Huishoudens met een breedbandconnectie

  • 86% van Vlaamse huishoudens heeft breedbandverbinding

    86% van de Vlaamse huishoudens heeft een breedbandverbinding in 2017. In 2005 was dat 46%. Het aandeel van de huishoudens met een vaste breedbandverbinding is bijna gelijk aan het aandeel van de huishoudens met een breedbandverbinding, al is er een klein verschil in 2017 (breedband 86% tegen vast breedband 82%). Dit verschil kan te maken hebben met de sterke opkomst van mobiel internet over de voorbije jaren: in 2017 heeft 38% van de Vlaamse huishoudens een mobiele breedbandverbinding tegenover 4% in 2010.

  • Vast en mobiel breedband meer aanwezig bij huishoudens met kinderen en met hoger inkomen

    Het aandeel huishoudens met een breedbandverbinding is groter bij gezinnen met kinderen. Terwijl 94% van de gezinnen met kinderen breedband heeft, is dat bij de gezinnen zonder kinderen 83%. Voor mobiel breedband is het verschil groter (53% tegen 33%) dan voor vast breedband (89% tegen 79%).
    Huishoudens met een inkomen van minstens 3.000 euro hebben in 96% van de gevallen breedband, terwijl de huishoudens met een inkomen van maximaal 1.199 euro in 66% van de gevallen breedband hebben. Ook voor vast breedband (93% tegen 61%) en voor mobiel breedband (52% tegen 21%) is er tussen deze twee groepen een verschil van ongeveer 30 procentpunten. 

  • Vlaams Gewest op niveau EU-gemiddelde voor breedband in huishoudens

    Het aandeel huishoudens met breedband in het Vlaamse Gewest (86%) is wat groter dan in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (84%) en in het Waalse Gewest (82%).
    Binnen de Europese Unie (EU) verloor het Vlaamse Gewest zijn koppositie voor breedband bij huishoudens. Terwijl het Vlaamse Gewest in 2008 samen met Finland de 4de plaats innam binnen de EU, komt de breedbandpenetratie in 2017 eerder overeen met het EU-gemiddelde. In Nederland (98%) en Luxemburg (97%) heeft bijna elk huishouden een breedbandverbinding.
    Voor het aandeel huishoudens met een vaste breedbandverbinding  zijn er slechts kleine verschillen tussen de gewesten. In Nederland (98%) en Luxemburg (94%) heeft bijna elk huishouden een vaste breedbandverbinding. In het Vlaamse Gewest is dat 82% van de huishoudens. Opvallend is verder dat sommige toppers voor breedband minder hoog scoren voor vast breedband. Finland (3de plaats voor breedband) heeft bijvoorbeeld de laatste plaats voor vast breedband binnen de EU.
    Het aandeel huishoudens met een mobiele breedbandverbinding is wel hoger in het Vlaamse Gewest (38%) dan in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (24%) of in het Waalse Gewest (21%). In de EU is dat gemiddeld 42%, bij de topper Finland is dat 89%.

Definities

Vaste breedbandverbinding (via wifi of via een draad): verbinding via de telefoonlijn (ADSL, VDSL, SHDSL of ander DSL-type); via kabel, glasvezel, Ethernet, PLC en zo verder; via satelliet of via een hotspot (openbaar wifinetwerk) heel dicht bij huis die ook toegankelijk is.
Mobiele breedbandverbinding (3G, 4G bijvoorbeeld UMTS, LTE, mobiele WiMAX): verbinding van een gsm-netwerk via een gsm, smartphone of via een ander apparaat met een USB-sleutel (dongel), gsm- of smartphonemodem of met een kaart (bijvoorbeeld via een desktop, laptop of tablet met een geïntegreerde simkaart).

Publicatiedatum

20 december 2018

Volgende update

september 2019

Meer cijfers

Contact