Informele zorg

  • Meer dan helft van Vlamingen zorgde in 2017 voor familie, vriend of buur

    56% van de bevolking van 18 jaar en ouder gaf in 2017 aan in het afgelopen jaar informele zorg te hebben verleend. Het gaat om hulp of zorg voor een ziek, gehandicapt of bejaard familielid, kennis of buur. Bij 31% van de bevolking gebeurde dat minstens 1 keer per maand, bij 26% van de bevolking af en toe. De resterende 44% zorgde in 2017 niet voor iemand. Een deel daarvan heeft geen hulpbehoevend persoon in de omgeving, wat een mogelijke reden is waarom zij geen zorg gaven.
    Het aandeel dat niet zorgde voor iemand neemt sinds 2009 gestaag af. Het aandeel dat minstens 1 keer per maand zorgt voor iemand neemt gestaag toe.

  • Intensieve informele zorgverlening vaker door vrouwen, 40-59-jarigen en laagopgeleiden

    De groep die minstens 1 keer per maand informele zorg geeft (dat zijn de intensieve zorgverleners) heeft enkele specifieke kenmerken. Vrouwen bieden vaker intensieve informele zorgen dan mannen. De middelste leeftijdsgroep telt het grootste aandeel, kort gevolgd door de 60-plussers. Naar scholingsgraad zijn de grootste aandelen te vinden bij de laaggeschoolden, gevolgd door de hooggeschoolden.

  • Landelijke gebieden kennen meer intensieve informele zorgverleners

    De grootste aandelen intensieve informele zorgverleners zijn te vinden in het overgangsgebied, het platteland en de kleinere steden. In grootsteden, centrumsteden en de grootstedelijke rand liggen deze aandelen lager.

Bronnen

Statistiek Vlaanderen: SCV-survey

Publicatiedatum

20 december 2018

Volgende update

februari 2019

Meer cijfers

Contact