Eigendomsstatuut

  • 7 op 10 Vlaamse huishoudens zijn eigenaar van hun woning

    Volgens de resultaten van het Grote Woononderzoek (GWO), een grootschalig onderzoek naar de woonsituatie van de Vlaamse huishoudens, was in 2013 70,5% van de Vlaamse huishoudens eigenaar van de woning waarin ze wonen. Het aandeel private huurders bedraagt 20% en het aandeel sociale huurders 7%. Een klein aandeel woont gratis (2,5%). In de zomer van 2019 worden de nieuwe resultaten op basis van de WoonSurvey2018 verwacht.

    Het aandeel eigenaars is beperkt gedaald: volgens de Woonsurvey ging het in 2005 om ongeveer 74% van de huishoudens. De daling in eigenaarschap gaat gepaard met een toename van het aandeel huishoudens dat in een private huurwoning woont en met een lichte toename van het aandeel dat in een sociale huurwoning woont. Ook het aandeel gratis bewoners is licht gestegen. Binnen de groep eigenaars is het aandeel dat geen hypotheek (meer) heeft licht toegenomen. In 2005 was dit aandeel 54%, in 2013 is dit opgelopen tot 56%.

    Volgens de recentste resultaten van de Europese EU-SILC-enquête lag het aandeel Vlaamse huishoudens dat eigenaar is van de woning anno 2017 op 74%. 18% van de huishoudens geeft aan privaat te huren en 8% huurt een sociale huurwoning. Deze gegevens zijn wel niet rechtstreeks te vergelijken met de GWO-resultaten.

  • Meer eigenaars in minder verstedelijkte gebieden

    Het aandeel eigenaars is het grootst in het overgangsgebied en op het platteland: bijna 8 op de 10 is eigenaar van hun woning. Bovendien is het aandeel eigenaars zonder hypotheek in deze gebieden het grootst.

    Het grootstedelijk gebied kent het grootste aandeel private huurders: bijna 3 op de 10 huishoudens. Ook het aandeel sociale huurders is hier het grootst (10%).

Bronnen

Agentschap Wonen-Vlaanderen (Steunpunt Wonen): Wonen in Vlaanderen anno 2013
Statbel: EU-SILC-survey

Definities

Centrumsteden: in het kader van haar stedenbeleid duidde de Vlaamse overheid 13 'centrumsteden' aan. Het gaat om Aalst, Antwerpen, Brugge, Genk, Gent, Hasselt, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oostende, Roeselare, Sint-Niklaas en Turnhout.

Eigendomsstatuut: het statuut dat de referentiepersoon van het huishouden heeft met betrekking tot de woning; het kan gaan om eigenaar, huurder (privé of sociaal) of een gratis bewoner.

Gebiedsindeling verstedelijking: in het kader van de Woonsurvey 2005 en het GWO 2013 wordt een ruimtelijke variabele gebruikt waarbij alle huishoudens worden toegewezen aan de categorieën ‘stedelijk gebied’ en ‘buitengebied’ aan de hand van de Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen-indeling op basis van de statistische sectoren. Het stedelijk gebied werd op basis van de RSV-indeling van de gemeenten verder ingedeeld in ‘grootstedelijk’, ‘regionaalstedelijk’ en ‘kleinstedelijk’ gebied. De huishoudens in het buitengebied worden verder ingedeeld in het ‘overgangsgebied’ en ‘platteland’.

Publicatiedatum

20 december 2018

Volgende update

september 2019

Meer cijfers

Contact