Bevolking naar socio-economische positie (op basis van EAK-enquête)

  • Bijna 70% van 15- tot 64- jarigen aan het werk

    Op basis van de Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK) kan de bevolking van 15 tot 64 jaar worden opgedeeld naar socio-economische positie. Daarbij wordt aangegeven of een persoon werkt, werkloos is of niet-beroepsactief is op de arbeidsmarkt, volgens de definities van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO).

    In 2018 werkte 69,4% van de Vlaamse bevolking van 15 tot 64 jaar. Dat ligt beduidend hoger dan in 1999. Toen ging het om 62,1% van de bevolking in die leeftijdsgroep.

    Het aandeel van de bevolking dat niet-beroepsactief is daalde van 34,3% in 1999 tot 28,2% in 2018.

    Het percentage werklozen schommelde in de hele periode tussen 2,5% en 4%. De laagste scores waren er in 2001 (2,6%), in 2008 (2,7%) en in 2018 (2,5%).

  • Aandeel werkenden sterker gestegen bij vrouwen dan bij mannen

    Het aandeel werkende mannen in de bevolking van 15 tot 64 jaar steeg van 71,0% in 1999 tot 72,8% in 2018. Bij vrouwen steeg het aandeel werkenden sterker, van 52,9% in 1999 tot 65,9% in 2018.

    Omgekeerd daalde het aandeel niet-beroepsactieve mannen van 25,7% in 1999 tot 24,5% in 2018. Het aandeel niet-beroepsactieve vrouwen daalde van 43,2% in 1999 tot 31,8% in 2018.

    Het aandeel werkloze mannen daalde van 3,3% in 1999 tot 2,7% in 2018. Bij vrouwen ging het om een daling van 3,8% in 1999 tot 2,3% in 2018.

  • Bijna 9 op 10 van 35- tot 49-jarigen aan het werk

    De leeftijdsgroep 15-34 jaar telde in 2018 59,2% werkende personen, 3,7% werklozen en 37,2% niet-beroepsactieve personen (vooral studenten). In de leeftijdsgroep 35-49 jaar werkte 87,8%, terwijl 2,1% werkloos en 10,1% niet-beroepsactief was. De leeftijdsgroep 50-64 jaar omvatte 63,5% werkende personen, 1,5% werklozen en 35,0% niet-beroepsactieve personen (vooral gepensioneerden).

    Er zijn ook grote verschillen naar onderwijsniveau (25- tot 64-jarigen): 52,4% van de laaggeschoolden werkte in 2018, tegenover 78,1% van de middengeschoolde personen en 88,5% van de hooggeschoolden. Het percentage werklozen lag met 3,1% het hoogst bij de laaggeschoolden. Bij de laaggeschoolden was 44,5% niet beroepsactief, bij de middengeschoolden 19,7% en bij de hooggeschoolden 9,6%.

    Ook naar geboorteland zijn er opvallende verschillen. Van de personen geboren in België was in 2018 70,5% aan het werk, 1,9% was werkloos en 27,6% niet-beroepsactief. Bij personen die in een ander land van de Europese Unie (EU) zijn geboren lag het aandeel werkenden op 68,2%, het aandeel werklozen op 4,5% en het aandeel niet-beroepsactieven op 27,3%. Het aandeel werkenden bedroeg bij personen die buiten de EU zijn geboren 59,0%, terwijl 6,4% werkloos en 34,6% niet-beroepsactief was.

  • Aandeel werkenden in Vlaams Gewest iets boven EU-gemiddelde

    In 2018 lag het aandeel werkende personen in de bevolking van 15 tot 64 jaar in het Vlaamse Gewest (69,4%) hoger dan in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (56,8%) en het Waalse Gewest (58,4%). Het aandeel werklozen en niet-beroepsactieve personen lag lager in het Vlaamse Gewest dan in de andere gewesten.

    Algemeen genomen werkte in de EU-landen in 2018 68,6% van de bevolking van 15 tot 64 jaar, terwijl 5,1% werkloos en 26,3% niet-beroepsactief was. Het aandeel werkende personen in het Vlaamse Gewest lag iets hoger dan het EU-gemiddelde, samen met een lager aandeel werklozen en een iets hoger aandeel niet-beroepsactieve personen. In Zweden (77,5%) lag het aandeel werkende personen het hoogst, gevolgd door Nederland (77,2%) en Duitsland (75,9%). In Griekenland (54,9%) lag het aandeel werkenden het laagst en het aandeel werklozen (13,3%) het hoogst.

Bronnen

Definities

Werkende persoon: iemand wordt volgens de definitie van het Internationaal Arbeidsbureau (International Labour Organisation - ILO) als werkend beschouwd indien hij of zij in de referentieweek minstens een uur betaalde arbeid heeft verricht.

Werkloze persoon: iemand wordt volgens de ILO-definitie als werkloos beschouwd als hij of zij geen werk heeft, de afgelopen vier weken actief gezocht heeft naar werk en onmiddellijk beschikbaar is voor de arbeidsmarkt (binnen de twee weken aan een nieuwe job kan beginnen). Daarbij worden ook de niet-werkenden gerekend die een job gevonden hebben die pas binnen drie maanden start.

Niet-beroepsactieve persoon: een persoon die niet tot de ILO-werkenden noch tot de ILO-werklozen behoort.

Publicatiedatum

13 juni 2019

Volgende update

juni 2020

Meer cijfers

Contact