Koolstofvoetafdruk

  • Vlaanderen heeft koolstofvoetafdruk van 20 ton CO2-equivalenten per inwoner

    De koolstofvoetafdruk van een land of regio omvat alle broeikasgasemissies die wereldwijd ontstaan als gevolg van de consumptie van de inwoners van dat land of die regio. In 2010 bedroeg de koolstofvoetafdruk van Vlaanderen in totaal 128 megaton CO2-equivalenten, omgerekend ongeveer 20 ton per inwoner. De koolstofvoetafdruk van Vlaanderen uitgedrukt in CO2-equivalenten ligt daarmee 1,5 keer hoger dan de totale broeikasgasemissies in Vlaanderen zelf. Om de gemiddelde globale temperatuurstijging te beperken tot 2°C moeten de mondiale broeikasgasemissies tegen 2050 verminderd worden tot gemiddeld 2 ton per inwoner. 

  • Bijna driekwart van koolstofvoetafdruk gekoppeld aan goederen en diensten die huishoudens aankopen

    Bijna driekwart van de koolstofvoetafdruk, ongeveer 15 ton CO2-equivalenten per inwoner, is gekoppeld aan de goederen en diensten die de huishoudens aankopen. Het grootste deel van deze emissies, ongeveer vier vijfde, ontstaat tijdens de productie en het transport van de geconsumeerde goederen en diensten. De rest zijn broeikasgasemissies die ontstaan bij de gezinnen zelf door het gebruik van brandstoffen in de woning en door het rijden met de wagen.
    Het overige kwart van de Vlaamse koolstofvoetafdruk bestaat vooral uit emissies gekoppeld aan investeringen van bedrijven en overheden in onder meer gebouwen en infrastructuur, machines en ICT-materiaal (iets meer dan 3 ton CO2-equivalenten per inwoner) en uit emissies gekoppeld aan overheidsdiensten waar de consument niet rechtstreeks voor betaalt, zoals onderwijs en defensie (ongeveer 2 ton CO2-equivalenten per inwoner). 

  • Ruim helft van koolstofvoetafdruk komt van huisvesting, personenvervoer en voeding

    Ruim de helft van de koolstofvoetafdruk ontstaat door huisvesting, personenvervoer en voeding.
    De helft van de koolstofvoetafdruk van huisvesting komt van verwarming. 
    90% van de voetafdruk van personenvervoer wordt veroorzaakt door de auto. Het gaat vooral om broeikasgassen die ontstaan bij de winning en raffinage van de gebruikte brandstoffen en aan de uitlaat van de wagens zelf, en in mindere mate om de uitstoot in de productieketens en bij het onderhoud van wagens. Het aandeel van andere transportmodi in de koolstofvoetafdruk van personenvervoer is beperkt.
    Ruim vier vijfde van de koolstofvoetafdruk van voeding ontstaat in de productieketen van voedingsmiddelen die aangekocht worden door huishoudens.

Bronnen

Vlaamse Milieumaatschappij (VMM): Milieurapport (MIRA), koolstofvoetafdruk

Definities

CO2-equivalenten: meeteenheid gebruikt om het opwarmend vermogen van broeikasgassen weer te geven. CO2 is het referentiegas, waartegen andere broeikasgassen gemeten worden. Bijvoorbeeld: omdat bij eenzelfde massa gas het opwarmend vermogen van methaan 25 keer hoger is dan dat van CO2, stemt 1 ton methaan overeen met 25 ton CO2-equivalenten.
Koolstofvoetafdruk van een land of regio: de broeikasgasuitstoot die wereldwijd veroorzaakt wordt door de consumptie van de inwoners van dat land of die regio. Dit zijn:

  • broeikasgasemissies die ontstaan in de productie- en distributieketens van de goederen en diensten die huishoudens aankopen;
  • broeikasgasemissies die ontstaan bij huishoudens zelf door het gebruik van brandstoffen in de woning en voor het rijden met de wagen;
  • broeikasgasemissies gekoppeld aan investeringen van bedrijven en overheden in onder meer gebouwen en infrastructuur, machines en ICT-materiaal;
  • broeikasgasemissies gekoppeld aan overheidsdiensten waar de consument niet rechtstreeks voor betaalt, zoals onderwijs en defensie.

Het betreft de emissies van koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O). Om de emissies van deze gassen met elkaar te kunnen vergelijken en op te tellen, worden ze uitgedrukt in CO2-equivalenten. Emissies van fluorkoolwaterstoffen (HFK’s) worden niet meegenomen.

Publicatiedatum

20 december 2018

Volgende update

januari 2021

Meer cijfers

Contact

Vorige versies