Importafhankelijkheid

  • Importafhankelijkheid van energie neemt niet verder af

    In 2019 werd 92,1% van de benodigde primaire energiebronnen ingevoerd in het Vlaamse Gewest. Dit relatief hoge aandeel is een gevolg van het feit dat Vlaanderen geen gekende reserves heeft van uranium, aardolie of aardgas en dat de ontginning van steenkool werd stopgezet door de goedkopere prijzen op de wereldmarkt. 

    De importafhankelijkheid daalde tussen 2005 en 2015 maar blijft sindsdien ongeveer constant. In de periode 2005 tot 2015 daalde de totale netto invoer sterker dan het primair gebruik met een dalende importafhankelijkheid tot gevolg. Vanaf 2015 namen zowel de totale netto invoer als het primair gebruik weer toe.

     

  • Invoer van kolen daalt, invoer van biomassa stijgt

    De netto invoer van kolen daalde tussen 2005 en 2019, die van biomassa nam in dezelfde periode toe. De invoer van biomassa bleef in de hele periode beperkt. De import van petroleum-producten en gas lag in 2005 en 2019 op een vergelijkbaar niveau.

    De netto invoer van splijtstoffen en elektriciteit was sterk afhankelijk van het al dan niet operationeel zijn van de kerncentrales.

Bronnen

Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA): Energiebalans Vlaanderen

Definities

Importafhankelijkheid: verhouding van de netto invoer ten opzichte van het primair energieverbruik. Dit primair energieverbruik is de hoeveelheid energie die een geografische entiteit nodig heeft om gedurende de bestudeerde periode aan de vraag naar energie te kunnen voldoen en is de som van de primaire energieproductie en de netto invoer van energie.

Petajoule (PJ): 1015 joule. Joule is de eenheid van energie.

 

Publicatiedatum

11 februari 2021

Volgende update

februari 2022

Meer cijfers

Contact

Vorige versies