Bevolking in een huishouden met zeer lage werkintensiteit

  • 7% van de bevolking tot 60 jaar leeft in huishouden waar niet of beperkt wordt gewerkt

    In 2018 leefde 7% van de Vlamingen tot 60 jaar in een huishouden met zeer lage werkintensiteit.

    Dat komt overeen met ongeveer 330.000 personen. Het gaat om huishoudens waar door de volwassenen niet of slechts beperkt wordt gewerkt op de arbeidsmarkt.

    Het gaat om het laagste aandeel sinds 2004. Tussen 2014 en 2018 is het aandeel Vlamingen in een huishouden met zeer lage werkintensiteit gedaald van 10% tot 7%. Dat is een significante daling.

  • Hoogste aandeel in zeer lage werkintensiteit bij werklozen

    Naar geslacht en leeftijd blijven de verschillen vrij beperkt. Het aandeel personen in een huishouden met zeer lage werkintensiteit lag in 2018 iets hoger bij personen ouder dan 50 jaar, maar het verschil met de andere leeftijdsgroepen is sinds 2006 sterk afgenomen.

    Opgedeeld naar huishoudtype ligt het aandeel personen in een huishouden met zeer lage werkintensiteit het hoogst bij personen in eenoudergezinnen (24%) en eenpersoonshuishoudens (22%). In vergelijking met 2006 is het aandeel in zeer lage werkintensiteit gedaald bij koppels zonder kinderen, eenoudergezinnen en eenpersoonshuishoudens.

    Het hoogste aandeel personen in een huishouden met zeer lage werkintensiteit is te vinden bij werklozen (52%). Bij niet-actieven (zonder gepensioneerden) ging het in 2018 om 23%. In vergelijking met 2006 is het aandeel werklozen dat leeft in een huishouden met zeer lage werkintensiteit nog toegenomen.

    Ten slotte lag het aandeel in zeer lage werkintensiteit in 2018 veel hoger bij huurders (22%) dan bij eigenaars (3%).

  • Aandeel met zeer lage werkintensiteit in Vlaams Gewest lager dan EU-gemiddelde

    Het aandeel personen in een huishouden met zeer lage werkintensiteit lag in 2018 in het Vlaamse Gewest (7%) lager dan in de andere Belgische gewesten. In het Waalse Gewest ging het om 18% van de bevolking, in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om 23%. In België in zijn geheel lag dat aandeel in 2018 op 12%.

    Het aandeel personen in een huishouden met zeer lage werkintensiteit lag in 2017 in de landen van de Europese Unie (EU) op 9,5% van de bevolking. Cijfers voor 2018 zijn nog niet voor alle EU-landen beschikbaar. In Slovakije (5%), Tsjechië (6%) en Polen (6%) lag dat aandeel het laagst, in Ierland (16%), Griekenland (16%) en België (13,5%) het hoogst.

Bronnen

Statistiek Vlaanderen: Armoede of sociale uitsluiting (EU2020-indicator) (pdf)

Statbel: EU-SILC-survey

Eurostat: Database

Definities

Werkintensiteit: de werkintensiteit van het huishouden wordt berekend op basis van het totaal aantal gewerkte maanden van alle leden van het huishouden van 18 tot 59 jaar (met uitzondering van studenten) in het jaar voorafgaand aan de enquête. Dat aantal gewerkte maanden wordt afgezet ten opzichte van het totaal aantal maanden dat de volwassenen in dat jaar hadden kunnen werken. Is die verhouding kleiner dan 0,2 dan wordt het huishouden beschouwd als een huishouden met zeer lage werkintensiteit.

Publicatiedatum

25 juni 2019

Volgende update

juni 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies