Grondwaterstand

  • Ruim helft van meetplaatsen van grondwaterstanden vertoont geen duidelijke stijging of daling

    Ongeveer 56% van de meetplaatsen van grondwaterstanden vertoont geen significante trend over de periode 2010-2015. Dit wil zeggen dat er geen sprake is van een duidelijke daling of stijging. 44% van de meetplaatsen vertoont wel een stijging of daling van de grondwaterstand: in 20% van de gevallen gaat het om een daling, in 24% om een stijging.

  • Afgesloten grondwaterlagen vertonen vaker duidelijke trend dan niet-afgesloten lagen

    Grondwaterstanden van niet-freatische lagen vertonen vaker dan freatische lagen een significante trend. Niet-freatische lagen zijn grondwaterlagen die bovenaan afgesloten zijn door een ondoorlaatbare laag, freatische lagen zijn dat niet. Freatische grondwaterlagen reageren snel op de vaak wisselende weersomstandigheden, waardoor er een minder uitgesproken trend ontstaat.
    Van de freatische meetfilters vertoont 78% geen trend over de periode 2010-2015, tegenover 37% van de niet-freatische meetfilters. Bij de freatische lagen vertoont 5% een significante stijging, 18% een daling. Bij de meetfilters in niet-freatische waterlagen worden duidelijk meer stijgingen dan dalingen vastgesteld (40% tegenover 23%).
    De waargenomen trends zijn grotendeels te verklaren door grondwaterwinning. Klimatologische variatie kan voelbaar zijn in niet-freatische lagen, maar het effect van die variatie is klein in vergelijking met de menselijke beïnvloeding door waterwinning. Bij de niet-freatische grondwaterlagen worden op meerdere plaatsen (zeer) grote stijgende trends vastgesteld. Die zijn wellicht het gevolg van lokale of regionale maatregelen om de afbouw van grondwaterwinningen te stimuleren. Er zijn echter ook meetfilters met dalende trends, wat illustreert dat er uit sommige lagen nog steeds te veel grondwater opgepompt wordt.

Bronnen

Vlaamse Milieumaatschappij (VMM): Milieurapport (MIRA), Grondwaterstand

Definities

Freatisch grondwater: bevindt zich in een watervoerende laag die rechtstreeks onder het topografische oppervlak ligt, zonder een ondoorlatende laag erbovenop. De voeding gebeurt hier rechtstreeks door het insijpelen van hemelwater en/of oppervlaktewater. 

Niet-freatisch grondwater: bevindt zich in een watervoerende laag die aan de bovenzijde wordt afgesloten door een ondoorlatende laag.

Publicatiedatum

20 december 2018

Volgende update

31 oktober 2019

Meer cijfers

Contact

Vorige versies