Inwoners naar positie in het huishouden

  • Minder samenwonenden met partner en kind(eren)

    Begin 2019 woonden 3,28 miljoen inwoners van het Vlaamse Gewest samen met een partner, al dan niet met inwonende kinderen. Daarnaast woonden 1,88 miljoen inwoners als kind (ongeacht de leeftijd) bij 1 of 2 ouders. Ruim 897.000 personen woonden alleen. Er waren ruim 231.000 alleenstaande ouders.

     Het percentage inwoners dat begin 2019 met een partner en zonder kinderen woonde was even groot  als het percentage inwoners dat met een partner én met 1 of meer kind(eren) samenwoonde (25%). Op de 3de  plaats kwamen kinderen die bij 2 ouders woonden (23%).

    Sinds 2000 daalt het percentage volwassenen dat met een partner en met 1 of meer kinderen samenwoont, evenals het percentage kinderen dat bij 2 ouders woont. De trends van de voorbije jaren zetten zich verder, maar zijn afgezwakt. 

  • 3 op 4 samenwonende partners zijn gehuwd

    Bij de volwassenen die begin 2019 samenwoonden met een partner woonden er 3 op de 4 gehuwd samen en woonde er 1 op de 4  ongehuwd samen.

    De ene helft van de samenwonende partners had inwonende kinderen; de andere helft niet.

    Bij de volwassenen die gehuwd samenwoonden met een partner was de groep met 1 of meer inwonende kinderen ongeveer even groot als de groep zonder inwonende kinderen. Dat was ook het geval bij de volwassenen die ongehuwd samenwoonden met een partner.

    Bij de volwassenen die met 1 of meer kinderen (ongeacht hun leeftijd) samenwoonden waren er bijna 7 op de 10 gehuwde ouders (of stiefouders), waren er ruim 2 op de 10 ongehuwd samenwonende ouders (of ouder en stiefouder) en was er iets meer dan 1 op de 10 een alleenstaande ouder.

  • Gehuwde partners en gehuwde ouders nog steeds meest voorkomend

    Van alle 0- tot 17-jarigen woonden er begin 2019 6 op de 10 bij een gehuwd paar en ruim 2 op de 10 bij een ongehuwd paar. 14% woonde bij een alleenstaande ouder, de meesten bij hun moeder.

    Volwassenen van 18 tot 59 jaar hadden begin 2019 uiteenlopende posities in het huishouden. Bijna een derde woonde gehuwd samen met een partner én met 1 of meer kind(eren). Daarnaast woonde telkens ongeveer 1 op de 10 als kind bij een gehuwd paar, alleen, gehuwd met een partner zonder kinderen, ongehuwd met een partner zonder kinderen of met kind(eren).

    Bij de volwassenen van 60 jaar en ouder woonde ruim de helft gehuwd samen met een partner zonder kinderen. Een kwart woonde alleen.

  • Concentraties van gezinnen in elke provincie

    In het Vlaamse Gewest woonde begin 2019 57% van de inwoners in gezinsverband. Het gaat om kinderen en volwassenen die bij 1 of 2 ouders woonden en om volwassenen die samenwoonden met 1 of meer kinderen.

    In elke provincie waren er enkele steden en gemeenten waar meer in gezinsverband werd geleefd dan gemiddeld genomen. Ook in de brede rand rond Brussel kwam leven in gezinsverband vaker voor (>60%) dan gemiddeld. In de kustgemeenten was dit veel minder het geval (36 à 40%).

  • Minder alleenwonenden en alleenstaande ouders in Vlaams Gewest dan in andere gewesten

    Het Vlaamse Gewest onderscheidde zich begin 2019 van de andere gewesten door een lager percentage alleenwonenden, alsook door minder alleenstaande ouders en minder kinderen bij een alleenstaande ouder.  

    Het percentage gehuwd samenwonenden (zonder en met inwonende kinderen) lag hoger in het Vlaamse Gewest dan in de andere gewesten.

    In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest waren er relatief gezien het meest alleenwonenden. In het Waalse Gewest kwamen ongehuwd samenwonende partners met kind(eren) en kinderen bij ongehuwd samenwonende paren relatief gezien iets vaker voor dan in de andere gewesten.

Bronnen

Statistiek Vlaanderen: Structuur van de bevolking

Statbel: Bevolking

Publicatiedatum

10 september 2019

Volgende update

september 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies