Huwelijken

  • Jaarlijks ongeveer evenveel nieuwe wettelijke samenwoningen als nieuwe huwelijken

    In 2017 werden in het Vlaamse Gewest ongeveer 25.000 huwelijken gesloten. Sinds 2000 schommelt het jaarlijkse aantal huwelijken rond de 25.000.

    Vanaf de inwerkingtreding van de wet tot invoering van de wettelijke samenwoning (in 2000) is het aantal nieuwe registraties van wettelijke samenwoningen gestaag gestegen. Recent stabiliseerde dit aantal zich rond de 23.000. 

    Cijfers over wettelijke samenwoningen zijn beschikbaar tot 2014. Het aantal nieuwe wettelijke samenwoningen benaderde dat jaar het aantal nieuwe huwelijken. 

    Er zijn geen cijfers voorhanden over het aantal feitelijke samenwoningen van partners dat jaarlijks start. 

  • Dalende huwelijkskans

    Enkel niet-gehuwden (ongehuwde, gescheiden en verweduwde personen) kunnen huwen. Het aantal huwelijken per 1.000 niet-gehuwden van 18 tot 79 jaar geeft de huwelijkskans aan. 

    In 2017 traden er per 1.000 niet-gehuwde mannen van die leeftijdsgroep 21 in het huwelijk en per 1.000 niet-gehuwde vrouwen van die leeftijdsgroep huwden er 22. 
    De kans om te huwen was in 2017 bijna even groot voor mannen als voor vrouwen. Sommigen huwden voor het eerst, anderen traden voor een tweede of derde maal in het huwelijk.

    De voorbije jaren daalde het aantal personen dat koos voor een huwelijk. In 2000 traden er per 1.000 niet-gehuwde mannen van 18 tot 79 jaar 30 in het huwelijk. Per 1.000 niet-gehuwde vrouwen van die leeftijd waren dat er 31.

  • Bijna 2 op de 3 huwelijken zijn eerste huwelijken

    Naargelang de burgerlijke staat van de partners die in het huwelijk treden, gaat het voor elke partner om een eerste of een volgend huwelijk. 

    In 2017 waren bij 65% van de huwelijken de beide partners nooit eerder gehuwd. Bij 31% van de huwelijken had minstens één van de partners reeds een echtscheiding achter de rug. Weduwnaars en weduwes traden zelden opnieuw in het huwelijk.

  • Gescheiden mannen hertrouwen vaker dan gescheiden vrouwen

    De huwelijkskans kan ook worden berekend naargelang de burgerlijke staat van de betrokkenen. Voor ongehuwden gaat het om de kans op een eerste huwelijk, voor gescheiden personen om de kans op een tweede of een volgend huwelijk. 

    In 2017 was de kans op een eerste huwelijk voor ongehuwden van 18 tot 79 jaar iets groter voor vrouwen dan voor mannen. Per 1.000 ongehuwde vrouwen huwden er 26, per 1.000 ongehuwde mannen huwden er 21. 

    De kans op een tweede of volgend huwelijk voor gescheiden personen van 18 tot 79 jaar was in 2017 groter voor mannen dan voor vrouwen. Per 1.000 gescheiden mannen traden er 23 opnieuw in het huwelijk; per 1.000 gescheiden vrouwen hertrouwden er 18.

  • Huwelijkskans groter in Limburg

    De kans om in het huwelijk te treden was in 2017 in het Vlaamse Gewest niet overal even groot. In de provincie Limburg kozen niet-gehuwden vaker voor een huwelijk dan in de rest van Vlaanderen. 

    De huwelijkskans varieerde van 17 personen die in het (eerste of volgend) huwelijk traden per 1.000 niet-gehuwden in het arrondissement Halle-Vilvoorde tot 26 per 1.000 in het arrondissement Diksmuide. Een deel van deze verschillen hangt samen met de leeftijdsopbouw van de inwoners in elk arrondissement, een deel met de schommelingen in het jaarlijkse aantal huwelijken.

  • Huwelijkskans groter in Vlaams Gewest dan in andere gewesten

    In 2017 lag de kans op een huwelijk in het Vlaamse Gewest hoger dan in de andere gewesten. In het Waalse Gewest werd het minst voor een huwelijk gekozen: 15 personen per 1.000 niet-gehuwden traden er in het huwelijk. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest ging het om 18 huwelijken per 1.000 niet-gehuwden.

Publicatiedatum

20 december 2018

Volgende update

12 november 2019

Meer cijfers

Contact