Bevolking naar positie in het huishouden

  • Minder samenwonenden met partner en kind(eren)

    Begin 2020 woonden 3,29 miljoen inwoners van het Vlaamse Gewest samen met een partner, al dan niet met inwonende kinderen. Daarnaast woonden er 1,89 miljoen inwoners als kind (ongeacht de leeftijd) bij 1 of 2 ouders  (of ouder en stiefouder). Ruim 912.000 personen woonden alleen. Er waren ruim 233.000 alleenstaande ouders.

    Het percentage inwoners dat begin 2020 met een partner en zonder kinderen woonde was even groot als het percentage dat met een partner én met 1 of meer kind(eren) samenwoonde (telkens 25%). De groep kinderen die bij 2 ouders woonde was iets kleiner (23%).

    Sinds 2000 daalt het percentage volwassenen dat met een partner en met 1 of meer kinderen samenwoont, evenals het percentage kinderen dat bij 2 ouders woont. De trends van de voorbije jaren zetten zich verder, maar zijn afgezwakt. 

  • 3 op 4 samenwonende partners zijn gehuwd

    Bij de volwassenen die begin 2020 samenwoonden met een partner, woonden er 3 op de 4 gehuwd samen en woonde er 1 op de 4 ongehuwd samen.

    Ongeveer de ene helft van de samenwonende partners had inwonende kinderen, ongeveer de andere helft niet. Dit was het geval zowel bij diegenen die gehuwd samenwoonden als bij diegenen die ongehuwd samenwoonden met een partner .

    Bij de volwassenen die met 1 of meer kinderen (ongeacht hun leeftijd) samenwoonden, waren er 2 op de 3 gehuwde ouders (of ouder en stiefouder).

  • Gehuwde partners en gehuwde ouders nog steeds meest voorkomend

    Van alle 0- tot 17-jarigen woonden er begin 2020 bijna 6 op de 10 bij een gehuwd paar. 24% woonde bij een ongehuwd paar en 15% woonde bij een alleenstaande ouder.

    Volwassenen van 18 tot 64 jaar bekleedden uiteenlopende posities in het huishouden. De grootste groep (29%) woonde gehuwd samen met een partner en met 1 of meer kind(eren). Daarnaast woonde telkens ongeveer 1 op de 10 als kind bij een gehuwd paar, alleen, gehuwd met een partner zonder kinderen, ongehuwd met een partner zonder kinderen of met kind(eren).

    Bij de volwassenen van 65 jaar en ouder woonde ruim de helft gehuwd samen met een partner zonder kinderen. Ruim een kwart woonde alleen.

  • Concentraties van gezinnen in elke provincie

    In het Vlaamse Gewest woonde begin 2020 57% van de bevolking in gezinsverband. Het gaat om kinderen (ongeacht hun leeftijd) die bij 1 of 2 ouders woonden en om volwassenen die samenwoonden met 1 of meer kinderen.

    In elke provincie waren er enkele gemeenten waar meer in gezinsverband werd geleefd dan gemiddeld genomen. Ook in de brede rand rond Brussel kwam leven in gezinsverband vaker voor (>60%) dan gemiddeld. In de kustgemeenten was dit veel minder het geval (35 tot 45%).

  • Minder alleenwonenden en alleenstaande ouders in Vlaams Gewest dan in andere gewesten

    Het Vlaamse Gewest onderscheidde zich begin 2020 van de andere gewesten door een iets lager percentage alleenwonenden, alsook door een iets lager percentage kinderen bij een alleenstaande ouder.  

    Het percentage gehuwd samenwonende partners (zonder of met inwonende kinderen) lag hoger in het Vlaamse Gewest dan in de andere gewesten. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest waren er het meest alleenwonenden. In het Waalse Gewest kwamen ongehuwd samenwonende partners met kind(eren) iets vaker voor dan in de andere gewesten.

  • Percentage alleenwonenden in Vlaams Gewest onder Europees gemiddelde

    Enkel in het Vlaamse Gewest was in 2018 het percentage alleenwonenden lager dan het Europese gemiddelde. Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest behoorde zoals de Scandinavische landen en Duitsland  tot de groep met het hoogste percentage alleenwonenden.

Bronnen

Statistiek Vlaanderen:  Structuur van de bevolking

Statbel: Bevolking

Eurostat: EU-SILC Survey

 

Publicatiedatum

14 juli 2020

Volgende update

juni 2021

Meer cijfers

Contact

Vorige versies