Bruto toegevoegde waarde

  • Bruto toegevoegde waarde steeg bijna onafgebroken tussen 2003 en 2017

    De bruto toegevoegde waarde van het Vlaamse Gewest kwam in 2017 op 232 miljard euro.

    Op 2009 na was er elk jaar een toename van dit bedrag (in lopende prijzen). Tussen 2004 en 2007 klom de bruto toegevoegde waarde het sterkst. Dat waren jaren van goede economische conjunctuur. In 2009 greep de financieel-economische crisis om zich heen. De bruto toegevoegde waarde kende dat jaar een terugloop met 1,5% in lopende prijzen. Maar in 2010 en 2011 was er een herstel. De groeicijfers in de jaren daarna waren opnieuw zwakker, door de economische onzekerheid die de perikelen in een aantal Zuid-Europese landen met zich mee brachten. Vanaf 2016 was er weer sprake van een sterkere stijging.

  • Handel belangrijkste bedrijfstak in bruto toegevoegde waarde

    De belangrijkste bedrijfstak volgens het aandeel in de totale bruto toegevoegde waarde is de handel (32 miljard euro of 14% in 2017). In de top 5 zitten vooral dienstensectoren en de bouwnijverheid. Samen waren ze goed voor 43% van de totale Vlaamse bruto toegevoegde waarde in 2017. In 2003 was dit nog 42%.

    Tussen 2003 en 2017 werd de bruto toegevoegde waarde in lopende prijzen meer dan dubbel zo groot in het wetenschappelijk onderzoek, de informatie- en informaticadiensten, de telecommunicatie, de bedrijfstak van de hoofdkantoren, adviesbureaus en technische analyses en ook in de waterdistributie en afvalbeheer. Dit zijn 4 dienstensectoren en 1 nutssector.

    De meeste bedrijfstakken kenden een positieve ontwikkeling van de bruto toegevoegde waarde tussen 2003 en 2017. Belangrijke uitzonderingen waren de productie van informatica-, elektronische en optische producten, de transportmiddelen, textiel en confectie, elektrische apparatuur en delfstofwinning, waar het aandeel met een derde tot een vierde terugliep tussen 2003 en 2017.

Bronnen

Instituut voor de Nationale Rekeningen: Regionale rekeningen

Definities

Bruto toegevoegde waarde: het verschil tussen de marktwaarde van de goederen en diensten die in 1 jaar zijn geproduceerd en de marktwaarde van de in het productieproces verbruikte intermediaire goederen en diensten.
Lopende of nominale prijzen: prijzen van het betrokken jaar, niet gecorrigeerd voor de inflatie. 

Publicatiedatum

30 april 2019

Volgende update

april 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies