Huishoudinkomen

  • Huishoudinkomen in Vlaams Gewest gemiddeld 2.251 euro per maand

    In 2018 lag het gemiddelde equivalente huishoudinkomen in het Vlaamse Gewest op 2.251 euro per maand. In 2006 ging het om 2.018 euro per maand. Dat is een stijging van ruim 11% tijdens de beschouwde periode of bijna 1% per jaar.

    Het gaat hier om het reële equivalente netto huishoudinkomen per maand. Dat wil zeggen dat rekening is gehouden met de volgende elementen: de inflatie, de aftrek van de directe belastingen en bijdragen voor de sociale zekerheid en de verschillen in samenstelling en grootte van de huishoudens.

  • Meer personen in hogere inkomensgroepen in 2018 dan in 2006

    Algemeen gezien bevonden zich in 2018 meer personen in de hogere inkomensgroepen dan in 2006. In 2018 lag bij bijna 44% van de bevolking het netto equivalente huishoudinkomen lager dan 2.000 euro per maand, tegenover 55% in 2006. De inkomensgroep 1.000 tot 2.000 euro per maand telde in 2018 bijna 39% van de bevolking, in 2006 bijna 47%. Bij 5% van de bevolking lag het huishoudinkomen in 2018 lager dan 1.000 euro, tegenover bijna 9% in 2006.

    Bijna 16% van de bevolking had in 2018 een huishoudinkomen van meer dan 3.000 euro per maand, tegenover 12% in 2006.

  • Veel lager huishoudinkomen bij 65-plussers

    Bij de bevolking van 0 tot 64 jaar stijgt het equivalente huishoudinkomen  met de leeftijd. Het lag in 2018 het hoogst bij de 50- tot 64-jarigen (2.514 euro) en het laagst bij de 0- tot 14-jarigen (2.209 euro). Tegenover 2006 is de stijging bij de groep van 50- tot 64-jaar het grootst (+15%), bij de groep van 0 tot 14 jaar het kleinst (+7%).

    Het huishoudinkomen van personen van 65 jaar en ouder was die stijging nog groter: van 1.502 euro per maand in 2006 tot 1.797 euro in 2018 (+20%). Hun inkomen lag in de hele periode van 2006 tot 2018 wel veel lager dan bij de 3 jongere leeftijdsgroepen.

  • Hooggeschoolden hebben veel hoger huishoudinkomen

    Het equivalente huishoudinkomen van hooggeschoolden lag in 2018 gemiddeld op 2.742 euro per maand. Bij middengeschoolden ging het om 2.176 euro, bij laaggeschoolden om 1.700 euro.

    In vergelijking met 2006 nam het huishoudinkomen bij middengeschoolden het sterkst toe (+11%). Bij laaggeschoolden (+8%) en hooggeschoolden (+7%) lag die stijging iets lager.

  • Huishoudinkomen stijgt met totaal aantal werkuren van huishouden

    Er is een sterke samenhang tussen het totaal aantal werkuren per week van alle huishoudleden en het equivalente huishoudinkomen per maand.

    Personen in huishoudens met meer dan 70 werkuren hebben het hoogste huishoudinkomen. Het lag in 2018 op 2.853 euro. Dat is gemiddeld 420 euro per maand hoger dan bij personen in een huishouden met 40 tot 70 werkuren per week, 976 euro hoger dan bij personen in een huishouden met 1 tot 40 werkuren en 1.248 euro hoger dan bij personen in een huishouden zonder beroepsarbeid.

  • Lager huishoudinkomen bij personen met hinder door handicap of langdurig gezondheidsprobleem

    In 2018 bedroeg het equivalente huishoudinkomen van personen met hinder wegens een handicap of een langdurig gezondheidsprobleem gemiddeld 1.941 euro per maand. Bij de personen zonder hinder ging het om 2.372 euro.

    Het huishoudinkomen is tussen 2006 en 2018 iets meer gestegen bij personen met hinder (+15%) dan bij personen zonder hinder (+11%).

  • Lager huishoudinkomen bij personen geboren buiten EU

    In 2018 lag het equivalente huishoudinkomen van personen die buiten de Europese Unie (EU) zijn geboren gemiddeld op 1.641 euro per maand. Bij de personen geboren in België ging het om 2.310 euro. Het huishoudinkomen van personen die in een ander EU-land dan België geboren zijn, lag op 2.189 euro.

    Het huishoudinkomen van personen geboren buiten de EU steeg tussen 2006 en 2018 beperkt (+2%). Bij de personen geboren in België (+15%) en in de EU (+10%) lag die stijging duidelijk hoger.

  • Huishoudinkomen in Vlaams Gewest hoger dan EU-gemiddelde

    In de Europese Unie (EU) lag het gemiddelde equivalente netto huishoudinkomen in 2017 op 1.610 euro per maand, uitgedrukt in de koopkrachtstandaard (KKS).

    Het Vlaamse Gewest (1.992 euro KKS) scoorde duidelijk hoger dan het EU-gemiddelde en dan het Waalse Gewest (1.701 euro KKS) en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (1.684 euro KKS).

    Er zijn zeer grote verschillen tussen de EU-landen. Luxemburg had in 2017 met gemiddeld 2.817 euro KKS per maand veruit het hoogste equivalente huishoudinkomen, gevolgd door Oostenrijk (2.171 euro KKS), Duitsland (2.002 euro KKS) en Frankrijk (1.977 euro KKS). Roemenië (493 euro KKS) kende het laagste huishoudinkomen per maand, voorafgegaan door Hongarije (775 euro KKS), Bulgarije (803 euro KKS) en Griekenland (870 euro KKS).

Bronnen

Statbel: EU-SILC-survey 
Eurostat: Database

Definities

Huishoudinkomen: het beschikbaar huishoudinkomen omvat alle inkomsten van de huishoudleden uit economische activiteit, uit vermogen, uit eigendom en uit sociale transfers (sociale zekerheids- en bijstandsuitkeringen).

Equivalent huishoudinkomen: om het mogelijk te maken het inkomen van huishoudens van verschillende grootte en samenstelling met elkaar te vergelijken, wordt het totale huishoudinkomen gestandaardiseerd. Dat gebeurt door het totale huishoudinkomen te delen door een equivalentiefactor. Het eerste lid van het huishouden krijgt een gewicht van 1. Voor elke bijkomende persoon van 14 jaar en ouder in het huishouden wordt die factor verhoogd met 0,5 en voor elk kind jonger dan 14 jaar met een factor 0,3. Vervolgens wordt aan elk lid van het gezin een gelijk deel van het huishoudinkomen toegewezen, met name het totale huishoudinkomen gedeeld door de equivalentiefactor.

Koopkrachtstandaard (KKS): door een monetaire grootheid in euro koopkrachtstandaard (KKS) uit te drukken is een correcte internationale vergelijking mogelijk. Er bestaan immers prijsverschillen voor dezelfde goederen en diensten tussen landen.

 

Publicatiedatum

12 september 2019

Volgende update

september 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies