Inkomen (volgens de nationale rekeningen)

  • Beschikbaar inkomen per inwoner bedraagt 22.000 euro

    Het beschikbaar inkomen per inwoner kwam in het Vlaamse Gewest in 2017 op iets meer dan 22.000 euro. In 1995 ging het om ongeveer 20.000 euro. Het gaat om inkomens in reële termen, wat wil zeggen dat rekening gehouden wordt met de inflatie door de bedragen uit te drukken in prijzen van 2017.

    Het beschikbaar inkomen per inwoner nam reëel toe met 10% tussen 1995 en 2017. Die toename was echter niet gelijkmatig over heel deze periode. Het reële beschikbaar inkomen daalde in 2002 en 2003 en tussen 2009 en 2013.

  • Lonen belangrijkste component van beschikbaar inkomen

    Het beschikbaar inkomen bestaat voor het grootste deel uit lonen. Het aandeel van lonen in het beschikbaar inkomen is met de jaren nog gegroeid: van 89% in 1997 naar 97% in 2017.

    Tegelijk daalt het aandeel van het netto inkomen uit vermogen. Dat nam af van 21% in 1997 naar 13% in 2017.  Ook het exploitatieoverschot werd iets minder belangrijk.

    De impact van belastingen op het beschikbaar inkomen nam beperkt toe van -23% in 1997 tot -24% in 2017.

  • Beschikbaar inkomen hoogst in Vlaams-Brabant

    Het beschikbaar inkomen per inwoner ligt het hoogst in de Vlaams-Brabantse arrondissementen Leuven (24.100 euro in 2017) en Halle-Vilvoorde (23.700 euro). Ook de andere arrondissementen in de buurt van Brussel-Hoofdstad scoren hoog, wat samenhangt met de pendel van en naar de hoofdstad.

    Het beschikbaar inkomen per inwoner ligt het laagst in de Limburgse arrondissementen Maaseik en Tongeren, maar ook in het arrondissement Antwerpen en in de West-Vlaamse arrondissementen Ieper en Oostende.

  • Beschikbaar inkomen in Vlaanderen hoog in vergelijking met EU-landen

    Het beschikbaar inkomen per inwoner in het Vlaamse Gewest bedroeg in 2017 afgerond 19.200 euro koopkrachtstandaard (KKS). In geheel België was dat 18.000 euro KKS. Het beschikbaar inkomen ligt op een lager niveau in het Waalse en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (telkens 16.400 euro KKS).

    Het beschikbaar inkomen per inwoner was altijd hoger in het Vlaamse Gewest dan in de andere gewesten. Tussen 1995 en 2017 was er een reële toename in het Waalse Gewest (+5,7%), terwijl het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest een reële daling kende met 3,1%. In het Vlaamse Gewest ging het om een toename van +10,0%. Het gevolg is dat het beschikbaar inkomen per inwoner in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest tussen 1995 en 2017 op het niveau van het Waalse Gewest is komen te liggen.

    In vergelijking met de landen van de Europese Unie (EU) is het beschikbaar inkomen per inwoner in het Vlaamse Gewest hoog te noemen. Enkel in Luxemburg (24.800 euro KKS), Oostenrijk (21.100 euro KKS) en Duitsland (20.800 euro KKS) lag het beschikbaar inkomen per inwoner nog hoger. De Oost-Europese lidstaten noteren het laagste inkomen, met als hekkensluiter Bulgarije (8.300 euro KKS). Daarmee ligt het beschikbaar inkomen per hoofd in het rijkste land (Luxemburg) 3 keer hoger dan in het armste land (Bulgarije). Maar dat verschil neemt af: in 2008 was dat nog 4,3 keer hoger.

Bronnen

Instituut voor de Nationale Rekeningen: Regionale rekeningen van de huishoudens

Eurostat: Income of households

Definities

Beschikbaar inkomen: som van de lonen, het exploitatie-overschot, het gemengd inkomen, netto inkomen uit vermogen, netto sociale uitkeringen en netto overige inkomensoverdrachten, min belastingen. 
Lonen: vergoedingen voor arbeid en toelagen, voordelen in natura en premies die de werkgevers in het kader van de sociale zekerheid betalen.
Exploitatieoverschot: de inkomsten uit verhuur en toegerekende huur. Dit laatste is het fictief huurinkomen van eigenaars van de woning die ze zelf bewonen en van niet-verhuurde tweede verblijven.
Gemengd inkomen: inkomen van zelfstandigen en winsten van ondernemers.
Netto-inkomen uit vermogen: ontvangen min betaalde rentes en winstuitkeringen.
Netto sociale uitkeringen: uitkeringen van min bijdragen aan de sociale zekerheid.
Netto overige inkomensoverdrachten: uitkeringen in verband met schade, prijzengelden, stakingsgelden en dergelijke, min schadeverzekeringspremies en boetes.
Koopkrachtstandaard: door een monetaire grootheid in euro koopkrachtstandaard (KKS) uit te drukken is een correcte internationale vergelijking mogelijk. Zo worden de bedragen gecorrigeerd voor de bestaande prijsverschillen voor dezelfde goederen en diensten tussen landen.

Publicatiedatum

10 september 2020

Volgende update

september 2021

Meer cijfers

Contact

Vorige versies