Aspecten van werktijd- en werkplaatsregeling

  • Ruim 10% werkenden doet avondwerk, 3% nachtwerk

    In 2018 bedroeg het aandeel werkenden in het Vlaamse Gewest dat minstens de helft van de werkdagen avondwerk verricht 10,3%, tegenover 15,2% in 1999. Het aandeel daalde bij mannen van 17,7% in 1999 tot 12,5% in 2018 en bij vrouwen van 11,8% in 1999 tot 7,9% in 2018.

    Het aandeel werkenden met nachtwerk lag in de periode 1999-2018 veel lager dan het aandeel met avondwerk. Het aandeel met nachtwerk daalde van 5,3% in 1999 tot 3,0% in 2018. Bij mannen was er een daling van 6,8% in 1999 tot 4,1% in 2018, bij vrouwen van 3,4% in 1999 tot 1,9% in 2018.

  • Lager aandeel werkenden met avond- en nachtwerk in Vlaams Gewest dan EU-gemiddelde

    In 2018 lag het aandeel werkenden met avondwerk in het Vlaamse Gewest (10,3%) hoger dan in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (7,8%) en het Waalse Gewest (9,6%). In de Europese Unie (EU) bedroeg het aandeel werkenden met avondwerk in 2018 gemiddeld 14,2%. Het Vlaamse Gewest scoorde beduidend lager dan het EU-gemiddelde.
    Griekenland kende met 38,6% het hoogste aandeel werkenden met avondwerk, gevolgd door Nederland (30,4%) en Slovakije (23,6%). Kroatië (4,2%) had het laagste percentage met avondwerk, voorafgegaan door Frankrijk (4,6%) en Polen (7,3%).

    Het aandeel werkenden met nachtwerk lag in 2018 in het Vlaamse Gewest (3,0%) even hoog als in het Waalse Gewest en iets hoger dan in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (2,7%). In de Europese Unie (EU) bedroeg het aandeel werkenden met nachtwerk in 2018 gemiddeld 6,1%, veel hoger dan in het Vlaamse Gewest. Slovakije (15,0%) had het hoogste aandeel met nachtwerk, gevolgd door Nederland (9,1%) en Malta (8,7%). Kroatië (1,9%) kende het laagste percentage, voorafgegaan door Polen (2,0%), Portugal (2,6%) en Letland (2,8%).

  • Ruim 22% werkenden met zaterdagwerk, bijna 13% met zondagwerk

    Het aandeel werkenden in het Vlaamse Gewest dat minstens op 2 zaterdagen per maand werkt, bedroeg 22,5% in 2018, tegenover 19,1% in 1999. Dat aandeel lag in zowel 1999 als 2018 hoger bij vrouwen dan bij mannen.  

    Het aandeel werkenden dat minstens op 2 zondagen per maand werkt, lag veel lager dan het aandeel met zaterdagwerk. Het aandeel met zondagwerk nam wel toe van 9,8% in 1999 tot 12,6% in 2018. De verschillen tussen mannen en vrouwen blijven hier beperkt.

  • Aandeel werkenden met zaterdag- en zondagwerk in Vlaams Gewest lager dan EU-gemiddelde

    In 2018 lag het aandeel werkenden met zaterdagwerk in het Vlaamse Gewest (22,5%) iets hoger dan in het Waalse Gewest (22,0%) en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (19,9%). In de Europese Unie (EU) bedroeg het aandeel werkenden met zaterdagwerk in 2018 25,1%. Het Vlaamse Gewest bevond zich in de middengroep, iets onder het EU-gemiddelde. Er zijn zeer grote verschillen tussen de EU-landen. Griekenland (41,9%) kende het hoogste aandeel, gevolgd door Italië (35,7%) en Ierland (31,9%). Portugal had het laagste percentage (8,1%), voorafgegaan door Hongarije (8,7%) en Polen (12,2%).

    In 2018 lag het aandeel werkenden met zondagwerk in het Vlaamse Gewest (12,6%) iets hoger dan in het Waalse Gewest (11,2%) en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (9,5%). 
    In de Europese Unie (EU) lag het aandeel werkenden met zondagwerk in 2018 gemiddeld op 13,8%. Het Vlaamse Gewest bevindt zich hier in de lagere middengroep, onder het Europese gemiddelde. De verschillen tussen de EU-landen zijn ook hier groot. Ierland (20,4%) kende het hoogste aandeel, gevolgd door Nederland (19,8%) en Spanje (17,8%). Portugal (4,8%) had het laagste percentage, voorafgegaan door Polen (5,7%) en Hongarije (6,1%).

  • Ploegenarbeid bij ruim 8% werknemers, thuiswerk bij 23% werkenden

    Het aandeel Vlaamse werknemers met ploegenarbeid lag in 2018 op 8,3%, tegenover 10,2% in 1999. Het aandeel daalde bij mannen van 12,0% in 1999 tot 10,4% in 2018 en bij vrouwen van 7,7% tot 6,2%.

    Het aandeel werkenden dat in mindere of meerdere mate thuis werkt, steeg van 12,9% in 1999 tot 23,0% in 2018. Het aandeel bij mannen lag in de hele periode iets hoger dan bij vrouwen.

  • Aandeel werknemers met ploegenarbeid in Vlaams Gewest ver onder EU-gemiddelde

    In 2018 lag het aandeel werknemers met ploegenarbeid in het Vlaamse Gewest (8,3%) hoger dan in het Waalse Gewest (6,4%) en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (4,1%).

    In de Europese Unie (EU) lag het aandeel werknemers dat in ploegen werkt in 2018 gemiddeld op 18,3%. Het Vlaamse Gewest bevindt zich in de groep met de laagste percentages, ver onder het Europese gemiddelde. De verschillen tussen de EU-landen zijn zeer groot. Kroatië (37,2%) had het hoogste aandeel, gevolgd door Slovenië (35,7%) en Polen (31,4%). Frankrijk (6,5%) noteerde het laagste percentage, voorafgegaan door België (7,4%) en Denemarken (8,2%).

  • Hoger aandeel werkenden met thuiswerk in Vlaams Gewest dan EU-gemiddelde

    In 2018 lag het aandeel werkenden dat thuis werkt in het Vlaamse Gewest (23,0%) hoger dan in het Waalse Gewest (21,4%), maar iets lager dan in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (25,7%).

    In de Europese Unie (EU) lag het aandeel werkenden dat thuis werkt in 2018 gemiddeld op 15,1%. Het Vlaamse Gewest bevindt zich in de hogere groep, veel hoger dan het EU-gemiddelde. De verschillen tussen de EU-landen zijn zeer groot. Nederland (38,1%) kende het hoogste aandeel, gevolgd door Zweden (34,1%) en Finland (31,2%). Roemenië (0,7%) had het laagste percentage, voorafgegaan door Bulgarije (1,0%) en Cyprus (2,2%).

Bronnen

Publicatiedatum

13 juni 2019

Volgende update

juni 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies