Huishoudtypes

  • Alleenwonenden sinds 2006 meest voorkomende huishoudtype

    In 2017 woonden de 6,5 miljoen inwoners van het Vlaamse Gewest in 2,7 miljoen private huishoudens. De 3 meest voorkomende huishoudtypes zijn: alleenwonende (31%), gehuwd paar zonder inwonende kinderen (23%) en gehuwd paar met één of meer inwonende kinderen (23%). 

    Tussen 2000 en 2017 daalde het percentage huishoudens van gehuwde paren met inwonende kinderen van 34% naar 23%. Het percentage huishoudens van ongehuwde paren met inwonende kinderen steeg in die periode tot 7%. Ook het aandeel alleenwonenden steeg tussen 2000 en 2017 en werd sinds 2006 het meest voorkomende huishoudtype. Het percentage eenoudergezinnen wijzigde amper.

  • Iets meer ongehuwd samenwonende paren met kinderen dan zonder kinderen bij de jongere huishoudens

    De jongere huishoudens (huishoudens waarvan de referentiepersoon jonger is dan 60 jaar) bestonden in 2017 vooral uit gehuwde paren met inwonende kinderen (32%) en uit alleenwonenden (26%). 

    De gehuwde paren vormden samen ruim 4 op de 10 jongere huishoudens, de ongehuwde paren bijna 2 op de 10 jongere huishoudens.

    Bij de jongere ongehuwde paren waren er iets meer met één of meer inwonende kinderen dan zonder inwonende kinderen. Iets meer dan 1 op de 10 jongere huishoudens was een eenoudergezin.

    Bij de oudere huishoudens (huishoudens waarvan de referentiepersoon 60 jaar of ouder is) overheersten in 2017 de gehuwde paren zonder inwonende kinderen (43%) en de alleenwonenden (40%). 

    De gehuwde paren vormden samen 5 op de 10 oudere huishoudens, de ongehuwde paren 3%. 1 op de 20 oudere huishoudens was een eenoudergezin.

  • Gehuwde paren en gehuwde ouders blijven in de meerderheid

    Binnen de huishoudens met samenwonende partners waren er in 2017 in het Vlaamse Gewest bijna 8 op de 10 gehuwd. Er waren evenveel gehuwde paren met één of meer inwonende kinderen als zonder inwonende kinderen. Dat was ook het geval bij de ongehuwde paren. 

    Huishoudens waar kinderen inwonen (gezinnen) waren in 2017 voor 60% huishoudens met twee gehuwde partners. Eenoudergezinnen kwamen iets vaker voor dan ongehuwde paren met kinderen.

  • Meer alleenwonenden in kustgemeenten en studentensteden

    In 2017 was in het Vlaamse Gewest bijna 1 op de 3 huishoudens een alleenwonende (of éénpersoonshuishouden).

    Het percentage alleenwonenden per gemeente in het Vlaamse Gewest varieerde van 20% tot 48%. De hoogste percentages alleenwonenden waren te vinden in de kustgemeenten en in de studentensteden. Deze variatie hangt deels samen met de leeftijd van de inwoners.

  • Minder alleenwonenden in Vlaams Gewest dan in andere gewesten

    Inzake het percentage alleenwonenden scoorde het Vlaamse Gewest in 2017 op hetzelfde niveau als de groep van EU-landen met een laag aandeel alleenwonenden. 

    In het Waalse Gewest lag dat aandeel hoger en op hetzelfde niveau als het EU-gemiddelde. 

    Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest behoorde zoals Litouwen, Denemarken en Zweden tot de groep met het hoogste percentage alleenwonenden. 

Bronnen

Statistiek Vlaanderen: Structuur private huishoudens 
Statbel: Bevolking
Eurostat: Labour Force Survey

Definities

Referentiepersoon van het huishouden: de persoon die het huishouden vertegenwoordigt bij de contacten met de overheid.

Publicatiedatum

20 december 2018

Volgende update

september 2019

Meer cijfers

Contact