Bevolking onder de armoededrempel

  • 1 op 10 Vlamingen loopt risico op armoede

    Iets meer dan 1 op de 10 inwoners van het Vlaamse Gewest leefde in 2018 in een huishouden met een huishoudinkomen onder de Belgische armoededrempel. Dat komt overeen met ongeveer 680.000 personen. Er wordt vanuit gegaan dat huishoudens met een inkomen onder de armoededrempel een risico op armoede lopen.

    Het aandeel personen onder de armoededrempel bleef de afgelopen jaren vrij stabiel en schommelt sinds 2004 tussen 10% en 11% van de bevolking. De schommelingen over de jaren zijn statistisch niet significant.

  • Hoger armoederisico bij werklozen, eenoudergezinnen en huurders

    Naar geslacht en leeftijd blijven de verschillen in armoederisico vrij beperkt. Het armoederisico lag in 2018 iets hoger bij ouderen, maar het verschil met de andere leeftijdsgroepen is sinds 2006 sterk afgenomen.

    Opgedeeld naar huishoudtype ligt het armoederisico het hoogst bij personen in eenoudergezinnen (28%). Ook bij eenpersoonshuishoudens (16%), bij oudere koppels (15%) en bij grote gezinnen (15%) ligt het armoederisico hoger dan gemiddeld. In vergelijking met 2006 is het armoederisico gedaald bij koppels zonder kinderen. Bij eenoudergezinnen, koppels met 1 kind en grote gezinnen is er in dezelfde periode sprake van een stijging.

    Naar activiteitenstatus is het hoogste armoederisico te vinden bij werklozen (37%) en niet-actieven (zonder gepensioneerden) (23%). Terwijl het armoederisico tussen 2006 en 2018 bij gepensioneerden is gedaald, is dat bij de eerder genoemde 2 groepen toegenomen. De grootste stijging deed zich voor bij werklozen.

    Ten slotte lag het armoederisico in 2018 veel hoger bij huurders (26%) dan bij eigenaars (7%). Bij huurders is het armoederisico sinds 2006 toegenomen.

  • Armoederisico in Vlaams Gewest lager dan EU-gemiddelde

    Het armoederisico lag in 2018 in het Vlaamse Gewest (10%) lager dan in de andere Belgische gewesten. In het Waalse Gewest ging het om 22% van de bevolking en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om 33%. In België lag het armoederisico op 16%.

    Het aandeel personen onder de armoededrempel lag in 2018 in de landen van de Europese Unie (EU) op 17% van de bevolking. In Tsjechië lag het armoederisico het laagst (10%). Ook in Slovenië, Hongarije en Polen lag het aandeel onder de armoededrempel op een gelijkaardig niveau als in de West- en Noord-Europese landen, terwijl de levensstandaard in die eerste groep landen toch lager ligt. Dat hangt samen met het feit dat het hier gaat om een relatieve armoedemaat, berekend op basis van de inkomensverdeling in elk land afzonderlijk.

Bronnen

Statistiek Vlaanderen: Armoede of sociale uitsluiting (EU2020-indicator) (pdf)

Statbel: EU-SILC-survey

Eurostat: Database

Definities

Armoededrempel: de armoededrempel is gelijk aan 60% van het nationaal mediaan beschikbaar huishoudinkomen na sociale transfers (sociale zekerheids- en bijstandsuitkeringen). Deze armoededrempel wordt aangepast aan de samenstelling en grootte van het huishouden. Voor een alleenstaande lag de Belgische armoededrempel in 2018 op 1.187 euro per maand, voor een gezin met 2 volwassenen en 2 kinderen op 2.493 euro per maand.

Huishoudinkomen: het beschikbaar huishoudinkomen omvat alle inkomsten van de huishoudleden uit economische activiteit, uit vermogen, uit eigendom en uit sociale transfers (sociale zekerheids- en bijstandsuitkeringen).

Publicatiedatum

25 juni 2019

Volgende update

juni 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies