Bevolking in ernstige materiële deprivatie

  • Ruim 1% leeft in huishouden in ernstige materiële deprivatie

    In 2020 leefde 1,5% van de inwoners van het Vlaamse Gewest in een huishouden in ernstige materiële deprivatie.

    Dat komt overeen met ongeveer 100.000 personen. Het gaat om huishoudens die een aantal basisitems moeten missen of een aantal zaken niet kunnen doen omwille van financiële redenen.

    De EU-SILC-enquête waarop deze cijfers gebaseerd zijn, werd in 2019 ingrijpend vernieuwd. Daardoor is voorzichtigheid geboden bij het maken van vergelijkingen met de resultaten van voorgaande jaren. Wel kan gesteld worden dat het aandeel personen in een huishouden met zeer lage werkintensiteit in de meest recente jaren lager ligt dan in de periode 2012-2016.

  • Materiële deprivatie hoogst bij werklozen

    Uit de cijfers van 2020 blijkt dat de verschillen in materiële deprivatie naar geslacht en leeftijd beperkt blijven. Opgedeeld naar huishoudtype lag het aandeel in 2020 het hoogst bij personen in eenoudergezinnen (7%) en eenpersoonshuishoudens (5%).

    Naar socio-economische positie is het hoogste aandeel met ernstige materiële deprivatie te vinden bij werklozen (13%). De materiële deprivatie lag in 2020 ook duidelijk hoger bij huurders (6%) dan bij eigenaars (0%).

    Naar opleidingsniveau blijven de verschillen beperkt. Maar het aandeel in ernstige materiële deprivatie verschilt wel naar geboorteland. De personen geboren in België kennen het laagste percentage (1%), de personen geboren buiten de EU het hoogste percentage (6%).

  • 15% kan zich geen week vakantie buitenshuis permitteren

    Als gekeken wordt naar de afzonderlijke items van de deprivatiemaat, dan halen ‘geen week vakantie per jaar kunnen betalen’ en ‘geen onverwachte uitgave van 1.100 euro aankunnen’ de hoogste scores. 950.000 inwoners (15% van de bevolking) konden zich in 2020 geen week vakantie buitenshuis permitteren en 870.000 inwoners (13%) leefden in een huishouden dat moeite heeft met een onverwachte uitgave van 1.100 euro.

  • Weinig verschillen inzake ernstige materiële deprivatie tussen de provincies

    Het aandeel personen in ernstige materiële deprivatie verschilde in 2020 weinig of niet tussen de provincies. In alle provincies schommelde het percentage tussen 1% en 2%.

  • Ernstige materiële deprivatie in Vlaams Gewest beperkt in Belgisch en Europees perspectief

    Er zijn in het Vlaamse Gewest relatief gezien minder personen in ernstige materiële deprivatie dan in de andere Belgische gewesten. In het Waalse Gewest ging het in 2019 om 7% van de bevolking, in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om 11%. In België in zijn geheel lag dat aandeel op 4%.

    Het aandeel personen in ernstige materiële deprivatie lag in 2019 in de 27 landen van de Europese Unie (EU27) op 6% van de bevolking. Luxemburg (1%), Zweden (2%) en Finland (2%) kenden de laagste materiële deprivatie. In Bulgarije (21%) lag dat aandeel het hoogst, gevolgd door Griekenland (16%) en Roemenië (15%).

    Cijfers voor 2020 zijn nog niet voor alle EU-landen beschikbaar.

Bronnen

Statbel: EU-SILC-survey

Eurostat: Database

Definities

Ernstige materiële deprivatie: een huishouden leeft in ernstige materiële deprivatie als het minstens 4 van de volgende 9 items mist of niet kan doen omwille van financiële redenen: 
- 1 week vakantie buitenshuis per jaar
- een maaltijd met vis, vlees, kip of vegetarisch alternatief om de 2 dagen
- een wasmachine
- een kleuren-tv
- een telefoon/GSM
- een auto
- de rekeningen voor huur, hypotheek, nutsvoorzieningen of andere aankopen kunnen betalen
- het huis degelijk kunnen verwarmen
- een beperkte onverwachte financiële uitgave (1.100 euro) kunnen doen.

Publicatiedatum

14 juli 2021

Volgende update

juli 2022

Meer cijfers

Contact

Vorige versies