Consumptie en sparen

  • Totale consumptie in 2017 op 196 miljard euro

    De totale consumptie van huishoudens, overheid en instellingen zonder winstoogmerk in het Vlaamse Gewest lag in 2017 op 196 miljard euro.

    De totale consumptie ging de afgelopen jaren steeds opwaarts. In 2009 was die aangroei als gevolg van de financieel-economische crisis iets zwakker. In totaal groeide de consumptie tussen 2003 en 2017 met 61%  in nominale prijzen.

  • Huishoudens consumeren het meest

    Ruim twee derde van de totale consumptie in het Vlaamse Gewest kwam in 2017 op naam van de huishoudens. De overheid is goed voor 30%. De instellingen zonder winstoogmerk consumeren het resterende kleine deel.

    De Vlaamse huishoudens spenderen het meest aan huisvesting, water, elektriciteit, gas en andere brandstoffen, voedingsmiddelen en drank, transport en recreatie en cultuur.

  • Piek in het sparen in 2009

    Het totale bedrag van het bruto sparen van de Vlaamse huishoudens bedroeg in 2017 23 miljard euro. Dat bedrag groeide aan tussen 2003 en 2009, maar daalde nadien tot 2016. Ook in de andere gewesten was 2009 een piekjaar.

  • Spaarquote daalt

    De Vlaamse bruto spaarquote bedroeg 14,7% in 2017. Het gaat om de verhouding tussen het sparen en het beschikbaar inkomen van de huishoudens. De spaarquote nam aanvankelijk toe tot 22,7% in 2009, maar daalde de jaren daarop gestaag.

    In de andere gewesten ligt de spaarquote op een lager niveau. Ook daar daalde de spaarquote na een piek in 2009.

  • Duitsland en Nederland hebben een hogere spaarquote

    De Vlaamse bruto spaarquote (14,7%) lag in 2017 hoger dan de Belgische spaarquote (12,1%).

    Van onze buurlanden scoren Duitsland en Nederland hoger. Frankrijk heeft een iets lagere spaarquote dan het Vlaamse Gewest.

Bronnen

Nationale Bank van België: Regionale rekeningen
Eurostat: Non-financial transactions

Definities

Consumptie: consumptieve bestedingen van overheid, huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk.

Bruto sparen: bruto beschikbaar inkomen min de consumptie van huishoudens en plus de opbouw van pensioenrechten en plus de afschrijvingen van woningen.

Bruto spaarquote: de verhouding tussen (1) het bruto sparen en (2) het bruto beschikbaar inkomen plus de opbouw van pensioenrechten.

Instellingen zonder winstoogmerk: instellingen met rechtspersoonlijkheid die voor de burgers werken en niet-marktproducent zijn. Het gaat om vakbonden, consumentenverenigingen, religieuze organisaties, hulporganisaties,…

Lopende prijzen: prijzen van het betrokken jaar, niet gecorrigeerd voor de inflatie.

Publicatiedatum

18 september 2020

Volgende update

september 2021

Meer cijfers

Contact

Vorige versies