Grondwaterstand

  • Daling van grondwaterstanden in 4 op 10 meetplaatsen tussen 2012 en 2018

    40% van de meetplaatsen van grondwaterstanden vertoont geen significante trend over de periode 2012-2018. Dit wil zeggen dat er geen sprake is van een duidelijke daling of stijging. In 41% van de gevallen is er een daling van de grondwaterstand, bij 19% van de meetplaatsen wordt een stijging opgetekend.

    Freatische grondwaterlagen vertonen vaker dan niet-freatische lagen geen significante trend. Freatische grondwaterlagen liggen rechtstreeks onder het oppervlak zonder een ondoorlaatbare laag er bovenop. Niet-freatische lagen zijn de diepere grondwaterlagen die bovenaan wel afgesloten zijn door een ondoorlaatbare laag. Freatische grondwaterlagen reageren snel op de vaak wisselende weersomstandigheden. Van de freatische meetfilters vertoont 57% geen trend over de periode 2012-2018, tegenover 23% van de niet-freatische meetfilters.

    Eveneens blijkt over de periode 2012-2018 dat de freatische grondwaterlagen veel vaker een significante daling dan een stijging vertonen. Over de periode 2012-2018 vertoont 42% van de meetpunten in de freatische lagen een daling, slechts 1% een stijging. In de niet-freatische waterlagen, waar niet het weer maar de grondwaterwinning de belangrijkste beïnvloedende factor is, worden ongeveer evenveel stijgingen als dalingen vastgesteld.

     

  • Effecten van de recente droogteperiodes duidelijk zichtbaar

    34% van de meetplaatsen van grondwaterstanden vertoont geen significante trend over de periode 2000-2018. In 42% van de gevallen is er een daling van de grondwaterstand, bij 24% van de meetplaatsen wordt een stijging opgetekend.

    Van de freatische meetfilters vertoont 46% geen trend over de periode 2000-2018, tegenover 22% van de niet-freatische meetfilters.

    Over dezelfde periode blijkt dat de freatische grondwaterlagen veel vaker een significante daling dan een stijging vertonen. De effecten van de recente droogteperiodes zijn hier dus meer zichtbaar dan in de niet-freatische lagen. De aanvulling van het grondwater gebeurt vooral in de winter, maar is ook afhankelijk van de neerslag en de hoeveelheid water die verdampt gedurende het hele jaar. De winterneerslag vertoont de recente decennia dan wel een stijging, maar dat wordt gecompenseerd door de algemene toename van de temperaturen en dus ook van de verdamping. Daar bovenop komen nog eens de uitzonderlijke droogteperiodes van 2017 en 2018. Over de periode 2000-2018 vertoont 49% van de meetpunten in de freatische lagen een daling, slechts 5% een stijging. In de niet-freatische waterlagen is er bij 35% van de meetpunten een daling, bij 44% een stijging. 

Bronnen

Vlaamse Milieumaatschappij (VMM): Milieurapport (MIRA), Grondwaterstand

Definities

Freatisch grondwater: bevindt zich in een watervoerende laag die rechtstreeks onder het topografische oppervlak ligt, zonder een ondoorlatende laag erbovenop. De voeding gebeurt hier rechtstreeks door het insijpelen van hemelwater en/of oppervlaktewater. 

Niet-freatisch grondwater: bevindt zich in een watervoerende laag die aan de bovenzijde wordt afgesloten door een ondoorlatende laag.

 

Publicatiedatum

31 januari 2020

Volgende update

januari 2021

Meer cijfers

Contact

Vorige versies