Consumptie en sparen

  • Totale consumptie op 187 miljard euro

    De totale consumptie van huishoudens, overheid en instellingen zonder winstoogmerk in het Vlaamse Gewest kwam in 2016 op 187 miljard euro.

    De totale consumptie ging steeds in stijgende lijn de afgelopen jaren. In 2009 lag die aangroei als gevolg van de financieel-economische crisis iets lager. In totaal ging het tussen 2003 en 2016 om een aangroei met 53% in werkelijke prijzen.

  • Huishoudens consumeren het meest

    Twee derde van de totale consumptie in het Vlaamse Gewest komt op naam van de huishoudens. De overheid is goed voor ongeveer 30%. Het resterende kleine deel gebeurt door de instellingen zonder winstoogmerk. In de loop der jaren nam het belang van de huishoudens in de consumptie iets af ten voordele van de overheid.

    De Vlaamse huishoudens spenderen het meest aan huisvesting, water, elektriciteit, gas en andere brandstoffen, voedingsmiddelen en drank, transport en recreatie en cultuur.

  • Piek in het sparen in 2009

    Het totale bedrag van het bruto sparen van de huishoudens in het Vlaamse Gewest bedroeg in 2016 20,5 miljard euro. Dat bedrag nam toe van 2003 tot 2009, waarna het in de volgende jaren weer daalde. Dit is in veel mindere mate ook merkbaar in de 2 andere gewesten.

  • Spaarquote neemt af

    De Vlaamse bruto spaarquote kwam in 2016 op 13,9%. Het gaat om de verhouding tussen het sparen en het beschikbaar inkomen van de huishoudens. Na een aanvankelijke toename van de spaarquote tot 2009 (22,1%) daalde deze in de daarop volgende jaren gestaag.

    In de andere gewesten ligt de spaarquote op een lager niveau. Ook daar is er na een piek in 2009 nadien sprake van een daling.

  • Van de buurlanden hebben Duitsland en Nederland een hogere spaarquote

    De Belgische bruto spaarquote van de gezinnen (11,5%) lag in 2016 lager dan de Vlaamse bruto spaarquote (13,9%). Van onze buurlanden scoren Duitsland en Nederland hoger. Frankrijk heeft een gelijkaardige  spaarquote als Vlaanderen.

Bronnen

Nationale Bank van België: Regionale rekeningen
Eurostat: Non-financial transactions

Definities

Consumptie: consumptieve bestedingen van overheid, huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk.

Bruto sparen: bruto beschikbaar inkomen min de consumptie van huishoudens en plus de opbouw van pensioenrechten en plus de afschrijvingen van woningen.

Bruto spaarquote: de verhouding tussen (1) het bruto sparen en (2) het bruto beschikbaar inkomen plus de opbouw van pensioenrechten.

Instellingen zonder winstoogmerk: instellingen met rechtspersoonlijkheid die voor de burgers werken en niet-marktproducent zijn. Het gaat om vakbonden, consumentenverenigingen, religieuze organisaties, hulporganisaties,…

Werkelijke prijzen: prijzen van het betrokken jaar, niet gecorrigeerd voor de inflatie.

Publicatiedatum

12 september 2019

Volgende update

september 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies