Aandeel steun in inkomen landbouwers

  • Aandeel steun in inkomen hoogst in rundveesector, laagst in tuinbouw

    Het aandeel van de rechtstreekse steun in de opbrengst en het bedrijfsinkomen is het grootst bij gespecialiseerde vleesveebedrijven. Bij deze bedrijven lag het aandeel van de steun in de periode 2012-2017 op 15% van de opbrengst en 85% van het bedrijfsinkomen. Dat is een gevolg van een hoog bedrag van rechtstreekse steun en een lage totale opbrengst en bedrijfsinkomen bij deze bedrijven. Van alle sectoren is de totale opbrengst en het bedrijfsinkomen in de beschouwde periode het laagst bij vleesveebedrijven.

    De bedrijfstypes gemengd rundvee, akkerbouw en melkvee haalden in de periode 2012-2017 een aandeel van rechtstreekse steun in het bedrijfsinkomen tussen 33% en 43%.

    De intensieve veehouderij (varkens en pluimvee) is met 8% in het bedrijfsinkomen minder afhankelijk van rechtstreekse steun.

    In de tuinbouw ten slotte is het percentage van de rechtstreekse steun in de opbrengst en het bedrijfsinkomen zeer laag.

Bronnen

Departement Landbouw en Visserij:  Cijfers en publicaties

Definities

Opbrengst: alle monetaire opbrengsten van het bedrijf, inclusief premies.

Bedrijfsinkomen: het familiaal arbeidsinkomen vermeerderd met de toegerekende vergoeding op het eigen geïnvesteerde bedrijfs- en grondkapitaal.

Rechtstreekse steun: de inkomenssteun die de landbouwers ontvangen uit de eerste pijler van het Europese landbouwbeleid (= markt- en inkomenssteun). Het gaat voornamelijk om de bedrijfstoeslag/toeslagrechten, basisbetalingen, betalingen voor vergroening, betalingen voor jonge landbouwers en zoogkoeienpremies. In 2015 is het systeem van bedrijfstoeslag / toeslagrechten vervangen door een nieuw systeem met als componenten een basisbetaling, een betaling voor vergroening en een betaling voor jonge landbouwers. In 2015 is de gekoppelde steun voor slachtkalveren ingevoerd.

Publicatiedatum

16 januari 2020

Volgende update

juni 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies