Beroepsstatuut

  • Werkende bevolking telt bijna 13% zelfstandigen

    In 2018 lag het aandeel zelfstandigen (of zaakvoerders) in de werkende bevolking van 20 tot 64 jaar in het Vlaamse Gewest op 12,9%. Het aandeel zelfstandigen schommelde in de periode 1999-2018 tussen 12,8% en 14,0%.

  • Lager aandeel zelfstandigen bij vrouwen dan bij mannen

    Het aandeel mannelijke zelfstandigen lag in 2018 op 16,2%. Het schommelde in de periode 1999-2018 tussen 16% en 18% Bij vrouwen lag het aandeel zelfstandigen in 2018 op 9,2%. In de periode 1999-2018 schommelde het tussen 8% en 10%.

  • Hoogste aandeel zelfstandigen bij 50-plussers

    Het aandeel zelfstandigen lag het hoogst bij de 50- tot 64-jarigen, maar het daalde van 21,1% in 1999 tot 15,7% in 2018.

    Bij de 35- tot 49-jarigen bedroeg het aandeel zelfstandigen in 2018 13,5%, iets lager dan in de voorgaande jaren.

    Bij de 20- tot 34-jarigen lag het aandeel zelfstandigen lager. In 2018 bedroeg het 9,3% en het schommelde in de periode 1999-2018 tussen 8% en 10%.

  • Aandeel zelfstandigen laagst bij laaggeschoolden

    In 2018 lag het aandeel zelfstandigen bij laaggeschoolde personen op 9,7%, tegenover 13,4% in 1999. Bij middengeschoolde personen daalde dat aandeel van 15,1% in 1999 tot 12,8% in 2018. Bij hooggeschoolde personen daarentegen steeg het aandeel van 14,6% in 1999 tot 15,2% in 2018.

  • Laagste aandeel zelfstandigen bij alleenstaanden met kinderen

    In 2018 lag het aandeel zelfstandigen bij alleenstaanden zonder kinderen ten laste op 11,9% tegenover 13,3% in 1999. Bij alleenstaanden met kinderen daalde dat aandeel van 12,1% in 1999 tot 9,1% in 2018. Van de koppels zonder kinderen werkte in 2018 12,8% als zelfstandige, tegenover 15,5% in 1999. Bij koppels met kinderen lag het aandeel zelfstandigen in 2018 op 13,7%, ongeveer hetzelfde niveau als in de voorgaande jaren.

  • Lager aandeel zelfstandigen bij werkenden met hinder door handicap of langdurig gezondheidsprobleem

    In 2018 lag het aandeel zelfstandigen bij werkenden met hinder wegens een handicap of langdurig gezondheidsprobleem op 10,8%, tegenover 13,2% bij werkenden zonder hinder. Voor beide groepen bleef het aandeel zelfstandigen vrij constant tussen 2009 en 2018.

  • Lager aandeel zelfstandigen bij personen geboren buiten de EU

    In 2018 lag het aandeel zelfstandigen bij personen die zijn geboren in België op 13,2%. Dat aandeel schommelde sinds 2007 tussen 13% en 14%. Bij personen geboren in een ander EU-land daalde het aandeel zelfstandigen van 17,8% in 2007 tot 12,8% in 2018. Bij personen geboren buiten de EU lag het aandeel zelfstandigen in 2018 op 9,8%, tegenover 15,3% in 2007.

  • Aandeel zelfstandigen in Vlaams Gewest iets lager dan EU-gemiddelde

    In 2018 lag het aandeel zelfstandigen in de werkende bevolking van 20 tot 64 jaar in het Vlaamse Gewest (12,9%) iets hoger dan in het Waalse Gewest (11,7%) en lager dan in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (15,1%).

    In de Europese Unie (EU) lag het aandeel zelfstandigen in 2018 gemiddeld op 13,7%, iets hoger dan in het Vlaamse Gewest. Griekenland kende met 29,1% veruit het hoogste aandeel zelfstandigen, gevolgd door Italië (20,7%) en Polen (17,5%). Luxemburg had met 7,5% het laagste percentage zelfstandigen, gevolgd door Denemarken (7,6%) en Zweden (8,7%).

Bronnen

Publicatiedatum

13 juni 2019

Volgende update

juni 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies