Huishoudtypes

  • Meer huishoudens, kleinere omvang

    Begin 2020 waren er in het Vlaamse Gewest 2,84 miljoen private huishoudens. Gemiddeld genomen bestond een privaat huishouden uit 2,31 personen.

    Sinds 2000 steeg het aantal private huishoudens sneller dan het aantal inwoners. De gemiddelde grootte van een privaat huishouden is dan ook gedaald. In 2000 bestond een privaat huishouden gemiddeld genomen uit 2,45 personen.

  • Eenpersoonshuishoudens meest voorkomende huishoudtype

    Begin 2020 waren de 3 meest voorkomende private huishoudtypes: eenpersoonshuishoudens (of alleenwonenden) (32%), gehuwde paren zonder inwonende kinderen (22%) en gehuwde paren met 1 of meer inwonende kinderen (21%).

    Tussen 2000 en 2020 daalde het percentage huishoudens van gehuwde paren met inwonend(e) kind(eren) van 34% naar 21%. Het percentage huishoudens van ongehuwde paren met inwonend(e) kind(eren) steeg in die periode tot 7%. Ook het percentage eenpersoonshuishoudens steeg en is sinds 2006 het meest voorkomende huishoudtype. Het percentage eenoudergezinnen wijzigde amper de voorbije jaren.

  • Iets meer jongere ongehuwd samenwonende paren met kind(eren) dan zonder kinderen

    De jongere huishoudens (huishoudens waarvan de referentiepersoon jonger is dan 65 jaar) bestonden begin 2020 vooral uit gehuwde paren met inwonende kinderen (29%) en uit alleenwonenden (27%). 

    De gehuwde paren vormden samen 4 op de 10 jongere huishoudens, de ongehuwde paren 2 op de 10 jongere huishoudens.

    Bij de ongehuwde paren waren er iets meer met inwonende kinderen dan zonder inwonende kinderen. Ruim 1 op de 10 huishoudens was een eenoudergezin.

    Bij de oudere huishoudens (huishoudens waarvan de referentiepersoon 65 jaar of ouder is) overheersten de gehuwde paren zonder inwonende kinderen (43%) en de alleenwonenden (43%). 

    Bijna de helft van de oudere huishoudens waren gehuwde paren. 3% waren ongehuwde paren en 4%  waren eenoudergezinnen.

  • Gehuwde paren en gehuwde ouders blijven in de meerderheid

    Begin 2020 woonden in bijna 6 op de 10 private huishoudens (58%) partners samen.

    Binnen de huishoudens van samenwonende paren waren er 3 op de 4 gehuwd. Er waren iets meer gehuwde paren zonder inwonende kinderen dan met inwonende kinderen. Er waren iets meer ongehuwde paren met inwonende kinderen dan zonder inwonende kinderen.

    In bijna 4 op de 10 private huishoudens (37%) woonden 1 of meer kinderen (gezinnen).

    In bijna 6 op de 10 gezinnen waren de ouders (of ouder en stiefouder) gehuwd. Eenoudergezinnen kwamen iets vaker voor dan ongehuwde paren met kind(eren).

  • Ruim 4 op 10 gezinnen met 1 inwonend kind

    In ruim 4 op de 10 gezinnen (44%) woonde begin 2020 1 kind. Dit betekent dat er reeds 1 inwonend kind was of dat er nog slechts 1 kind bij de ouder(s) woonde. Gemiddeld genomen woonden er in een gezin 1,79 kinderen.

    Bij eenoudergezinnen liep het aandeel met 1 inwonend kind op tot 6 op de 10. In een eenoudergezin woonden gemiddeld genomen 1,55 kinderen.

    Bij gehuwde en ongehuwde paren woonden even vaak 2 kinderen. Bij ongehuwde paren woonde iets vaker 1 kind; bij gehuwde paren woonden iets vaker meer dan 2 kinderen. Gemiddeld genomen woonden bij gehuwde paren 1,90 kinderen en bij ongehuwde paren 1,74 kinderen.

  • Meer eenpersoonshuishoudens in kustgemeenten en studentensteden

    Begin 2020 bestond in het Vlaamse Gewest bijna 1 op de 3 private huishoudens (32%) uit een eenpersoonshuishouden.

    Het percentage huishoudens met alleenwonenden varieerde per gemeente van 21% tot 48%. De hoogste percentages kwamen voor in de kustgemeenten en in de studentensteden. Deze variatie hangt deels samen met de leeftijd van de inwoners.

  • Meer gehuwde paren in Vlaams Gewest dan in andere gewesten

    In het Vlaamse Gewest waren er begin 2020 relatief gezien veel meer gehuwde paren zonder inwonende kinderen dan in de andere gewesten. Het Vlaamse Gewest had ook het hoogste percentage gehuwde paren met inwonende kinderen.

    Er waren in het Vlaamse Gewest relatief gezien minder eenpersoonshuishoudens dan in de andere gewesten. Ook het percentage eenoudergezinnen lag er het laagst.

    Het Waalse Gewest onderscheidde zich door het iets hogere percentage ongehuwde paren met inwonende kinderen. Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest had het hoogste percentage eenpersoonshuishoudens.

  • Grote Europese variatie inzake eenpersoonshuishoudens

    Inzake percentage eenpersoonshuishoudens zat het Vlaamse Gewest in 2018 op hetzelfde niveau als de groep EU-landen met een lager aandeel alleenwonenden. Het percentage van het Waalse Gewest lag op het niveau van het EU-gemiddelde. Het percentage van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest behoorde, zoals de Scandinavische landen en Duitsland, tot de groep met een hoger percentage alleenwonenden.

Bronnen

Statistiek Vlaanderen: Structuur private huishoudens 
Statbel: Bevolking

Definities

Referentiepersoon van het huishouden: de persoon die het huishouden vertegenwoordigt bij de contacten met de overheid.

Private huishoudens: alle huishoudens behalve de collectieve huishoudens (religieuze gemeenschappen, rusthuizen, weeshuizen, studenten- en werkliedenhuizen, ziekenhuizen en gevangenissen).

Publicatiedatum

23 juli 2020

Volgende update

juli 2021

Meer cijfers

Contact

Vorige versies