Huishoudtypes

  • Meer huishoudens, kleinere omvang

    Begin 2019 woonden 6,51 miljoen inwoners van het Vlaamse Gewest in 2,81 miljoen private huishoudens. Gemiddeld genomen bestond een privaat huishouden in 2019 uit 2,31 personen.

    Sinds 2000 steeg het aantal private huishoudens sneller dan het aantal inwoners. De gemiddelde grootte van een privaat huishouden is dan ook gedaald. In 2000 bestond een privaat huishouden gemiddeld genomen uit 2,45 personen.

  • Eenpersoonshuishoudens meest voorkomende huishoudtype

    De 3 meest voorkomende private huishoudtypes waren in 2019: eenpersoonshuishoudens (of alleenwonenden) (32%), gehuwde paren zonder inwonende kinderen (23%) en gehuwde paren met 1 of meer inwonende kinderen (22%).

    Tussen 2000 en 2019 daalde het percentage huishoudens van gehuwde paren met 1 of meer inwonende kinderen van 34% naar 22%. Het percentage huishoudens van ongehuwde paren met 1 of meer inwonende kinderen steeg in die periode tot 7%. Ook het percentage eenpersoonshuishoudens steeg en is sinds 2006 het meest voorkomende huishoudtype. Het percentage eenoudergezinnen wijzigde amper de voorbije jaren.

  • Bij jongere huishoudens iets meer ongehuwd samenwonende paren met kind(eren) dan zonder kinderen

    De jongere huishoudens (huishoudens waarvan de referentiepersoon jonger is dan 60 jaar) bestonden in 2019 vooral uit gehuwde paren met 1 of meer inwonende kinderen (31%) en uit alleenwonenden (26%). 

    De gehuwde paren vormden samen 4 op de 10 jongere huishoudens, de ongehuwde paren 2 op de 10 jongere huishoudens.

    Bij de jongere ongehuwde paren waren er meer met inwonende kinderen dan zonder inwonende kinderen. Ruim 1 op de 10 jongere huishoudens was een eenoudergezin.

    Bij de oudere huishoudens (huishoudens waarvan de referentiepersoon 60 jaar of ouder is) overheersten in 2019 de gehuwde paren zonder inwonende kinderen (43%) en de alleenwonenden (40%). 

    De helft van de oudere huishoudens waren gehuwde paren. 4% waren ongehuwde paren en 5%  waren eenoudergezinnen.

  • Gehuwde paren en gehuwde ouders blijven in de meerderheid

    In 2019 woonden in het Vlaamse Gewest in bijna 6 op de 10 private huishoudens (58%) partners samen.

    Binnen de huishoudens van samenwonende paren waren er 3 op de 4 gehuwd. Er waren ongeveer evenveel gehuwde paren met inwonende kinderen als zonder inwonende kinderen. Bij de ongehuwde paren waren er iets meer met dan zonder inwonende kinderen.

    In bijna 4 op de 10 private huishoudens (37%) woonden 1 of meer kinderen (gezinnen).

    In bijna 6 op de 10 gezinnen waren de ouders (of ouder en stiefouder) gehuwd. Eenoudergezinnen kwamen iets vaker voor dan ongehuwde paren met kind(eren).

  • Ruim 4 op 10 gezinnen met 1 inwonend kind

    In ruim 4 op de 10 gezinnen (44%) woonde in 2019 1 kind. Dit betekent dat er reeds 1 inwonend kind was of dat er nog slechts 1 kind bij de ouder(s) woonde. Gemiddeld genomen woonden er in een gezin 1,79 kinderen.

    Bij eenoudergezinnen liep het aandeel met  1 inwonend kind op tot ruim 6 op de 10. Bij een alleenstaande moeder woonden gemiddeld genomen 1,57 kinderen; bij een alleenstaande vader 1,42 kinderen.

    Bij zowel gehuwde als ongehuwde paren woonden in 4 op de 10 gevallen 2 kinderen. Bij ongehuwde paren woonde iets vaker 1 kind; bij gehuwde paren woonden iets vaker 3 of meer kinderen. Gemiddeld genomen woonden bij gehuwde paren 1,90 kinderen en bij ongehuwde paren 1,73 kinderen.

  • Meer eenpersoonshuishoudens in kustgemeenten en studentensteden

    In 2019 bestond in het Vlaamse Gewest bijna 1 op de 3 private huishoudens (32%) uit een eenpersoonshuishouden.

    Het percentage private huishoudens met alleenwonenden varieerde per gemeente van 21% tot 48%. De hoogste percentages waren te vinden in de kustgemeenten en in de studentensteden. Deze variatie hangt deels samen met de leeftijd van de inwoners.

  • Meer gehuwde paren in Vlaams Gewest dan in andere gewesten

    In het Vlaamse Gewest waren er begin 2019 relatief gezien veel meer gehuwde paren zonder kinderen dan in de andere gewesten. Het Vlaamse Gewest had ook het hoogste percentage gehuwde paren met inwonende kinderen.

    Er waren in het Vlaamse Gewest relatief gezien minder eenpersoonshuishoudens dan in de andere gewesten. Ook het percentage eenoudergezinnen lag er het laagst.

    Het Waalse Gewest onderscheidde zich begin 2019 door het iets hogere percentage ongehuwde paren met inwonende kinderen. Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest had het hoogste percentage eenpersoonshuishoudens.

  • Grote Europese variatie inzake eenpersoonshuishoudens

    Inzake het percentage alleenwonenden scoorde het Vlaamse Gewest in 2017 op hetzelfde niveau als de groep van EU-landen met een laag aandeel alleenwonenden. In het Waalse Gewest lag dat aandeel hoger en op hetzelfde niveau als het EU-gemiddelde. Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest behoorde zoals de Scandinavische landen en Duitsland  tot de groep met het hoogste percentage alleenwonenden

Bronnen

Statistiek Vlaanderen: Structuur private huishoudens 
Statbel: Bevolking

Definities

Referentiepersoon van het huishouden: de persoon die het huishouden vertegenwoordigt bij de contacten met de overheid.

Private huishoudens: alle huishoudens behalve de collectieve huishoudens (religieuze gemeenschappen, rusthuizen, weeshuizen, studenten- en werkliedenhuizen, ziekenhuizen en gevangenissen).

Publicatiedatum

10 september 2019

Volgende update

september 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies