Deeltijdarbeid

  • 1 op 4 werkenden deeltijds aan de slag

    Het aandeel deeltijds werkende personen lag in het Vlaamse Gewest in 2020 op 25,0%. In 2005 bedroeg dat aandeel 22,2%. 

  • Veel meer deeltijds werkende vrouwen dan mannen

    In de hele periode 2005-2020 lag het aandeel deeltijds werkenden bij vrouwen veel hoger dan bij mannen. Het aandeel deeltijds werkende vrouwen steeg van 41,9% in 2005 tot 45,0% in 2012, maar het daalde daarna weer tot 41,8% in 2020. Bij werkende mannen nam het aandeel met een deeltijdbaan toe van 6,6% in 2005 tot 10,1% in 2020.
    Het verschil tussen vrouwen en mannen verminderde van 35,3 procentpunten in 2005 tot 31,7 procentpunten in 2020. 

  • Aandeel deeltijds werkenden hoogst bij 55-plussers

    Het aandeel deeltijds werkenden lag in de periode 2005-2020 hoger bij de 55- tot 64-jarigen dan bij de andere leeftijdsgroepen. Bovendien kenden de 55-plussers de sterkste stijging, van 26,6% in 2005 naar 36,6% in 2020. Bij de 20- tot 34-jarigen steeg het aandeel met een deeltijdbaan van 16,4% in 2005 tot 19,8% in 2020. Bij de groep van 35 tot 44 jaar bedroeg dat aandeel in 2020 23,8%. In de periode 2005-2020 schommelde het continu rond 24%. Het aandeel deeltijds werkenden steeg bij de 45- tot 54-jarigen van 25,6% in 2005 tot 28,9% in 2012, maar het daalde daarna tot 24,5% in 2020.

  • Iets meer deeltijdarbeid bij laaggeschoolden

    In 2020 lag het aandeel deeltijds werkenden bij laaggeschoolden op 27,9%, tegenover 25,3% in 2005. Bij middengeschoolde personen steeg het aandeel met deeltijdarbeid van 23,3% in 2005 tot 25,8% in 2020. Bij hooggeschoolden was er een stijging van 20,3% in 2005 tot 23,3% in 2020. Het verschil tussen het aandeel laaggeschoolden en hooggeschoolden in deeltijdarbeid steeg van 5,0 procentpunten in 2005 tot 10,4 procentpunten in 2015. Daarna daalde het verschil weer tot 4,6 procentpunten in 2020.

  • Hoogste aandeel deeltijds werkenden bij alleenstaanden met kinderen

    In 2020 lag het aandeel deeltijds werkenden bij alleenstaanden zonder kinderen ten laste op 18,2%. In 2012 was dat 19,3%. Bij alleenstaanden met kinderen lag dat aandeel in 2020 op 31,0%, iets hoger dan in 2012 (29,5%). Bij de koppels zonder kinderen werkte in 2020 26,7% deeltijds, tegenover 26,3% in 2012. Het aandeel met deeltijdarbeid lag bij koppels met kinderen lag in 2020 op 25,4%. In de periode 2012-2020 bleef dat aandeel nagenoeg constant.

  • Veel hoger aandeel deeltijdarbeid bij werkenden met hinder door handicap of langdurig gezondheidsprobleem

    In 2020 lag het aandeel deeltijds werkenden bij personen met hinder wegens een handicap of langdurig gezondheidsprobleem op 42,6%, tegenover 40,2% in 2009. Bij personen zonder hinder lag dat aandeel in 2020 op 23,3% en bleef nagenoeg constant in de periode 2009-2020. Het verschil tussen de 2 groepen steeg van 17,5 procentpunten in 2009 tot 19,3 procentpunten in 2020.

  • Kleine verschillen in aandeel deeltijdarbeid naar geboorteland

    In 2020 lag het aandeel deeltijdarbeid bij personen geboren in België op 25,0%, bij personen geboren in een ander land van de Europese Unie (EU28) op 23,9% en bij personen geboren buiten de EU28 op 26,3%. De verschillen tussen de 3 groepen zijn klein tijdens de hele periode.  

  • Aandeel deeltijds werkenden in Vlaams Gewest hoger dan EU-gemiddelde

    In 2020 lag het aandeel deeltijds werkende personen in het Vlaamse Gewest (25,0%) hoger dan in het Waalse Gewest (22,6%) en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (20,2%).

    In de Europese Unie (EU27) bedroeg het aandeel deeltijds werkenden in 2020 gemiddeld 17,8%. In het Vlaamse Gewest lag het aandeel dus hoger dan het EU-gemiddelde. De verschillen tussen de EU-landen zijn zeer groot. Nederland kende in 2020 veruit het hoogste aandeel deeltijds werkenden (47,6%), gevolgd door Duitsland (28,2%) en Oostenrijk (27,6%). Bulgarije had de laagste score (1,8%), voorafgegaan door Slovakije en Kroatië (beide 4,5%).

Bronnen

Definities

Deeltijdarbeid: het onderscheid tussen voltijds en deeltijds werken wordt bepaald op basis van het antwoord van de respondenten zelf. Deeltijds werkenden zijn dus diegenen die zelf aangeven deeltijds te werken.

Publicatiedatum

20 april 2021

Volgende update

april 2022

Meer cijfers

Contact

Vorige versies