Loonkosten

  • Totale loonkosten op 123 miljard euro

    De totale loonkosten lagen in het Vlaamse Gewest in 2018 op 123 miljard euro. Het gaat om de totale som aan vergoedingen in geld en natura die werkgevers aan hun werknemers betalen. De loonmassa is in vergelijking met 2003 met 54% gegroeid (in lopende prijzen).
    In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest was de toename ongeveer even groot (+56%). De stijging was minder sterk in het Waalse Gewest (+37%).

  • Aandeel loonkosten in bruto toegevoegde waarde neemt af

    De loonkosten per eenheid product (LEP) kwam in 2018 op 0,62 in het Vlaamse Gewest. Het gaat om de verhouding van de verloning van werknemers en zelfstandigen tot de bruto toegevoegde waarde. Hoe lager de loonkosten per eenheid product, hoe gunstiger voor de competitiviteit.

    Op lange termijn, vanaf 2003, is er sprake van een daling van deze LEP, maar niet continu. In de crisisjaren 2008 en 2009 nam de LEP toe, omdat de economische activiteit achteruit ging, maar de tewerkstelling (en dus de lonen) niet direct in dezelfde mate. Ook in het conjunctureel zwakke jaar 2013 steeg de LEP licht.

    De LEP lag in 2018 lager in het Vlaamse Gewest dan in de 2 andere Belgische gewesten.

  • Loonkosten per eenheid product in industrie en energie lager dan in marktdiensten

     

    De industrie en energie en de marktdiensten zijn twee belangrijke economische hoofdsectoren op vlak van competitiviteit. In 2018 lag de LEP in de industrie en energie met 0,54 lager (gunstiger voor de competitiviteit) dan in de marktdiensten (0,59).

    In 2003 was er vrijwel geen verschil tussen beide. Sindsdien is de LEP in beide hoofdsectoren gedaald, maar sterker in de industrie en energie. De LEP kende in de industrie en energie wel een sterkere toename tijdens de financieel-economische crisis in 2008-2009. Dat komt doordat deze sector conjunctuurgevoeliger is.

  • Vlaamse loonkosten per eenheid product gunstiger dan in de buurlanden

    De LEP was in 2017 gunstiger in het Vlaamse Gewest dan gemiddeld in onze 3 buurlanden Duitsland, Frankrijk en Nederland, ook onze belangrijkste handelspartners. Dat blijkt uit de verhouding van de Vlaamse LEP tot de gemiddelde LEP van de 3 buurlanden. Die verhouding ligt lager dan 1. Voor de hele economie lag de verhouding in 2017 op 0,97.

    De gunstigere LEP doet zich vooral voor in de industrie en energie (0,92). Voor de marktdiensten was dit in mindere mate het geval (0,97). Sedert 2003 werd de Vlaamse LEP competitiever ten opzichte van het gemiddelde van de 3 buurlanden, ook voor wat betreft de industrie en energie en de marktdiensten afzonderlijk.

Bronnen

Instituut voor de Nationale Rekeningen: Regionale rekeningen
Statistiek Vlaanderen: Regionale economische vooruitzichten

Definities

Loonkosten: de som van alle vergoedingen verschuldigd door alle werkgevers aan alle werknemers.
Loonkosten per eenheid product (LEP): de totale verloning van werknemers en zelfstandigen in verhouding tot de bruto toegevoegde waarde.
De bruto toegevoegde: het verschil tussen de marktwaarde van de in 1 jaar geproduceerde goederen en diensten en de marktwaarde van de in het productieproces verbruikte intermediaire goederen en diensten.
Lopende of nominale prijzen: prijzen van het betrokken jaar, niet gecorrigeerd voor de inflatie. 

Publicatiedatum

19 september 2019

Volgende update

september 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies