Inkomen (volgens de nationale rekeningen)

  • Beschikbaar inkomen per inwoner op 20.600 euro

    Het beschikbaar inkomen per inwoner lag in het Vlaamse Gewest in 2016 afgerond op 20.600 euro. In 1995 ging het om 19.600 euro. Het gaat om inkomens in reële termen, wat wil zeggen dat rekening gehouden wordt met de inflatie door de bedragen uit te drukken in prijzen van 2016.

    Tussen 1995 en 2016 nam het beschikbaar inkomen per inwoner in Vlaanderen toe met 5,1%. Maar die toename is niet gelijkmatig over de hele periode. Zo daalde het reële beschikbaar inkomen in het Vlaamse Gewest tussen 2009 en 2013.

  • Lonen belangrijkste component van beschikbaar inkomen

    De lonen zijn veruit de belangrijkste component van het beschikbaar inkomen. Het aandeel ervan is met de jaren nog gegroeid: van 87% in 1996 naar 100% in 2016.

    Aan de andere kant is er een afnemend belang van het netto inkomen uit vermogen. Dat daalde van 21% in 1996 naar 13% in 2016. Ook het exploitatieoverschot werd relatief minder belangrijk.

    De impact van belastingen op het beschikbaar inkomen nam tussen 1995 en 2016 toe van -22% tot -25%.

  • Beschikbaar inkomen hoogst in Vlaams-Brabant

    Het beschikbaar inkomen per inwoner ligt het hoogst in de Vlaams-Brabantse arrondissementen, met Leuven op kop (22.700 euro in 2016), op de voet gevolgd door Halle-Vilvoorde (22.300 euro). Ook de andere arrondissementen in de buurt van Brussel-Hoofdstad scoren hoog, wat samenhangt met de pendel van en naar de hoofdstad.

    Het beschikbaar inkomen per inwoner ligt het laagst in de Limburgse arrondissementen, maar ook in het arrondissement Antwerpen en in de West-Vlaamse arrondissementen Diksmuide, Ieper en Oostende.

  • Beschikbaar inkomen in Vlaanderen ligt hoog in EU-verband

    Het beschikbaar inkomen per inwoner in het Vlaamse Gewest kwam afgerond in 2016 op 19.000 euro koopkrachtstandaard (KKS). In geheel België is dat 17.800 euro KKS. Het beschikbaar inkomen ligt lager in het Waalse en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (beide 16.200 euro KKS).

    Het beschikbaar inkomen per inwoner was doorheen de tijd steeds hoger in het Vlaamse Gewest dan in de andere gewesten. Tussen 1995 en 2016 was er een beperkte reële toename in het Waalse Gewest (+1,1%), terwijl het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest een reële achteruitgang kende met 7,9%. In het Vlaamse Gewest was de toename +5,1%, zoals eerder vermeld. Het gevolg is dat het beschikbaar inkomen per inwoner in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest tussen 1995 en 2016 op het niveau van het Waalse Gewest is komen te liggen.

    In vergelijking met de landen van de Europese Unie (EU) ligt het beschikbaar inkomen per inwoner in het Vlaamse Gewest relatief hoog. Enkel in Luxemburg (24.900 euro KKS), Oostenrijk (21.700 euro KKS) en Duitsland (21.300 euro KKS) is het beschikbaar inkomen per inwoner hoger.

    De Oost-Europese lidstaten hebben het laagste inkomen, met als hekkensluiter Bulgarije (8.300 euro KKS). Daarmee ligt het beschikbaar inkomen per hoofd in het rijkste land (Luxemburg) 3 keer hoger dan in het armste land (Bulgarije). Maar dat verschil neemt af: in 2008 was dat nog 4,3 keer hoger.

Bronnen

Instituut voor de Nationale Rekeningen: Regionale rekeningen van de huishoudens

Eurostat: Income of households

Definities

Beschikbaar inkomen: som van de lonen, het exploitatie-overschot, het gemengd inkomen, netto inkomen uit vermogen, netto sociale uitkeringen en netto overige inkomensoverdrachten, min belastingen. 
Lonen: vergoedingen voor arbeid en toelagen, voordelen in natura en premies die de werkgevers in het kader van de sociale zekerheid betalen.
Exploitatieoverschot: de inkomsten uit verhuur en toegerekende huur. Dit laatste is het fictief huurinkomen van eigenaars van de woning die ze zelf bewonen en van niet-verhuurde tweede verblijven.
Gemengd inkomen: inkomen van zelfstandigen en winsten van ondernemers.
Netto-inkomen uit vermogen: ontvangen min betaalde rentes, winstuitkeringen…
Netto sociale uitkeringen: uitkeringen van min bijdragen aan de sociale zekerheid.
Netto overige inkomensoverdrachten: uitkeringen in verband met schade, prijzengelden, stakingsgelden,… min schadeverzekeringspremies, boetes…
Koopkrachtstandaard: door een monetaire grootheid in euro koopkrachtstandaard (KKS) uit te drukken is een correcte internationale vergelijking mogelijk. Zo worden de bedragen gecorrigeerd voor de bestaande prijsverschillen voor dezelfde goederen en diensten tussen landen.

Publicatiedatum

19 september 2019

Volgende update

september 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies