Investeringsinspanningen

  • Investeringsinspanningen Vlaamse overheid ruim 3.000 miljoen euro

    In 2017 bedroegen de investeringsinspanningen van de Vlaamse overheid ruim 3.000 miljoen euro, tegenover 2.800 miljoen euro in 2010. Dat is een stijging van 7% tussen 2010 en 2017. De investeringsinspanningen omvatten de investeringen in vaste activa en de investeringsbijdragen of -subsidies.

    De investeringen in vaste activa hebben betrekking op materieel en immaterieel kapitaal, inclusief gronden. Ze worden weergegeven als een saldo van ontvangsten en uitgaven. De investeringen in vaste activa stegen van 1.485 miljoen euro in 2010 tot 2.070 miljoen euro in 2017 (39%). Hun aandeel in de totale investeringsinspanningen, steeg van 53% in 2010 tot 69% in 2017.

    De investeringsbijdragen of -subsidies daalden over de hele periode met bijna 34%: van 1.320 miljoen euro in 2010 tot ruim 935 miljoen euro in 2017. In 2013 was er wel een eenmalige stijging tot 1.620 miljoen euro. Het aandeel in de totale investeringsinspanningen daalde van 47% in 2010 tot 31% in 2017.

  • Investeringsinspanningen Vlaamse gemeentebesturen ruim 1.530 miljoen euro

    In 2017 bedroegen de investeringsinspanningen van de gemeentebesturen (inclusief de districten) ruim 1.530 miljoen euro. De investeringsinspanningen kenden grote schommelingen, met lage bedragen in 2004, in 2009-2010 en in 2014, tegenover hoge bedragen in 2006-2007, 2012 en 2017.

    De investeringen in materiële en immateriële vaste activa van de gemeentebesturen bedroegen in 2017 ruim 1.285 miljoen euro. Ze vormen daarmee over de hele periode beschouwd ruim 80% van de investeringsinspanningen. Ze bepalen ook de grote schommelingen in de investeringsinspanningen.

    De investeringsbijdragen of -subsidies van de gemeentebesturen omvatten alleen de uitgaven. In 2017 ging het om bijna 250 miljoen euro. De investeringsbijdragen stegen van 123 miljoen euro in 2004 tot bijna 255 miljoen euro in 2015. In 2016 daalden ze tot 125 miljoen euro, gevolgd door een sterke stijging in 2017. 

  • Grote verschillen in investeringsinspanningen tussen de andere lokale besturen

    Er zijn grote verschillen tussen de andere lokale besturen in de omvang en evolutie van hun investeringsinspanningen in de periode 2014-2017.  De investeringsinspanningen van de autonome gemeentebedrijven (AGB) bedroegen in 2017 bijna 257 miljoen euro, na een forse stijging sinds 2014.

    De investeringsinspanningen van de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW’s) daalden de voorbije jaren: van 317 miljoen euro in 2014 tot 140 miljoen euro in 2017.

    De OCMW-verenigingen deden in 2017 voor 89 miljoen euro aan investeringsinspanningen, tegenover 68 miljoen euro in 2016 en slechts 3 miljoen euro in 2014 en 2015.

    De investeringsinspanningen van de provinciebesturen stegen van 153 miljoen euro in 2014 tot 165 miljoen euro in 2015. Ze daalden tot 120 miljoen euro in 2016 en stegen opnieuw tot bijna 148 miljoen euro in 2017.

    De investeringsinspanningen van de autonome provinciebedrijven (APB) zijn zeer beperkt. In 2017 bedroegen ze 6,2 miljoen euro, tegenover 5,8 miljoen euro in 2016 en 3,3 miljoen euro in 2015 en 2014. 

  • Investeringsinspanningen hoger dan 200 euro per inwoner in 103 gemeenten

    De investeringsinspanningen van de gemeentebesturen per inwoner variëren sterk tussen de gemeenten onderling. Er is geen duidelijk patroon te onderscheiden in de verschillen. Bovendien is er voor de meeste gemeenten een groot verschil tussen de investeringsinspanningen in 2017 en in de vorige jaren.

    In de gemeenten Menen, Asse, Kaprijke en Wemmel waren er in 2017 negatieve investeringsinspanningen van minder dan -200 euro per inwoner. In 11 gemeenten lagen de negatieve bedragen tussen -200 euro en 0 euro per inwoner. Negatieve investeringsinspanningen betekenen dat de investeringsuitgaven kleiner zijn dan de investeringsontvangsten (verkoop van gebouwen, gronden, wagens enzovoort). 

    In 187 gemeenten lagen de investeringsinspanningen in 2017 tussen 0 en 200 euro per inwoner (waaronder Hasselt en Oostende) en in 90 gemeenten tussen 200 en 400 euro (waaronder, in stijgende volgorde, Roeselare, Leuven, Mechelen, Aalst, Turnhout, Brugge, Sint-Niklaas, Genk, Antwerpen, Kortrijk en Gent). De investeringsinspanningen bedroegen meer dan 400 euro per inwoner in 13 gemeenten, tot ruim 750 euro per inwoner in Zwijndrecht en Laakdal. Positieve bedragen betekenen dat de investeringsuitgaven groter zijn dan de investeringsontvangsten.

Bronnen

Vlaamse overheid: 
•    Departement Financiën en Begroting (FB): Website
•    Instituut voor Nationale Rekeningen (INR): Website
•    Nationale Bank van België (NBB): Database overheidsfinanciën

Lokale overheden: 
•    Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB): BBC

Definities

Investeringsinspanningen van Vlaamse en lokale overheden: de som van 
-    investeringen in vaste materiële en immateriële activa, inclusief gronden,
-    investeringsbijdragen of -subsidies aan derden.
De bedragen hebben betrekking op de gerealiseerde transacties, niet op de geraamde cijfers uit de begroting en haar herzieningen. 
De gegevens over de investeringen in vast materieel en immaterieel actief betreffen het saldo van uitgaven en inkomsten. Voor de investeringsbijdragen of -subsidies gaat het om de uitgaven. 
Het gaat telkens om bruto bedragen, dat wil zeggen zonder aftrek van afschrijvingen.

Publicatiedatum

20 december 2018

Volgende update

november 2019

Meer cijfers

Contact

Vorige versies