Bevolking naar socio-economische positie (op basis van EAK-enquête)

  • Ruim helft van personen ouder dan 15 jaar aan het werk

    Op basis van de Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK) kan de bevolking van 15 jaar en ouder worden opgedeeld naar socio-economische positie. Daarbij wordt aangegeven of een persoon werkt, werkloos is of niet-actief is op de arbeidsmarkt. 

    In 2017 werkte 53% van de Vlaamse bevolking van 15 jaar en ouder, tegenover 50% in 1999. Het aandeel van de niet-actieve bevolking daalde van 47% in 1999 tot 45% in 2017. Het percentage werklozen schommelde in de hele periode tussen 2% en 3%. 

  • Aandeel werkenden bij mannen licht gedaald, bij vrouwen vrij sterk gestegen

    Het aandeel werkende mannen in de bevolking van 15 jaar en ouder daalde van 60% in 1999 tot 57% in 2017. Bij vrouwen daarentegen steeg het aandeel werkenden vrij sterk, van 42% in 1999 tot 48% in 2017. 

    Omgekeerd steeg het aandeel niet-actieve mannen van 38% in 1999 tot 41% in 2016 en daalde weer tot 40% in 2017. Het aandeel niet-actieve vrouwen daalde van 55% in 1999 tot 50% in 2017. 

    Het aandeel van de werkloze mannen en vrouwen schommelde in de hele periode tussen 2% en 3%. 

  • Bijna 9 op 10 van 35-49 jarigen aan het werk

    De jongste leeftijdsgroep (15-34 jaar) telde in 2017 57% werkende personen, 4% werklozen en 39% niet-actieve personen, vooral studenten. In de leeftijdsgroep 35-49 jaar werkte 87%, terwijl 2,5% werkloos en 10% niet-actief was. De leeftijdsgroep 50-64 jaar omvatte 61% werkende personen, 2,5% werklozen en 37% niet-actieve personen (vooral gepensioneerden). De leeftijdsgroep 65 jaar en ouder bestond in 2017 voor 98% uit niet-actieve personen (vooral gepensioneerden) en voor 2% uit werkende personen. 

    Er zijn grote verschillen naar onderwijsniveau: 24% van de laaggeschoolde personen werkte in 2017, tegenover 64% van de middengeschoolden en 75% van de hooggeschoolden. Het percentage werklozen ligt het hoogst bij de middengeschoolden. Verder ligt het aandeel niet-actieven het hoogst bij de laaggeschoolden: bijna driekwart (74%) van hen is niet-actief op de arbeidsmarkt. Het gaat daarbij vooral om gepensioneerden en personen die voltijds instaan voor het huishouden. 

    Er zijn ook grote verschillen naar huishoudtype. Bijna 92% van de personen in koppels met inwonende kinderen en 80% van de alleenstaanden met inwonende kinderen hebben een baan. Bij koppels en alleenstaanden zonder kinderen ligt het aandeel werkenden veel lager en het aandeel niet-actieve personen veel hoger (vooral gepensioneerden).

  • Socio-economische positie Vlaams Gewest gelijklopend met EU-gemiddelde

    In 2017 lag het aandeel werkende personen in de bevolking van 15 jaar en ouder in het Vlaamse Gewest (52%) hoger dan in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (48%) en het Waalse Gewest (46%). Het aandeel werklozen en niet-actieve personen lag in het Vlaamse Gewest lager dan in de andere gewesten. 

    In de landen van de Europese Unie (EU) werkte in 2017 gemiddeld ruim 53% van de bevolking van 15 jaar en ouder, terwijl 4,5% werkloos en 42% niet-actief was. Het aandeel werkende personen in het Vlaamse Gewest lag iets onder het EU-gemiddelde, gekoppeld aan een iets lager aandeel werklozen en een iets hoger aandeel niet-actieve personen. In Zweden lag het aandeel werkende personen het hoogst, in Griekenland het laagst. 

Bronnen

Definities

Socio-economische positie: de socio-economische positie geeft aan of een persoon werkend, werkloos of niet-actief is op de arbeidsmarkt, volgens de bepalingen van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO).

Publicatiedatum

20 december 2018

Volgende update

september 2019

Meer cijfers

Contact