 2017 (+10%). De sterkste stijging was er bij 50-64-jarige vrouwen, van 1.660 euro in 2006 tot 1.940 euro in 2017 (+16%).

  • Daling beroepsinkomen bij laaggeschoolden

    Er zijn in de werkende bevolking van 20-64 jaar grote verschillen naar onderwijsniveau. 
    Laaggeschoolden hadden het laagste beroepsinkomen per maand, dat bovendien daalde van 1.640 euro in 2006 tot 1.520 euro in 2017(-8%). 
    Bij middengeschoolde personen steeg het beroepsinkomen van 1.805 euro per maand in 2006 tot 1.895 euro in 2017 (+5%) en bij hooggeschoolde personen van 2.385 euro in 2006 tot 2.460 euro in 2017 (+3%). 

    Voor het huishoudtype zijn de verschillen minder groot. 
    Het gemiddeld beroepsinkomen van alleenstaanden zonder kinderen lag in 2006 op 1.925 euro en in 2017 op 1.975 euro (+3%). Alleenstaanden met kinderen hadden het laagste beroepsinkomen in de hele periode, met een stijging van 1.670 euro in 2006 tot 1.830 euro in 2017 (+10%). 
    Bij personen in een koppel zonder kinderen steeg het inkomen van 2.005 euro in 2006 tot 2.120 euro in 2017 (+6%). Personen in een koppel met kinderen ten slotte kenden een stijging van 2.165 euro in 2006 tot 2.320 euro in 2017 (+7%).

  • Beroepsinkomen in Vlaanderen relatief hoog in vergelijking met EU-landen

    In de 18 EU-landen waarvoor gegevens beschikbaar zijn (EU18), lag in 2017 het gemiddeld beroepsinkomen van de werkende bevolking van 20 tot 64 jaar op 1.100 euro per maand, uitgedrukt in koopkrachtstandaard (KKS). Dat is veel lager dan het beroepsinkomen in het Vlaamse Gewest (1.740 euro KKS). In het Waals Gewest (1.660 euro KKS) ligt het beroepsinkomen iets lager dan in Vlaanderen. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest gaat het om 1.440 euro KKS.

    Er zijn grote verschillen tussen de 18 EU-landen. Luxemburg had met 2.850 euro KKS per maand veruit het hoogste beroepsinkomen, gevolgd door Zweden, Oostenrijk en België (1.690 euro KKS). Roemenië kende het laagste inkomen, gevolgd door Bulgarije en Polen.

Bronnen

Statbel: EU-SILC-survey 
Eurostat: Database

Definities

Beroepsinkomen: de totale vergoeding (in geld of natura) die een werkende persoon (werknemer of zelfstandige) ontvangt voor de geleverde/verkochte professionele arbeid, goederen en diensten, in zijn hoofdactiviteit en nevenactiviteit(en) samen. 

Koopkrachtstandaard (KKS): door een monetaire grootheid in euro koopkrachtstandaard (KKS) uit te drukken is een correcte internationale vergelijking mogelijk. Er bestaan immers prijsverschillen voor dezelfde goederen en diensten tussen landen.

Publicatiedatum

20 december 2018

Volgende update

15 september 2019

Meer cijfers

Contact