Aandeel steun in inkomen landbouwers

  • Aandeel steun in inkomen hoogst in rundveesector, laagst in tuinbouw

    Het aandeel van de rechtstreekse steun in de opbrengst en het bedrijfsinkomen is het grootst bij gespecialiseerde vleesveebedrijven. Bij deze bedrijven lag het aandeel van de steun in de periode 2012-2016 op 15% van de opbrengst en 82% van het bedrijfsinkomen. Dat is een gevolg van een hoog bedrag van rechtstreekse steun en een lage totale opbrengst en bedrijfsinkomen bij deze bedrijven. Van alle sectoren is de totale opbrengst en het bedrijfsinkomen in de beschouwde periode het laagst bij vleesveebedrijven.

    De bedrijfstypes gemengd rundvee, melkvee en akkerbouw haalden in de periode 2012-2016 een aandeel van rechtstreekse steun in het bedrijfsinkomen tussen 35% en 45%.

    De intensieve veehouderij (varkens en pluimvee) is met 10% in het bedrijfsinkomen minder afhankelijk van rechtstreekse steun.

    In de tuinbouw ten slotte is het percentage van de rechtstreekse steun in de opbrengst en het bedrijfsinkomen zeer laag.

     

Bronnen

Departement Landbouw en Visserij:  Cijfers en publicaties

 

Definities

Opbrengst: alle monetaire opbrengsten van het bedrijf, inclusief premies.

Bedrijfsinkomen: het familiaal arbeidsinkomen vermeerderd met de toegerekende vergoeding op het eigen geïnvesteerde bedrijfs- en grondkapitaal.

Rechtstreekse steun: inkomenssteun die de landbouwers ontvangen uit de eerste pijler van het Europese landbouwbeleid (= markt- en inkomenssteun). Het gaat voornamelijk om de bedrijfstoeslag/toeslagrechten, basisbetalingen, betalingen voor vergroening, betalingen voor jonge landbouwers en zoogkoeienpremies.

 

Publicatiedatum

25 april 2019

Volgende update

januari 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies