Fiscale autonomie - belastingen

  • Aandeel eigen belastingontvangsten Vlaamse overheid 33%

    De fiscale autonomie van de Vlaamse overheid lag in 2018 op 33%. De fiscale autonomie wordt uitgedrukt als het aandeel van de eigen belastingontvangsten in de totale ontvangsten van de Vlaamse overheid. Het gaat daarbij om de gewestbelastingen en vanaf 2015 ook de gewestelijke opcentiemen, waarover de Vlaamse overheid autonoom kan beslissen.

    Tussen 2014 en 2018 is de fiscale autonomie toegenomen van 19% tot 33%. Vooral in 2015 is er sprake van een sterke stijging. Vanaf 2015 werd als gevolg van de zesde staatshervorming een deel van de personenbelasting opengesteld voor het systeem van gewestelijke opcentiemen. De federale overheid verlaagde het tarief van de personenbelasting met ongeveer 25%. De gewesten passen hierop opcentiemen toe. Dat is een percentage berekend op de federaal gebleven personenbelasting.

    De gewesten kunnen de tarieven van deze opcentiemen per belastingschijf laten variëren. Slechts onder bepaalde voorwaarden kunnen ze afwijken van de progressiviteit van de federale belasting: hoe hoger de belastingschijf, hoe hoger het toegepaste percentage. Het Vlaamse Gewest paste tot nog toe één tarief toe. Tot en met 2017 bedroegen deze opcentiemen 35,117%. Vanaf 2018 past het Vlaamse Gewest een uniform opcentiementarief toe van 33,257%.

     
    Voor de lokale overheden is het aandeel van de belastingontvangsten in de totale ontvangsten hoger dan voor de Vlaamse overheid. Voor de gemeentebesturen bedroeg het belastingaandeel in 2018 41%, voor de provinciebesturen 59%.

  • Verkooprecht, erfbelasting en verkeersbelasting domineren gewestbelastingen

    De eigen belastingontvangsten van de Vlaamse overheid (fiscale autonomie) bestaan enerzijds uit de gewestelijke opcentiemen en anderzijds uit de gewestbelastingen. In 2018 bedroegen de gewestelijke opcentiemen 7,6 miljard euro en de gewestbelastingen 6,6 miljard euro. Dat is samen goed voor 14,2 miljard euro.

    De belangrijkste 3 gewestbelastingen namen in 2018 81% van de totale opbrengsten voor hun rekening. Het gaat om het verkooprecht en het verdeelrecht (37%), de erfbelasting (23%) en de verkeersbelasting (20%).

  • Opcentiemen en aanvullende belasting op personenbelasting goed voor 83% van gemeentebelastingen

    De belastingen van de gemeentebesturen waren in 2018 goed voor 5,1 miljard euro. Omgerekend is dat gemiddeld 780 euro per inwoner. De provinciebelastingen vertegenwoordigden in totaal 645 miljoen euro of 100 euro per inwoner.

    De opcentiemen op de onroerende voorheffing (OOV) (46%) en de aanvullende belasting op de personenbelasting (APB) (38%) maakten in 2018 het grootste aandeel uit van de gemeentebelastingen. Samen namen ze 83% van de gemeentebelastingen voor hun rekening.

    De provincies heffen opcentiemen op de onroerende voorheffing (OOV), maar geen aanvullende belasting op de personenbelasting (APB). De provinciale OOV waren in 2018 goed voor 70% van de provinciale belastingontvangsten.

  • Hoogste belastingaandelen in stedelijke randgemeenten en kuststreek

    In 2018 varieerde het aandeel van de fiscale ontvangsten (belastingontvangsten) in de totale ontvangsten van de gemeentebesturen tussen 15% en 86%. De hoogste belastingaandelen komen voor in vele randgemeenten van Brussel, Antwerpen en Gent en in de kustgemeenten, met uitzondering van Brugge en Oostende. De meeste centrumsteden hadden een lager belastingaandeel

Bronnen

Administratie Binnenlands Bestuur: BBC - data en analyses
Departement Financiën en Begroting: Vlaamse Begroting en Rekening

 

Publicatiedatum

21 november 2019

Volgende update

november 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies