Fiscale autonomie - belastingen

  • Aandeel eigen ontvangsten Vlaamse overheid bedraagt 32%

    De fiscale autonomie van de Vlaamse overheid is in 2015 sterk gestegen. Van 2014 tot 2017 is ze toegenomen van 19% tot 32%. Het gaat om het aandeel van de gewestbelastingen en vanaf 2015 ook van de gewestelijke opcentiemen in de totale ontvangsten van de Vlaamse overheid. Over deze gewestbelastingen en gewestelijke opcentiemen kan de Vlaamse overheid autonoom beslissen.
    Vanaf 2015 werd als gevolg van de zesde staatshervorming een deel van de personenbelasting opengesteld voor het systeem van gewestelijke opcentiemen. De federale overheid verlaagde het tarief van de personenbelasting met ongeveer 25%. De gewesten passen hierop opcentiemen toe, dat wil zeggen een percentage berekend op de federaal gebleven personenbelasting.
    De gewesten kunnen de tarieven van deze opcentiemen variëren naargelang de belastingschijf. Slechts onder bepaalde voorwaarden kunnen ze afwijken van de progressiviteit van de belasting: hoe hoger de belastingschijf, hoe hoger het toegepaste percentage. Het Vlaamse Gewest paste tot nog toe één tarief toe. Tot en met 2017 bedroegen deze opcentiemen 35,117%. Vanaf 2018 past het Vlaamse Gewest een uniform opcentiementarief toe van 33,257%.
    Voor de lokale overheden is het aandeel van de belastingontvangsten in de totale ontvangsten hoger dan voor de Vlaamse overheid. Voor de gemeentebesturen bedroeg het belastingaandeel in 2017 44%, voor de provincies 65%.

  • Verkooprecht, verkeersbelasting en erfbelasting domineren gewestbelastingen

    De fiscale autonomie bestaat enerzijds uit de gewestelijke opcentiemen en anderzijds uit de gewestbelastingen. In 2017 bedroegen de gewestelijke opcentiemen 7,8 miljard euro, de gewestbelastingen 6,3 miljard euro, samen goed voor 14,1 miljard euro.
    De belangrijkste 3 gewestbelastingen namen in 2017 84% van de totale opbrengsten voor hun rekening. Het gaat over het verkooprecht en het verdeelrecht (38%), de verkeersbelasting (23%) en de erfbelasting (23%).

  • Opcentiemen en aanvullende belasting op personenbelasting goed voor 83% van gemeentebelastingen

    De belastingen van de gemeentebesturen zijn in 2017 goed voor 5,0 miljard euro. Omgerekend is dat gemiddeld 770 euro per inwoner. De provinciebelastingen vertegenwoordigen in totaal 700 miljoen euro of 110 euro per inwoner.
    De opcentiemen onroerende voorheffing (OOV) en de aanvullende belasting op de personenbelasting (APB) maken het grootste aandeel uit van de gemeentebelastingen. Samen namen ze in 2017 83% van de gemeentebelastingen voor hun rekening. De OOV zijn goed voor 44%, de APB voor 39%.
    De provincies ontvangen OOV, maar geen APB. De provinciale OOV zijn goed voor 74% van de belastingontvangsten.

  • Hoogste belastingaandelen in stedelijke randgemeenten en kuststreek

    In 2017 varieerde het aandeel van de fiscale ontvangsten (belastingontvangsten) in de totale ontvangsten van de gemeentebesturen tussen 24% en 72%. In vele stedelijke randgemeenten van Brussel, Antwerpen en Gent en in de kustgemeenten, met uitzondering van Oostende, zijn de belastingaandelen hoger. De grotere steden en de eerder landelijke gemeenten hebben lagere belastingaandelen.

Bronnen

Administratie Binnenlands Bestuur: BBC - data en analyses
Departement Financiën en Begroting: Vlaamse Begroting en Rekening

Publicatiedatum

20 december 2018

Volgende update

21 november 2019

Meer cijfers

Contact

Vorige versies