Bevolking onder de armoededrempel

  • 1 op de 10 Vlamingen loopt risico op armoede

    Iets minder dan 1 op de 10 inwoners van het Vlaamse Gewest leefde in 2017 in een huishouden met een huishoudinkomen onder de Belgische armoededrempel. Dat komt overeen met ongeveer 640.000 personen. Er wordt vanuit gegaan dat huishoudens met een inkomen onder de armoededrempel een risico op armoede lopen.

    Het aandeel personen onder de armoededrempel bleef de afgelopen jaren vrij stabiel en schommelt sinds 2004 tussen 10% en 11% van de bevolking. 

  • Hoogste armoederisico bij personen geboren buiten de EU, werklozen en eenoudergezinnen

    Naar geslacht en leeftijd blijven de verschillen in armoederisico vrij beperkt. Het armoederisico lag in 2017 iets hoger bij ouderen, maar het verschil met de andere leeftijdsgroepen is sinds 2006 sterk afgenomen. Het armoederisico bij 65-plussers daalde van 23% in 2006 naar 14% in 2017.

    Opgedeeld naar huishoudtype ligt het armoederisico het hoogst bij personen in eenoudergezinnen (30%). Ook bij de eenpersoonshuishoudens (16%) ligt het armoederisico hoger dan gemiddeld.

    Het hoogste armoederisico is te vinden bij personen geboren buiten de Europese Unie (39%) en werklozen (38%). Ook laaggeschoolden (21%), niet-actieven zonder gepensioneerden (20%) en personen met een functiebeperking (15%) kennen een hoger armoederisico dan gemiddeld.

  • Armoederisico in Vlaams Gewest lager dan EU-gemiddelde

    Het armoederisico ligt in de andere Belgische gewesten hoger dan in het Vlaamse Gewest. In 2017 ging het in het Waalse Gewest om 18% van de bevolking en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om 33%. In België ligt het armoederisico op 16%.

    Het aandeel personen onder de armoededrempel lag in 2017 in het Vlaamse Gewest lager dan in de meeste landen van de Europese Unie (EU). Gemiddeld ging het in de EU om 17% van de bevolking. In Tsjechië lag het armoederisico het laagst. Ook in Slovakije, Slovenië en Hongarije lag het aandeel onder de armoededrempel op hetzelfde niveau als in de West- en Noord-Europese landen, terwijl de levensstandaard in die eerste groep landen toch lager ligt. Dat hangt samen met het feit dat het hier gaat om een relatieve armoedemaat, berekend op basis van de inkomensverdeling in elk land afzonderlijk.
     

Bronnen

Statbel: EU-SILC-survey
Eurostat: Database

Definities

Armoededrempel: de armoededrempel is gelijk aan 60% van het nationaal mediaan beschikbaar huishoudinkomen na sociale transfers (sociale zekerheids- en bijstandsuitkeringen). Deze armoededrempel wordt aangepast aan de samenstelling en grootte van het huishouden. Voor een alleenstaande lag de Belgische armoededrempel in 2017 op 1.139 euro per maand, voor een gezin met 2 volwassenen en 2 kinderen op 2.392 euro per maand.

Functiebeperking: een persoon heeft een functiebeperking als hij of zij zelf aangeeft af en toe of voortdurend hinder te ondervinden in zijn dagelijkse bezigheden door een langdurige ziekte, aandoening of handicap.

Huishoudinkomen: het beschikbaar huishoudinkomen omvat alle inkomsten van de huishoudleden uit economische activiteit, uit vermogen, uit eigendom en uit sociale transfers (sociale zekerheids- en bijstandsuitkeringen).

Publicatiedatum

20 december 2018

Volgende update

juni 2019

Meer cijfers

Contact