Geconsolideerde schuld

  • Geconsolideerde schuld Vlaamse overheid volgens ruime definitie 23 miljard euro

    In 2018 bedroeg de bijdrage van de Vlaamse overheid aan de totale geconsolideerde schuld van de Belgische staat 18.218 miljoen euro, gemeten volgens de definities van het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR). De berekening van de geconsolideerde schuld volgens het INR-concept wordt gebruikt voor de weergave van de evolutie op langere termijn en voor interregionale en Europese vergelijkingen.
    De INR-schuld daalde van 13.524 miljoen euro in 1996 tot 6.743 miljoen euro in 2007, maar steeg als gevolg van de ESR-2010 regels (die retroactief werden toegepast) en de 6de staatshervorming tot ruim 14.619 miljoen euro in 2009 en tot 18.218 miljoen euro in 2018.

    Het departement Financiën en Begroting van de Vlaamse overheid (FB-VO) gebruikt voor het eigen schuldbeheer sedert 2014 een ruimer FB-VO-concept, met een aantal correcties ten aanzien van het INR-concept. Volgens dat ruimere concept bedroeg de bijdrage tot de geconsolideerde bruto schuld van de Vlaamse overheid in 2018 23.184 miljoen euro.
    De schuld volgens het FB-VO-concept nam in 2016 sterk toe omdat de schuld met betrekking tot de financiering van de ziekenhuisinfrastructuur (bijna 5.000 miljoen euro) vanaf 2016 overkwam van de federale overheid naar de deelentiteiten als gevolg van de 6de staatshervorming. In 2017 en 2018 daalde de schuld licht.

  • Bijdrage Vlaamse overheden aan totale Belgische schuld vrij stabiel sedert 2014

    In 2018 bedroeg de bijdrage van de Vlaamse overheid aan de totale geconsolideerde bruto schuld van alle Belgische overheden (volgens het INR-concept) 18.218 miljoen euro. De schuld van de Waalse overheid (Franse Gemeenschap en Waals Gewest) lag op 29.023 miljoen euro, de schuld van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest op 4.682 miljoen euro en de schuld van de overige regionale en interregionale overheidsinstanties op ruim 6.405 miljoen euro.

    Tussen 1995 en 2018 steeg de bijdrage van de Vlaamse overheid met 44%. Na een bijna continue daling tussen 2003 en 2007 volgde een sterke stijging in 2009 en een verdere stijging tot 18.708 miljoen euro in 2016. Daarna daalde de bijdrage van de Vlaamse overheid aan de totale Belgische schuld weer.

    De bijdrage van de Waalse overheid steeg met 182% in de periode 1995-2018.
    In 2016 nam de bijdrage van de interregionale overheidsinstanties zeer sterk toe als gevolg van de schuld van de ziekenhuisinfrastructuur. Omdat de verdeling van die schuld over de verschillende deelentiteiten nog niet bekend is, rapporteert het INR deze bij de interregionale eenheden.

  • Schuld Vlaamse gemeentebesturen gedaald tot 6.600 miljoen euro

    In 2018 hadden de Vlaamse gemeentebesturen een geconsolideerde schuld van iets meer dan 6.600 miljoen euro.

    Tussen 2003 en 2018 daalde de schuld met 14%. De schuld bedroeg in 2003 bijna 7.685 miljoen euro en bleef vrij stabiel tot in 2007. In 2008 volgde een daling tot bijna 7.100 miljoen euro, maar daarna steeg de schuld tot 8.020 miljoen euro in 2013. Vanaf 2014 daalde de schuld opnieuw tot in 2018.

  • Grote verschillen tussen de andere lokale besturen

    Er zijn grote verschillen in de omvang en evolutie van de schuld tussen de andere lokale besturen dan de gemeentebesturen.

    De schuld van de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) was in 2018 met 1.820 miljoen euro het grootst. Tussen 2014 en 2018 daalde hun schuld met 435 miljoen euro (-19%).

    De autonome gemeentebedrijven (AGB) hadden in 2018 een schuld van bijna 1.385 miljoen euro. Sedert 2014 steeg hun schuld met 654 miljoen euro (+90%).

    De OCMW-verenigingen hadden een schuld van 601 miljoen euro in 2018, tegenover 332 miljoen euro in 2017. Tussen 2014 en 2018 steeg de schuld met 557 miljoen euro. Hier speelt de impact van de gefaseerde instap in de beleids- en beheercyclus (BBC), waardoor sommige OCMW-verenigingen pas vanaf 2015 cijfers rapporteerden. Ook de toename van het aantal verenigingen in de afgelopen jaren speelt een rol.

    De schuld van de provinciebesturen daalde van bijna 600 miljoen euro in 2014 tot bijna 395 miljoen euro in 2018 (-34%).

    De autonome provinciebedrijven (APB) hadden in 2018 een schuld van 19 miljoen euro. In 2015 bedroeg die nog 93 miljoen euro.

  • 10 Vlaamse gemeentebesturen zonder schulden

    De geconsolideerde schuld van de gemeentebesturen per inwoner varieert sterk tussen de gemeenten onderling.

    In 84 gemeenten (waaronder centrumstad Turnhout) lag de schuld in 2018 lager dan 500 euro per inwoner. De gemeenten As, Baarle-Hertog, Dentergem, Drogenbos, Hamont-Achel, Herstappe, Horebeke, Kasterlee, Ravels en Vorselaar hadden geen financiële schulden. In 21 gemeenten lag de schuld tussen 0 en 200 euro per inwoner en in 53 gemeenten tussen 200 en 500 euro.

    In 112 gemeenten (waaronder centrumsteden Aalst, Antwerpen en Brugge) lag de schuld in 2018 tussen 500 en 1.000 euro per inwoner, in 72 gemeenten (waaronder centrumsteden Oostende, Sint-Niklaas en Leuven) tussen 1.000 en 1.500 euro en in 27 gemeenten (waaronder centrumsteden Hasselt, Genk en Roeselare) tussen 1.500 en 2.000 euro.

    De schuld bedroeg meer dan 2.000 euro per inwoner in 13 gemeenten. Het in oplopende volgorde om Sint-Truiden, Kortrijk, Bornem, Londerzeel, Gent, Zottegem, Nieuwpoort, Houthulst, Tervuren, Beveren, Wielsbeke, Mechelen en Koksijde.

Bronnen

Gegevens Vlaamse overheid: 

Gegevens lokale overheden:

Definities

Geconsolideerde schuld: de som van de financiële schulden (en in uitzonderlijke gevallen ook de overige schulden) van alle entiteiten die tot de consolidatiekring van de Vlaamse overheid behoren. De consolidatiekring geeft aan welke groep van instellingen men meeneemt in de berekening van de geconsolideerde begroting, schuld en jaarrekening. Er worden 2 concepten voor geconsolideerde schuld gehanteerd: het concept-INR en het concept-FB-VO. 

Concept-INR: concept van het Instituut voor Nationale Rekeningen (INR) (bijdrage tot de geconsolideerde bruto schuld ‘Maastricht’) dat wordt gebruikt voor de weergave van de evolutie tijdens de periode 2004-2017 en voor interregionale en Europese vergelijkingen. De bijdrage tot de geconsolideerde bruto schuld is gelijk aan de geconsolideerde bruto schuld minus de door de deelgebieden aangehouden consolideerbare activa.

Concept-FB-VO: ruimer concept van het departement Financiën en Begroting van de Vlaamse Overheid (FB-VO), waarbij enkele correcties worden uitgevoerd op de INR-schuld. De belangrijkste correctie is de opname van de schuld met betrekking tot de financiering van de ziekenhuisinfrastructuur die sedert 2016 ten laste is van de Vlaamse begroting en die het INR rapporteert bij de interregionale eenheden omdat de verdeling ervan over de verschillende gemeenschappen en gewesten nog niet vast staat. Het departement FB wil echter de Vlaamse schuld niet onderschatten en rapporteert daarom een voorlopig cijfer volgens eigen berekeningen.

Publicatiedatum

21 november 2019

Volgende update

november 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies