Bevolking in een huishouden met zeer lage werkintensiteit

  • 8% van de bevolking tot 60 jaar leeft in huishouden waar niet of beperkt wordt gewerkt

    In 2017 leefde 8% van de Vlamingen tot 60 jaar in een huishouden met zeer lage werkintensiteit. Dat komt overeen met ongeveer 410.000 personen. Het gaat om huishoudens waar door de volwassenen niet of slechts beperkt wordt gewerkt op de arbeidsmarkt.

    Het aandeel personen in een huishouden met zeer lage werkintensiteit varieerde sinds 2004 tussen 8% en 10% van de bevolking jonger dan 60 jaar. De schommelingen over de jaren zijn statistisch niet significant. 

  • Hoogste aandeel personen in huishouden met zeer lage werkintensiteit bij werklozen, personen met een beperking en personen geboren buiten de EU

    Naar geslacht en leeftijd blijven de verschillen vrij beperkt. Wel ligt het aandeel personen in een huishouden met zeer lage werkintensiteit bij de leeftijdsgroep van 50 tot 59 jaar hoger dan bij de jongere leeftijdsgroepen.

    Opgedeeld naar huishoudtype ligt het aandeel personen in een huishouden met zeer lage werkintensiteit het hoogst bij personen in eenoudergezinnen (25%) en eenpersoonshuishoudens (24%).

    Het hoogste aandeel personen in een huishouden met zeer lage werkintensiteit is te vinden bij werklozen (52%). Ook personen met een functiebeperking (31%), personen geboren buiten de EU (28%), niet-actieven zonder gepensioneerden (27%) en laaggeschoolden (25%) kennen een hoger aandeel in zeer lage werkintensiteit dan gemiddeld.

  • Aandeel met zeer lage werkintensiteit in Vlaams Gewest iets lager dan EU-gemiddelde

    Het aandeel personen in een huishouden met zeer lage werkintensiteit ligt in de andere Belgische gewesten hoger dan in het Vlaamse Gewest. In 2017 ging het in het Waalse Gewest om 18% van de bevolking, in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om 24%. In België in zijn geheel ligt dat aandeel op 13%.

    Het aandeel personen in een huishouden met zeer lage werkintensiteit lag in 2017 in het Vlaamse Gewest iets lager dan het EU-gemiddelde (9%). In Slovakije (5%), Tsjechië (6%) en Polen (6%) lag dat aandeel het laagst, in Ierland (18%), Griekenland (16%) en België (13%) het hoogst. 

Bronnen

Statbel: EU-SILC-survey
Eurostat: Database

Definities

Functiebeperking: een persoon heeft een functiebeperking als hij of zij zelf aangeeft af en toe of voortdurend hinder te ondervinden in zijn dagelijkse bezigheden door een langdurige ziekte, aandoening of handicap.
Werkintensiteit: de werkintensiteit van het huishouden wordt berekend op basis van het totaal aantal gewerkte maanden van alle leden van het huishouden van 18 tot 59 jaar (met uitzondering van studenten) in het jaar voorafgaand aan de enquête. Dat aantal gewerkte maanden wordt afgezet ten opzichte van het totaal aantal maanden dat de volwassenen in dat jaar hadden kunnen werken. Is die verhouding kleiner dan 0,2 dan wordt het huishouden beschouwd als een huishouden met zeer lage werkintensiteit.

Publicatiedatum

20 december 2018

Volgende update

juni 2019

Meer cijfers

Contact