Informele zorg

  • Meer dan helft van Vlamingen zorgt voor familie, vriend of buur

    56% van de bevolking van 18 jaar en ouder gaf in 2018 aan in het afgelopen jaar informele zorg te hebben verleend. Het gaat om hulp of zorg voor een ziek, gehandicapt of bejaard familielid, kennis of buur. Bij 32% van de bevolking gebeurde dat minstens 1 keer per maand, bij 25% van de bevolking af en toe. De resterende 44% zorgde in 2018 niet voor iemand. Een deel daarvan heeft geen hulpbehoevend persoon in de omgeving, wat een mogelijke reden is waarom zij geen zorg gaven.

    Het aandeel dat minstens 1 keer per maand zorgt voor iemand neemt sinds 2009 gestaag toe. Het aandeel dat niet zorgde voor iemand nam in dezelfde periode  af.

  • Intensieve informele zorgverlening vaker door vrouwen en 60-plussers

    De groep die minstens 1 keer per maand informele zorg geeft (dat zijn de intensieve zorgverleners) heeft enkele specifieke kenmerken. Vrouwen bieden vaker intensieve informele zorgen dan mannen. De oudste leeftijdsgroep telt het grootste aandeel, kort gevolgd door de middengroep. Naar scholingsgraad zijn er geen verschillen.

  • Landelijke gebieden kennen meer intensieve informele zorgverleners

    De grootste aandelen intensieve informele zorgverleners zijn te vinden in het overgangsgebied, het platteland en de kleinere steden. In grootsteden, centrumsteden en de grootstedelijke rand liggen deze aandelen lager.

Bronnen

Statistiek Vlaanderen: SCV-survey

Publicatiedatum

19 februari 2019

Volgende update

februari 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies